Toespraak van minister Ollongren bij conferentie openbare manifestaties

Toespraak van minister Ollongren bij Conferentie Wet openbare manifestaties, op 4 september 2019 in Utrecht. Alleen het gesproken woord geldt.

Dames en heren.

Nu we hier bijeen zijn voor het demonstratierecht, wil ik eerst stilstaan bij de actualiteit. Want het lijkt soms wel of het demonstreren in de zomer van 2019 opnieuw is uitgevonden.

Gisteren nog heeft u wellicht de spreekkoren kunnen horen die Boris Johnsons statement in het Lagerhuis overstemden.

In Hongkong was het 3 maanden raak. Regeringsleider Lam gaat volgens de laatste berichten later vandaag de omstreden uitleveringswet intrekken, maar dag in, dag uit konden berichten lezen als:

En ik citeer uit het NRC:
“Wong Wai-Man pakt zijn demonstratietas in. Een gasmasker, tegen het traangas; een bouwvakkershelm, tegen de rubberkogels; kledingstukken om zijn gezicht te verbergen voor de politie; en een paraplu, tegen de voorspelde regen, maar ook ‘om uit het zicht te blijven van de politiefotografen.”  (bron: NRC Handelsblad)

7000 km verder in Moskou klinken nog altijd soortgelijke geluiden. Hier begon het 2 maanden geleden met de uitsluiting van 58 oppositiekandidaten voor de Stadsdoema.

Denis Petrov, IT’er, staat met 100.000 anderen tegenover een leger van robocops. Ben je niet bang?, vraagt een journalist.

“Het enige wat ik vrees, is dat mijn kinderen ooit naar dit soort demonstraties zullen moeten”, antwoordt hij.

Het was een zomer van protest. Een zomer vol grimmige, en vaak óók moedige, demonstraties.

Het doet je beseffen dat wij echt trots mogen zijn op ons land. Demonstraties in Den Haag voor het houden van vrije verkiezingen die door de politie uiteen worden geslagen. Wie zou het geloven dat dit kan gebeuren in Nederland? Bijna niemand.

Wij begrijpen dat buitenparlementair protest de democratie verder brengt. Dat veel vooruitgang in politieke zin het gevolg is van daden van mensen die demonstreerden. Het stemrecht, de verzorgingsstaat, vrouwenrechten en het vrije onderwijs…ze zijn allemaal met spandoeken op straat bevochten. Ze zijn ontstaan uit de mobilisering van onvrede.

Protest is een elementair onderdeel van de democratie. Het ondergraaft de democratie niet. Het is er een noodzakelijk onderdeel van. Het biedt tegenwicht.

Voor groepen mensen zijn betogingen de enige mogelijkheid om hun opvattingen onder de aandacht te brengen. Van andere mensen, van de media, van de autoriteiten, van wie dan ook. Het compenseert bestaande ongelijkheid. Het verdient vanuit dit perspectief geen argwaan of angst. Het verdient bescherming.

Dat is het verschil met een dictatuur. Wij verbieden geen demonstraties omdat de inhoud ons niet aanstaat. Wij doen dat alleen soms vanwege de openbare orde. En daar mogen we ons gelukkig om prijzen. […]

Dames en heren.

Staan voor onze vrijheden blijft hard werken. Het vergt veel overleg, polderen, tegenspraak en kritiek dulden. U weet het als geen ander. U staat voor de moeilijke taak een ieder de gelegenheid te geven zijn mening te uiten, een kinderfeest ook echt een feest voor kinderen te laten zijn én de openbare orde te bewaren.

Ik twijfel er geen seconde aan dat u uw besluiten niet lichtzinnig neemt. Het is een zware en ook lastige verantwoordelijkheid. En soms is het ook een heel eenzame beslissing.

Eind vorig jaar heb ik aan alle gemeenten het handboek ‘Demonstreren bijkans heilig’ van de gemeente Amsterdam, de politie en het OM gestuurd. Daarin vormt het grondrecht om te demonstreren het harde vertrekpunt.

Dat geldt voor een Pegida-manifestatie bij een moskee. Dat geldt voor een anti-abortusprotest. En dat geldt dus ook voor de intocht van Sinterklaas.

Ik roep u als burgemeesters op om óók bij demonstraties rond de intocht te staan voor de bescherming van dit grondrecht – hoe lastig het soms ook is.

Vanzelfsprekend zet je als burgemeester je eigen opvatting over de figuur ‘Piet’ opzij. Het past niet bij de rol van de overheid als hoeder van de openbare orde – en dus ook niet van de burgemeester -  om een standpunt in te nemen. Evenmin is het aan de overheid om voor te schrijven hoe de figuur Piet eruit moet zien.

De inwoners van dit land laten we een zo groot mogelijke ruimte en vrijheid bij het organiseren van hun culturele activiteiten, hun manifestaties en hun tradities. Hoe stuitend en choquerend de boodschap soms ook kan zijn.

De taak van de overheid is om ruimte te bieden, en tegelijkertijd de openbare orde en veiligheid te bewaren. Pogingen van tegendemonstranten om het demonstratierecht van anderen te frustreren – denk bijvoorbeeld ook aan discriminerende uitlatingen of strafbare gedragingen – pakken we daarom streng aan. 

Nogmaals: de burgemeester doet alles, wat redelijkerwijs in zijn macht ligt, om demonstraties mogelijk te maken en om demonstranten te beschermen. Een goede kennis van het demonstratierecht en een goede voorbereiding zijn daarbij uiteraard heel belangrijk.

De burgemeester zal een risico-inschatting moeten maken. Hij / zij zal zich grondig moeten laten informeren over de mogelijkheden om het demonstratierecht te beschermen.

En de burgemeester zal zich goed moeten laten informeren over de hem ter beschikking staande politiecapaciteit. In het spanningsveld van de intocht van Sinterklaas is het van belang om te weten wat er in uw gemeente speelt. Daarop kun je maatregelen en communicatie afstemmen. Het aangaan van de dialoog, met bewoners, organisaties en sleutelfiguren in de stad, kan voorkomen dat problemen ontstaan.

Vandaag bieden wij u de mogelijkheid om de vragen te bespreken die dit lastige onderwerp oproept. Waar zit u mee? Waar loopt u tegenaan?
Wanneer verwordt een demonstratie tot intimidatie? En hoe kun je dat van tevoren bepalen als burgemeester? Is er een grens in wat acceptabel is qua politie-inzet? Qua inzet van publieke middelen?

En als het achteraf anders – “met de kennis van nu” – anders uitpakt, staat de Raad, staat de Tweede Kamer, dan achter je? Als ze moeten kiezen tussen de verontwaardiging van de overgrote meerderheid of voor de burgemeester? Zeggen ze dan: “Ik kies de burgemeester”?

Ja. Ik kies voor u. En daarom hoor ik graag signalen wat u nog meer van ons – van mij – nodig heeft om dat demonstratierecht te verdedigen.

Dames en heren.

Er wordt over veel onderwerpen heel verschillend gedacht. Dat is ook een kenmerk van een vrije, pluriforme maatschappij. Ook in deze tijd.

Ik merk dat mensen soms wat schuchter zijn over de democratie. Dat autoritaire leiders en regimes hernieuwd zelfvertrouwen hebben.

Maar uiteindelijk is daar helemaal geen reden toe. Democratieën mogen zelfbewuster zijn.

Onze manier van leven brengt meer welvaart, meer stabiliteit en – daarover hebben we het vandaag – meer vrijheid aan mensen. Ik ben trots op u als hoeder van deze hoeksteen van onze vrijheid. Ook, of JUIST, als het gaat om meningen die slechts een minderheid – of zelfs een hele kleine minderheid – uitdraagt.

Een stille meerderheid is vaak heel blij om te leven in een land waar een hele luidruchtige minderheid ook zijn stem mag laten horen. Niet altijd in het heetst van de strijd als de ophef is opgelaaid, dat geef ik toe.

Laten we samen het belang van die vrijheid blijven verdedigen. Óók als demonstranten de grenzen vaker opzoeken, blijven wij trouw aan de rechtsstaat en de grondrechten.

Juist dan.
En hoe beter u en ik hierin slagen, hoe meer vertrouwen mensen zullen hebben in de burgemeester.
Ik dank u wel voor uw komst, en ik wens u een fijne en constructieve middag toe.