Interview met Ferd Grapperhaus: ‘We moeten investeren in mensen’

Voormalig arbeidsjurist Ferd Grapperhaus gaat zijn derde politieke seizoen in als minister van Justitie en Veiligheid.

ls u aan het afgelopen politieke jaar denkt, wat heeft dan de meeste indruk gemaakt?

De aanslag op de tram in Utrecht. De herinnering aan de gesprekken met hulpverleners en vooral met nabestaanden van de slachtoffers spelen iedere dag wel even door mijn hoofd.  Ik ben zelf vader, dat ten eerste, en het gaat mijn voorstellingsvermogen te boven wat dit betekenen moet voor de betrokkenen. Daar komt bij dat de willekeur waarvan zij het slachtoffer zijn geworden, een van de moeilijkste opdrachten in mijn werk vormt. Het is onze taak mensen zo goed mogelijk te beschermen tegen deze willekeur.

Kan dat: beschermen tegen willekeur?

Nou, dit soort dingen is natuurlijk extreem lastig te detecteren en voorspellen. De focus staat allereerst op gevaren die zich al kenbaar hebben gemaakt. Maar tegelijk moet je een open blik houden voor nieuwe gevaren, er moet als het ware een permanente 180 graden scan plaatsvinden. Dat laten bijvoorbeeld de aanslagen in Christchurch en El Paso zien: het geweld kan van meerdere kanten komen. Veel van dat werk gebeurt achter de schermen.  Op het vlak van terrorismebestrijding hebben we een stevige infrastructuur opgebouwd. Soms komt dat in de openbaarheid, zoals bij de actie in Arnhem waarbij zeven mensen werden opgepakt.

U bent halverwege de rit. Zit u op koers?

Ja, maar er blijft nog ongelofelijk veel te doen. Ondermijning is absolute topprioriteit. De strijd tegen ondermijnende criminaliteit en de daarmee samenhangende drugsindustrie is aan het intensiveren. We hebben een paar belangrijke dingen voor elkaar. We maken flinke vooruitgang met het ondermijningsfondsen en er zijn nieuwe wetten ingevoerd of ze zijn in de maak. Dan gaat het van maatregelen tegen witwassen tot extra inzet op opsporing en verboden op de productie van grondstoffen voor drugs. 

Hoe valt dat naar uw gevoel, in de samenleving?

Ik voel de wind draaien. Toen ik een probleem begon te maken van recreatief drugsgebruik, stuitte dat aanvankelijk vooral op meewarigheid en kritiek. Maar het draagvlak groeit. De samenleving kijkt steeds meer in de spiegel. De problemen zijn ook niet langer te ontkennen, kijk naar de recente rapporten over de synthetische drugsindustrie of de situatie in  Amsterdam. We moeten voluit blijven investeren in het achterhalen en verstoren van criminele geldstromen: follow the money! En dat betekent ook: investeren in mensen. Op alle fronten doen mensen enorm zwaar werk, iedere dag weer. We moeten ze daarin zo goed mogelijk ondersteunen… 

U lijkt zich dat nogal aan te trekken….

Ja natuurlijk! Politiemensen, brandweerlieden, maar ook hulpverleners en anderen die zich in gevaarlijke situaties begeven: dat doen ze voor ons! Ze nemen vaak bewust risico’s, hè? En soms gaat het mis en dan raken ze gekwetst of beschadigd. Zijn we er dan wel voldoende voor ze? Daar moeten we heel scherp op blijven. Ik was pas roeien met agenten die trauma’s hadden opgelopen door hun werk. De verhalen die je dan hoort…. Daar word zelfs ík stil van…  

Aan wie denkt u dan?

Aan de mensen die werken bij de politie en in de strafrechtketen, bijvoorbeeld. Die moeten versterkt worden. Maar ook op een ander niveau moeten we indringend kijken naar de mensen die het werk doen. Vanuit mijn achtergrond als arbeidsjurist ben ik gewend te kijken naar hoe mensen in hun werk staan. Op mijn werkbezoeken ontmoet ik mensen van wie enorm veel gevraagd wordt. Neem de boswachter in Bergen op Zoom die de strijd aanbindt tegen criminelen die drugsafval dumpen in de natuur. Zo’n man krijgt te maken met bedreigingen!