Toespraak minister Slob bij aftrap Curriculum.nu

Toespraak van de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, Arie Slob, bij de aftrap van Curriculum.nu, Amersfoort, 9 maart 2018

Ik dacht gisteravond slim te zijn, door naar mijn woonplaats Zwolle te gaan. 
‘Dan ben ik lekker snel in Amersfoort vanochtend’, dacht ik.  
Op zich een hele goede keuze, want onze kleinzoon van acht maanden oud was gisteravond bij ons
en die heeft de hele nacht tussen mijn vrouw en mij ingeslapen. 
Dus dat was echt een geluksmoment – en hij heeft nog redelijk lang doorgeslapen, kan ik u
vertellen. 
Dat viel dus niet tegen, maar er is vanmorgen een ernstig ongeluk gebeurd en de A28
was zelfs helemaal afgesloten. 

Zoals het in het leven – en in het onderwijs – dan gaat: 
als er een weg is afgesloten zoek je weer
naar andere wegen. 
En het is zelfs nog gelukt om op tijd te komen. Gelukkig.
Ik wilde hier ontzettend graag bij zijn, om jullie te begroeten en recht in de ogen te kijken. 

Want dit is wel een heel bijzonder moment: de start van Curriculum.nu. 
Er is al veel voorwerk gedaan, maar we gaan nu echt aan het werk.
Eigenlijk ben ik best jaloers op jullie: ik zou dolgraag met jullie mee willen doen. 
Maar helaas, dat is nu niet mijn plek. 
Sinds ik minister ben, denk ik regelmatig terug aan vroeger, toen ik zelf nog docent was. 
Dertig jaar geleden was ik 26 en mentor van een Havo-3 klas. 
In de tijd dat ik zelf docent geschiedenis en maatschappijleer was, waren we veel bezig met het
curriculum. 
Zeker voor maatschappijleer, want dat was echt een vak in ontwikkeling. 
Natuurlijk was het curriculum toen geen dagelijkse kost, maar we probeerden wel van alles. 
kregen we van bovenaf iets, waar we mee aan de slag moesten. 
Ondertussen moest ook het boek gewoon uit en dan gingen we weer verder. 

Maar er werd van tijd tot tijd wel over gediscussieerd: 
zijn we wel met de goede dingen bezig? 
Is het curriculum niet te overladen? 
Hoe zit het met de samenhang? 
Zijn we niet teveel op ons eigen eilandje bezig? 
Dat waren toen ook al de vragen. 

Prediker zegt het ook al in de Bijbel: ‘Er is niets nieuws onder de zon’. 
Dit soort vragen zullen altijd blijven opkomen.

We zitten nu in een fase waarin we die vraag concreet oppakken. 
En ik zie wel een verschil met 30 jaar geleden. 
Sinds ik minister ben, heb ik al veel scholen bezocht. 
En ik zie dat op heel veel scholen wordt nagedacht over het curriculum. 
Dat ze zoeken naar samenhang, dat ze samen willen optrekken en kijken of ze dingen anders
kunnen doen. 
Een van die scholen was De Nieuwste School in Tilburg. 
Er zijn er meer te noemen, maar daar was ik onder de indruk van de wijze waarop het team dat oppakte. En van de energie en het enthousiasme waarmee men bezig was.

De stap die we vandaag zetten – met docenten en schoolleiders, met 84 scholen – is dat ‘niets nieuws onder de zon?’ 
Nou, in zekere zin wel. 
Want wat we nu gaan doen is wel uniek. 
Docenten, schoolleiders en scholen maken we, als voorhoede, eigenaar van de curriculumherziening. 
U krijgt een heel belangrijke taak mee:
om na te denken over de kennis en vaardigheden waarmee we de leerlingen van nu en morgen verder willen brengen in het leven en in de samenleving. 
Dus ook mijn kleinzoon van acht maanden. 
Dat is een heel belangrijke vraag en ook een grote verantwoordelijkheid, die bij u wordt neergelegd.

Als je stilstaat in de auto heb je tijd om wat rond te kijken op internet. 
En dan zie je de eerste reacties al komen, ook op dit proces: een artikel in Trouw – en ik zag op sociale media van alles los gaan… 
En dan zie je twee dingen gebeuren: 
aan de ene kant zie je een groep mensen die echt de handen op elkaar slaat en zegt: fantastisch dat het onderwijs daar zelf mee aan de slag kan! 
En aan de andere kant zie je een hele grote groep die heel sceptisch, heel kritisch is…
Ronald Koeman is er gisteren ook achter gekomen: 
Nederland heeft 17 miljoen bondscoaches, dus als hij selecteert heeft iedereen er een opvatting over. 
En zo is het ook met het onderwijs: 
17 miljoen mensen die daar opvattingen over hebben en er commentaar op geven.

Ik zou u willen vragen om commentaar natuurlijk serieus te nemen, maar toch ook uw eigen weg te blijven. 
Schermt u zich er een beetje van af: 
u moet in alle rust kunnen werken en tot goede conclusies zien te komen.

U hebt daar ook veel voor meegekregen: 
het rapport-Schnabel is nog steeds actueel, er zijn Kamermoties en er staan wat passages in het regeerakkoord. 
Er zijn veel lobbyclubs – en dat bedoel ik respectvol – die ook proberen hun opvattingen mee te geven. 
Neem dat mee, betrek dat bij de keuzes die u gaat maken. 
Maar zoek ook een beetje de rust.

En ik, ik sta áchter u. 
Maar ik zal ook vóór u gaan staan, om u die rust te geven. 
En ik zal de ‘aanslagen’ die er gaan komen – en dat begint al heel snel, van die vragen als: kan dat niet sneller en kan er niet even dit of dat… 

Ik beloof u dat ik mijn best zal doen om dat zoveel mogelijk bij u weg te houden. 
Ik weet niet of het helemaal gaat lukken, maar ik ga daar wel heel erg mijn best voor doen.

Natuurlijk beloof ik daarmee wel iets… 
Maar ik vind het echt belangrijk dat u in alle rust uw werk kunt doen. 
Uiteraard laat u zich voeden door al die inzichten die er zijn. 
U zou gek zijn als u het niet zou doen. 
Maar doe uw werk en doe het goed!

Ik heb daar heel veel vertrouwen in. 
Het is spannend, maar dat is ook leuk.
Het is heel goed en ook ontzettend belangrijk dat we het op deze manier gaan doen.

Ik hoop dat u een heel inspirerende dag hier zult hebben.
Dat u mij en het onderwijs – als voorhoede van al die scholen, schoolleiders en docenten in Nederland – zult verrassen met hele mooie adviezen.

Die adviezen bespreken we straks met de Kamer en dan maken we er samen een heel mooi curriculum van. 
Een curriculum waar samenhang in zal zitten.
Een curriculum dat prikkelend en uitdagend is. 
Dat ons bepaald bij de kern.
Maar dat scholen en docenten óók de ruimte geeft om dingen toe te voegen…

Het wordt tijd dat ik u aan het werk laat. 
Maar voor ik dat doe, wil ik graag met u allemaal op de foto. 
Want op elke school waar ik kom, ga ik met docenten op de foto. 
En ook dit bijzondere moment wil ik natuurlijk vastleggen.