Toespraak staatssecretaris Visser Opening Academisch Jaar NLDA

Toespraak van staatssecretaris van Defensie Barbara Visser bij de Opening van het Academisch Jaar NLDA op 29 augustus 2019.

 

Dames en heren,

Genodigden,

Docenten en instructeurs,

En vooral natuurlijk: alle adelborsten en cadetten hier aanwezig (want om jullie draait het!)

We staan aan het begin van een nieuw jaar op de NLDA. Een jaar waarin ongeveer 800 jonge mensen een stap dichterbij zullen komen bij het militair officier-schap.

Een jaar waarin jullie - adelborsten en cadetten - gevormd worden. Een jaar waarin jullie onder leiding van docenten en instructeurs niet alleen de krijgsmacht, maar vooral ook jezelf beter leren kennen.

Als ik zo kijk naar alle jonge gezichten voor me, dan kan ik daar alleen maar heel veel vertrouwen in hebben. 

Dit jaar starten wij met de viering van 75 jaar vrijheid. 75 jaar waarin ons land heeft kunnen uitgroeien tot één van de meest welvarende en gelukkigste landen ter wereld.

Maar die vrijheid is niet vanzelfsprekend. Die moet iedere dag opnieuw bevochten worden. En die verantwoordelijkheid rust op de schouders van jonge mensen, die de keuze maken om militair te worden.

Dat was zo in de tijd dat de Geallieerden ons bevrijdden. En dat is nog steeds zo.  Jullie zijn het, die rust moeten kunnen brengen in chaos. Die conflict moeten kunnen omzetten in vrede en stabiliteit. Dicht bij huis, of waar ook ter wereld.

Daarnee zijn jullie hoeders van onze democratie en onze rechtsstaat.

Ik heb diep respect voor het feit dat jullie de keuze hebben gemaakt om die taak op je te nemen. Want ik heb zelf gezien wat er gebeurt als vrede en stabiliteit wegvallen. Als het dunne laagje beschaving verdwijnt…en groepen mensen tegen elkaar worden opgezet.

Jullie zien hier 2 foto’s an mijn geboortegrond in Kroatië.1 uit de goede tijd: met mijn hele familie in ons huis. En 1 waarop mijn grootmoeder kijkt naar de restanten van dat huis. Zo snel kan het dus gaan.
 

Van het ene op het andere moment kan je buiten de groep worden geplaatst. De ene dag ben je nog beste vrienden of buren… je eet samen… gaat naar het strand… doet 's avonds een borrel…  en een dag later doen mensen hele gekke dingen…en moet je bang zijn om je baan, je huis of überhaupt je leven te verliezen.

Het woord ‘vrijheid’ heeft voor mij dan ook echt betekenis. Ik gebruik het niet te pas en te onpas. Het heeft waarde. Voor mijn familie. En zeker ook voor mij.

Het was voor mij ook de reden om in de politiek te gaan. Ik zie de vrijheid en welvaart in Nederland bepaald niet als vanzelfsprekend. Ik heb hier heel veel kansen gekregen. En ik wil iets terug doen.

Ik denk dat dat een gevoel is dat we hier allemaal met elkaar delen. Het doel van de opleidingen van de NLDA is om te zorgen dat je ook echt iets kúnt doen. Dat je de bagage hebt om daadwerkelijk te beschermen wat ons dierbaar is.

De komende jaren wordt daar een belangrijke basis voor gelegd. Een basis van fysieke vaardigheden en wetenschappelijke kennis.

Maar militair worden draait ook om karaktervorming. Je gaat je ontwikkelen als mens.En als militair.

Jullie krijgen als militairen zware verantwoordelijkheden. Nederland vertrouwt erop dat jullie in crisis- en gevechtssituaties goed zullen handelen.

Dat betekent dat je een sterk normbesef moet hebben. Onze krijgsmacht vecht immers voor Nederlandse normen en waarden. Normen en waarden die ook in onze eigen organisatie gelden.

Dat normbesef is ook wat ons bindt. Het gaat over de manier waarop we met elkaar omgaan.

Als je mensen vraagt: waarom werk jij bij Defensie? Dan zegt men onmiddelijk: vanwege de kameraadschap. De verbondenheid. De solidariteit.
Kortom: de manier waarop we met elkaar omgaan. Dat is ons grootste goed.

Dus als we niet netjes met elkaar omgaan, dan beschadigen we ons kostbaarste bezit.

De kameraadschap is uniek aan Defensie. Daar mogen we trots op zijn. Wat je hier vindt, vind je nergens anders.

Ik heb de afgelopen 2 jaar ontzettend veel verschillende kanten gezien van Defensie, maar de sfeer die je hier treft… de gezelligheid….de verbondenheid… de loyaliteit aan elkaar… daar ben ik iedere keer weer van onder de indruk.

En toch kan het ook bij onze mooie grote organisatie soms flink mis gaan. Dat weten jullie ook.

In december vorig jaar zijn er 2 onderzoeken gestart naar aanleiding van signalen over onwenselijk gedrag op het KIM en de KMA.
Het ging om het delen van kwetsend en beledigend beeldmateriaal in een WhatsApp-groep en over ongepaste relaties tussen een kaderlid en cadetten.

En ook vanochtend waren er weer berichten te lezen in de krant over een incident.

Er is dit jaar een breder onderzoek gedaan naar de werkbeleving onder adelborsten en cadetten, waarbij specifiek is gekeken naar sociale veiligheid. Daaruit blijkt dat het onderling aanspreken op incorrect gedrag onvoldoende gebeurt en dat opleiding en vorming op dit punt moeten worden verbeterd. Het niet aanspreken op incorrect gedrag komt breder voor bij Defensie. Mensen zijn bang om buiten de groep geplaatst te worden of een negatieve beoordeling te krijgen, als ze iets aankaarten wat niet in de haak is.

Dat wil niet zeggen dat het overal bij Defensie mis is - sterker nog er gaat heel veel goed - maar het is wel iets waar we wat mee moeten. En dat kan ook.

Wij kunnen namelijk zelf een cultuur creëren waarin medewerkers zich vrij voelen om twijfel of kritiek te uiten... en waarin geleerd wordt van fouten uit het verleden, zonder angst voor negatieve consequenties.

Een cultuur is niet iets abstracts. Cultuur zijn wij zelf. Wij kunnen daar zelf dus ook wat aan doen.

En dat begint hier bij de NLDA: de start van jullie vorming. Sociale veiligheid maakt steeds meer onderdeel uit van opleidingen en trainingen. Daar ben ik blij mee. Jullie krijgen op de faculteit lessen en presentaties over ethiek, leiderschap, integriteit en morele professionaliteit.

Defensiebreed zijn we er ook volop mee bezig. Er is een plan van aanpak gekomen om commandanten hier beter in te ondersteunen en wij hebben onze gedragscode herzien.

Maar we zijn er nog niet. Sociale veiligheid is niet iets wat je op papier kunt regelen. Het gaat over ons dagelijkse gedrag. Het moet in onze harten en hoofden gaan zitten.

Het gaat over ONS. Over de manier waarop we met elkaar omgaan. We zullen samen – iedere dag opnieuw – moeten bepalen waar de grens ligt tussen acceptabel en onacceptabel gedrag. En vooral niet vergeten om te bespreken wat er goed gaat.

Als je een open, veilige bespreekcultuur wilt, dan moet je elkaar niet telkens affakkelen. Maar dan met je elkaar ook complimenten geven. En vooral: telkens het gesprek aan blijven gaan.

Want er zijn heel veel situaties denkbaar waarbij het echt niet meteen duidelijk is wat ‘de juiste weg’ is. Als het gaat om sociale veiligheid, is er veel grijs gebied. Dat komt omdat iedereen situaties anders interpreteert. Wat voor de 1 kwetsend is, is voor de ander een onschuldig geintje. Wat voor de 1 bedreigend is, is voor de ander een argeloze opmerking.

Het brengt dus behoorlijk wat dilemma’s met zich mee.

Het afgelopen jaar heeft de Landmacht samen met Productiehuis Plezant een voorstelling ontwikkeld die een aantal dilemma’s heel goed in beeld brengt. De voorstelling is door de Landmacht ontwikkeld, maar is ook voor de andere krijgsmachtonderdelen heel herkenbaar.

De voorstelling heet Vuurdoop. Ik heb het gezien en ik was er diep van onder de indruk. Ik hoop eigenlijk dat jullie het allemaal gaan bekijken. (Tot aan de Kerst zijn er nog tientallen voorstellingen.)

Ik ben er zó enthousiast over, dat ik de regisseur heb gevraagd een paar fragmenten op te sturen zodat ik die aan jullie kan laten zien. Het gaat bijvoorbeeld over besluitvorming in Den Haag, over relaties op de werkvloer of over terugkomen van uitzending en op zoek gaan naar zingeving in Nederland. En dus ook over sociale veiligheid.

Alle verhalen uit de voorstelling zijn gebaseerd op de eerlijke verhalen uit de organisatie. Verhalen van onze mensen, van jullie.

De schrijvers hebben met tientallen militairen gesproken en hebben hun eigen praktijkervaringen opgedaan door mee te gaan op oefening en door een missiegebied te bezoeken. Op basis daarvan hebben zij een script gemaakt.

De 1e scène die ik jullie wil laten zien, gaat over een cadet die net gestart is met de Algemene Militaire Opleiding en een melding heeft gemaakt van een misstand in het team.
 

Dit is wat dan gebeurt:

[FILM 1: MONDJE DICHT]

Uiteindelijk hield mijn sergeant een groepsgesprek. Dat er een aantal klachten waren binnengekomen en of iemand daar iets over wilde zeggen. Hij keek me aan… iedereen hield z’n mond. En ik ook. Ik durfde niet meer, voor het eerst. Een paar dagen later stond ik een paar uur te koukleumen in de houding bij een ceremonie. Waarom? Waarvoor? Werd niet uitgelegd.

“Jij hoeft niet alles te weten, jij moet gewoon doen: zandhaas!”

Bij de ontgroening kreeg ik alleen maar water over me heen. Alleen jammer dat ‘ie er schoonmaakmiddelen in had gedaan… De blaren staan nog op m’n rug.

“Word je groot van, papa’s kindje. Voortaan mondje dicht, hè?“ 

Rule number one… als je het vol wilt houden binnen Defensie.

Herkenbaar?

Waarom ik dit fragment zo belangrijk vind, is omdat het iemand is die nèt begonnen is en gelijk al moet meemaken dat dat er niet integer wordt omgegaan met zijn melding. Dat is een les die je de rest van je carrière met je meedraagt. 

De volgende keer dat je iets ziet wat niet in de haak is, zal je eerder geneigd zijn om je mond te houden. En dat willen we nou juist niet.

De Landmacht heeft naar aanleiding van deze voorstelling een programma gestart, waarmee 2 jaar lang sociale veiligheid iedere dag op de kazernes worden besproken.

Dilemma’s bespreken. Dat is ook het doel van de Vuurdoop-app die in september wordt gelanceerd. Deze app is ontwikkeld als vervolg op de voorstelling om zo het gesprek blijvend te voeren.

Er wordt een dilemma geschetst van iemand die net opvolgend pelotonscommandant is geworden en hoort dat een goede vriend zich heeft misdragen nadat zijn collega’s pillen in zijn drankje hadden gedaan.

Zij overweegt om dit te melden, maar hij wil dat niet…
 

[FILM 2: DILEMMA: MOET IK HET DAN DOEN?]

“Je vertelt nix, omdat ik WIL dat je nix vertelt. Er is gewoon nix gebeurd, begrepen? Ik heb al problemen genoeg.”

De gasten waren dronken geworden: hij en z’n maten. Die gasten hadden hem ook nog een pilletje toegestopt en daar kan hij niet tegen. Hij zegt zelf ook altijd dat ze hem geen pillen of andere troep moeten geven.  ‘Geintje…’ 

Hij is compleet uit z’n dak gegaan. Vechten. Echt vechten. Met een gast die hij nog van de voetbal kende. En die jongens lachen natuurlijk. En nu baalt hij.

Kijk, hij wil er wel wat van zeggen, maar hij durft het niet. Ik ben de enige aan wie hij iets heeft verteld. Ja ik eeh… ik trek het gewoon niet. We moeten sowieso een keer kappen met al die pillen en die coke en die shit. Is ook zwaar verboden binnen Defensie trouwens. Dat weten ze. En bij hem hebben ze het hem ook nog eens tegen z’n zin gegeven.

Hij wil er wel wat van zeggen, maar hij durft het niet… dus moet ik het dan doen?  En bij wie: de leidinggevende… de vertrouwenspersoon? Als ik dat doe, dan heb ik hem weer over de zeik. En daar heb ik ook geen zin in.

Hij wil gewoon absoluut niet dat ik er iets van zeg. En het is ook een vriend van me. Ik vind dit gewoon echt too much… dus wat moet ik doen?

Ze wéét dat het absoluut niet door de beugel kan… maar ze kan eigenlijk geen kant uit.

Ook hier spelen hiërarchie en loyaliteit een belangrijke rol. Als opvolgend pelotonscommandant heeft zij de plicht om dit te melden. Maar de persoon om wie het gaat is een vriend van haar. Ze hebben misschien zelfs samen de opleiding gedaan…

Het komt immers vaak voor bij Defensie dat mensen uit dezelfde lichting toch ineens hiërarchisch onder elkaar komen te staan.

Dat is moeilijk. Want je hebt geleerd om loyaal te zijn aan elkaar. En dan botst dat met hiërarchische verhoudingen.

Sociale veiligheid is lang niet altijd zwart-wit. Zeker niet in een militaire setting.

Eva van Baarle, docent militaire ethiek aan de NLDA, heeft een proefschrift geschreven over hoe hiërarchie en loyaliteit doorwerken op morele dilemma’s.

Zij is nu ook bezig met een onderzoek op het KIM om te kijken hoe Defensie kan leren van incidenten en structureel verbeteringen kan doorvoeren.

In haar proefschrift schrijft Van Baarle dat uniformiteit het moeilijk maakt om elkaars persoonlijke waardes te herkennen. Tel daarbij op: een gebrek aan privacy, groepsdruk en een ideaal van de warrior hero die nauwelijks persoonlijke emoties heeft…

… en je hebt allemaal elementen die het mensen niet makkelijk maken om kritische vragen te stellen, twijfels te uiten of misstanden aan de kaak te stellen.

We hebben misschien ook wel een cultuur opgebouwd waarbij je je eerst moet bewijzen voordat je je mond open mag trekken.

Mijn boodschap aan jullie vandaag is: doe dat wel. Ook als het moeilijk is. JUIST als het moeilijk is.

Je hebt dit keihard nodig bij ons militaire optreden, bij het plannen en uitvoeren van onze operaties of oefeningen. Dan moet je kritisch zijn, je hand opsteken als je het er niet mee eens bent. En die houding moet je ook hier in Nederland hebben. Ook op de NLDA.

Want in mijn ogen is het stellen van kritische vragen en het uiten van twijfels de hoogste vorm van loyaliteit. Loyaliteit aan je eigen team. En loyaliteit aan de krijgsmacht als geheel. Want het betekent dat je betrokken bent. En dat je je organisatie, je team samen beter wilt maken.
Dus het is ook een teken van professionaliteit.

Jullie krijgen hier op de NLDA een belangrijke wetenschappelijke basis. Het doel van iedere wetenschappelijke opleiding is dat het je leert om kritisch te denken. Het leert je om altijd de vraag te stellen waarom werkt het zo? Zeker in een militaire context is dat cruciaal: doorvragen, iets vanuit een ander perspectief bezien.

Zoals ik al zei: er rust straks een zware verantwoordelijkheid op jullie schouders. Jullie kunnen er als officieren persoonlijk voor zorgen dat er een sfeer is waarin mensen dingen durven aan te kaarten. En waarin tegenspraak niet afgestraft wordt maar gestimuleerd.

Iedere militair heeft daarin een verantwoordelijkheid te nemen. Dus blijf je gezond verstand gebruiken. Durf te zeggen waar het op staat.
Bedenk je bij ieder beslissing: “Kan ik dit later nog uitleggen en wat kunnen we hiervan leren?” 

Defensie is een organisatie die wordt gekenmerkt door traditie. We zijn snel geneigd om te denken: “Onze norm is de juiste norm”. En: “we doen dit zo omdat we het altijd al zo deden”. We geven weinig ruimte voor een frisse blik. Een perspectief van buiten.

Ik heb dat zelf ook ervaren toen ik aantrad als staatssecretaris. Iedereen die mij een beetje kent bij Defensie weet dat ik ieder overleg start met de vraag: “Waarom doen we het zo?” En als daar dan een antwoord op komt, heb ik vaak nog een aantal vervolgvragen. Ik denk dat mensen daar best wel eens gek van worden!

Maar voor mij is dat de manier om zeker te stellen dat er een logische reden is voor alles wat we doen. Dat we aan alles gedacht hebben voordat we tot actie overgaan. En dat we ervan kunnen leren.

Maar ook ik erken: hett is moeilijk. Ik heb in mijn leven de vraag ook wel eens niet gesteld.Of ergens geen melding van gemaakt. Het is moeilijk... maar we moeten het blijven proberen.

Cadetten en adelborsten,

Jullie hebben gekozen voor een eervol beroep, waarbij je onder moeilijke omstandigheden moet kunnen opereren.

Om dat te kunnen doen, heb je een omgeving nodig waarin je fouten mag maken, waarin je complimenten krijgt als het goed gaat en waarin je elkaar aanspreekt als iets niet in de haak is. 

Dat is niet iets wat je op papier kunt regelen. En het zal ook in de toekomst nog weleens misgaan bij Defensie. Want we blijven mensen. Maar jullie als nieuwe generatie kunnen daarin wel een verschil maken.

Voordat ik afsluit wil ik jullie een citaat meegeven van Clara Wichman, 1 van de 1e vrouwelijke juristen van Nederland. Een bijzondere vrouw: anarchistisch en socialist. Dus is het best bijzonder dat ik haar aanhaal. Bovendien was ze getrouwd met een dienstweigeraar!

Toch heeft zij mij aan het denken gezet. Het citaat is al meer dan een eeuw oud, maar heeft nog niet aan actualiteit ingeboet.

Clara schrijft dat we er vaak niets eens van bewust zijn hoeveel van het leven automatisch wordt voortgezet omdat het nou eenmaal altijd zo ging. En dan schrijft ze:

“Wie in dat vanzelfsprekende blijft steken, wie nooit een stap buiten de betreden paden durft te gaan, wie niet meer wil dan het vol goede trouw aanhangen van tradities en het napraten van frasen kan alle goede eigenschappen van de wereld hebben, maar een ding ontbreekt: moed. De geestelijke moed te kiezen voor het zelfdoorleefde boven het door anderen voorgekauwde, de moed zonder welke integriteit niet kan bestaan.
Er bestaat een in geen enkel wetboek opgenomen misdrijf: dat van de gedachteloosheid.” 

Cadetten en adelborsten,

Ik vraag veel van jullie. En tegelijk weet ik: ik vraag het niet zomaar van iemand.

Want jullie kiezen ervoor moed te tonen waar anderen niet meer durven. Door te gaan waar anderen stoppen.

De komende jaren worden jullie gevormd. Op een manier die al jaren, zoveel jaren, jongeren heeft gevormd tot militairen waar Nederland trots op is. Omdat zij er staan. Altijd.

Jullie worden gevormd, maar onthoud: jullie vormen Defensie ook. Door vragen te stellen. Kritisch te blijven. En je hand op te steken als je ziet dat iets niet in de haak is en de waRom-vraag te stellen.

Want dat is wat mij betreft de hoogste vorm van loyaliteit. Van professionaliteit. Dat is je verantwoordelijkheid als mens. En zeker als militair. Jullie kunnen als nieuwe generatie echt het verschil maken.

Ik wens jullie een heel goed, leerzaam jaar toe.