Reactie van minister van Engelshoven bij de presentatie van het stelseladvies van de Raad voor Cultuur

Reactie van minister van Engelshoven (OCW) bij de presentatie van het stelseladvies van de Raad voor Cultuur, op 11 april 2019 in  Utrecht.

[Het gesproken woord geldt!]

Beste mensen, leden van de raad, en andere betrokkenen.

In de 1e plaats dank voor het advies en de grote inzet waarmee het tot stand is gekomen. Dag en - soms - nacht is eraan gewerkt. Petje af daarvoor.

Dit is een belangrijk advies. Het dient als basis voor mijn uitgangspunten voor de nieuwe subsidieperiode.

U bent natuurlijk niet vanuit het niets begonnen. Ik heb u enkele randvoorwaarden meegegeven. En die heeft u ingekleurd (waarbij u hier en daar over de lijntjes heen bent gegaan).

Met uw advies ga ik straks mijn uitgangspunten vormgeven en bepalen hoe de basisinfrastructuur er voor de komende periode uit komt te zien:

Waar komen de accenten te liggen?

Welke voorwaarden gaan gelden?

Wat zijn de criteria voor financiering voor de volgende 4 jaar?

De contouren worden dus steeds helderder. De inkt van dit advies is nauwelijks opgedroogd, dus ik kan er nog niet inhoudelijk op reageren. Wel wil ik kort vertellen wat mij voor ogen staat:

In mijn visie is cultuur een verbindende factor in onze samenleving. Naast intrinsieke waarde heeft cultuur de eigenschap dat het de verbeelding prikkelt. Als je je kunt verplaatsen in een karakter in een toneelstuk, boek of film, dan maakt dat je misschien ook nieuwsgierig naar een ander. Dan helpt het je je in te leven in de wereld van een ander.

Ik gun dat iedereen - die rijkdom van geest. Ook mensen die daar uit zichzelf niet toe komen. Die een zetje nodig hebben om een kaartje te kopen voor een toneelstuk of een dansvoorstelling. Bijvoorbeeld omdat ze zich nog niet voldoende bediend voelen door het aanbod, of zich daar niet in herkennen.

Ik wil dat de basisinfrastructuur een goede afspiegeling is van de samenleving én van het culturele veld. Ik wil dat het landelijke cultuurbeleid het beste bevat dat onze sector te bieden heeft. Dat betekent dan ook dat nieuwe vormen, nieuwe genres en nieuw publiek er een plaats in krijgen. En ik wil dat kunstenaars een eerlijke beloning ontvangen.

Dat is geen gemakkelijke opgave: het goede behouden en tegelijkertijd allerlei nieuws toevoegen. En toch is dat nodig. Ik ben ervan overtuigd dat het ook kan, en dit advies is daarvoor een belangrijke aanzet.

Dit kabinet investeert deze kabinetsperiode een bedrag oplopend tot €80 miljoen structureel in cultuur (naast de €325 miljoen voor erfgoed en monumenten – dat is ook cultuur!) Dat is niet niks.

Maar ik wil ook uw verwachtingen temperen:

Een groot deel van dat bedrag is al besteed – ook in projecten waar instellingen uit de basisinfrastructuur of de fondsen ook van profiteren, zoals voor vernieuwing en talentontwikkeling, voor cultuureducatie en voor film.

Er is dus nog maar een deel van 80 miljoen over. Waar dat naar toe gaat, maak ik in mijn brief van juni bekend. Ik zal dan ook nader ingaan op de rol van de regio en op de plannen voor een eerlijke beloning voor makers.

Om daar straks een afgewogen oordeel over te kunnen hebben, ga ik nu eerst het advies goed bekijken.

Dank u wel!