Kabinet investeert in tegengaan kinderarbeid

Met het Fonds Bestrijding Kinderarbeid (FBK) gaan kabinet, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties kinderarbeid verder terug dringen. ‘Door voor deze gezamenlijke aanpak te kiezen moet het lukken om het aantal kinderen dat wordt gedwongen om te werken omlaag te krijgen. Gelukkig zien we al een dalende lijn. Maar het zijn er nog altijd veel te veel. Reden genoeg dus voor een extra inspanning,’ aldus minister Kaag voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking op de jaarlijkse Internationale Dag tegen Kinderarbeid.

Samenwerken tegen kinderarbeid

Kinderarbeid loopt sinds de eeuwwisseling terug. Toch werken er vandaag de dag wereldwijd nog steeds 152 miljoen kinderen. Vaak onder erbarmelijke omstandigheden, in de land- en mijnbouw, textielindustrie en andere sectoren. In VN-verband is vastgelegd dat er in 2025 een definitief einde komt aan alle vormen van kinderarbeid. In totaal stelt de minister voor het nieuwe FBK 35 miljoen euro beschikbaar, verdeeld over vijf jaar. Voorwaarde is dat ondernemingen en maatschappelijke organisaties samenwerken. Bijvoorbeeld door te onderzoeken of er kinderarbeid voorkomt in de productieketen van een bedrijf en wat daartegen gedaan kan worden. Of door het bieden van opleidingen aan ouders, waardoor deze hun inkomens kunnen vergroten en er geen economische noodzaak is om kinderen te laten werken.

Kaag: 'Kinderen zijn de toekomst'

Het FBK past in een reeks initiatieven die voortvloeien uit de nieuwe beleidsnota Investeren in Perspectief die minister Kaag vorige maand presenteerde. ‘Kinderen zijn de toekomst. Dus is het logisch dat we proberen ze ook daadwerkelijk kansen op een beter leven te bieden. Allereerst voor henzelf. Maar ook voor de samenleving waartoe ze behoren.’ Het fonds is de opvolger van een initiatief uit 2017, waarbij op verzoek van de Tweede Kamer eenmalig vijf miljoen euro werd vrijgemaakt. Op grond daarvan is besloten tot een structurele aanpak. Zo lopen er inmiddels projecten in onder meer de goudwinning in Oeganda en zadenteelt in India.

Zie ook