Klimaat en energie

Klimaatverandering is dé uitdaging voor onze generatie. Goed klimaatbeleid biedt kansen om een duurzame en sterke economie op te bouwen en nieuwe banen te creëren. We maken Nederland klaar voor de toekomst – klimaatneutraal, fossielvrij en circulair – met een schone energievoorziening en groene industriepolitiek. Nederland is een welvarend land dat in de transitie naar een groene economie tot de kopgroep in Europa wil behoren. Zoals onze voorouders gezamenlijk binnenwateren inpolderden en Deltawerken bouwden, zo slaan wij nu de handen ineen om te bouwen aan een groene toekomst. Wij willen ons maximaal inspannen om ons land en onze planeet leefbaar en bewoonbaar te houden. Daarom ook streven we de klimaatdoelstelling van maximaal 1,5 graad van het Klimaatakkoord van Parijs na en willen we biodiversiteit versterken. Dit kabinet wil huishoudens en gemeenschappen, bedrijven en coöperaties en dorpen en steden in staat stellen deze duurzame omslag te maken. We zorgen ervoor dat iedereen mee kan doen, de vervuiler betaalt en dat niemand achterblijft. Zo doen we recht aan de aarde, aan volgende generaties en aan elkaar.

  • Nederland wil koploper in Europa zijn bij het tegengaan van de opwarming van de aarde. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, scherpen we het doel voor 2030 in de Klimaatwet aan tot tenminste 55% CO2 reductie. We committeren ons hard aan dit doel en zullen indien nodig extra stappen zetten om dit te realiseren. Om dit doel ook zeker te halen, spreken we af om ons in het beleid te richten op een hogere opgave, wat neerkomt op circa 60% in 2030.
  • Ook na 2030 is het nodig om ambitieus door te gaan met CO2 reductie. We zetten in op een reductie van 70% in 2035 en 80% in 2040. Om dit te kunnen realiseren, treffen we in deze kabinetsperiode voorbereidingen voor het invoeren van een systeem van betalen naar gebruik in de automobiliteit in 2030 en voor de bouw van nieuwe kerncentrales. Ook maken we in deze kabinetsperiode onze energie-netwerken toekomstbestendig.
  • In de bijlage is de verdeling over de sectoren van de extra emissiereductie voor 2030 opgenomen. Deze verdeling is indicatief, evenals de kosten en opbrengsten. Het is aan het kabinet om te komen tot een integraal pakket dat tot voldoende reductie leidt en oog heeft voor weglekeffecten, uitvoerbaarheid, kosteneffectiviteit en het verdienvermogen van Nederland. Daarvoor zullen ook o.a. de planbureaus worden ingeschakeld, zodat geactualiseerde doorrekeningen kunnen worden gemaakt.
  • Er komt een minister voor Klimaat en Energie die regie voert over het beleid en het klimaatfonds. We versterken de uitvoeringskracht van het Rijk en de medeoverheden om de transitie te kunnen uitvoeren. Een onafhankelijke wetenschappelijke adviesraad (zoals in het Verenigd Koninkrijk) beoordeelt het beleid en adviseert erover. Met een generatietoets borgen we dat het beleid ontwikkeld wordt vanuit een brede-welvaartsbenadering. We betrekken burgers actief bij het klimaatbeleid.
  • Een klimaat- en transitiefonds van € 35 miljard voor de komende 10 jaar, aanvullend op de huidige Subsidieregeling Duurzame Energie SDE++, helpt om de benodigde energie-infrastructuur (elektriciteit, warmte, waterstof en CO2) aan te leggen, de groene industriepolitiek te verwezenlijken en de mobiliteit en de gebouwde omgeving te verduurzamen.
  • De procedures voor de realisatie van nieuwe grootschalige energie-infrastructurele projecten die van nationaal belang zijn, gaan te traag. We brengen daarin versnelling aan door een aanpak zoals in de Crisis- en Herstelwet (Chw).
  • Na vaststelling van het “Fit for 55”-pakket door de Europese Unie (EU) wordt het klimaatbeleid herijkt aan de hand van de verwachte effecten op CO2-uitstoot en de betaalbaarheid voor huishoudens en het mkb.
  • Een randvoorwaarde voor een ambitieus klimaatbeleid is het hebben van voldoende vakmensen, nu maar ook op weg naar 2050. We gaan met onderwijsinstellingen, overheden, en sociale partners aan de slag om vakmensen op te leiden en, waar nodig, om of bij te scholen.

Industrie en bedrijfsleven

De industrie van de toekomst draait op schone energie en op biogrondstoffen en maakt circulaire producten. Het is onze ambitie in de kopgroep te zitten van deze transitie naar een groene industrie. Daarvoor is een groene industriepolitiek nodig. Dat is een aanpak van wederkerigheid tussen overheden, bedrijfsleven en samenleving. Niet op basis van vrijblijvendheid, maar op basis van stevige, bindende maatwerkafspraken zorgen we ervoor dat de Nederlandse industrie in Europa en wereldwijd de duurzame norm stelt. Daarmee versterken we het vestigingsklimaat en behouden we duurzame werkgelegenheid voor Nederland.

  • We gaan in de industrie de ambitie verhogen. In principe kijken we bij de hogere nationale ambities eerst naar reductie in de ETS-sectoren, naast onze ‘Fit-for-55’ verplichtingen.
  • We maken bindende maatwerkafspraken met de 10 tot 20 grootste uitstoters van broeikasgassen. We houden rekening met de samenhang van bedrijven in industrieclusters. Bij maatwerkafspraken is wederkerigheid het uitgangspunt. Dat betekent dat de overheid de nieuwe energie infrastructuur faciliteert en we afspraken maken over ambitieuze verduurzaming. We maken daarnaast ook afspraken over het langjarig blijven investeren in Nederland door deze bedrijven, over mee-investeren in opleidingen, over goed werkgeverschap en over de kwaliteit van de leefomgeving.
  • De prikkels voor verduurzaming worden versterkt door het verhogen van de marginale heffing bovenop de prijs in het Europese emissiehandelssysteem (ETS). Om zekerheid te creëren wordt een oplopende bodemprijs voor de ETS-prijs geïntroduceerd, bij voorkeur in samenspraak met de ons omringende landen. Een eventuele financiële meeropbrengst van de marginale heffing en de oplopende bodemprijs vloeit terug in het klimaatfonds voor verduurzaming van bedrijven.
  • Er wordt extra geïnvesteerd in onderzoek en innovatie van klimaat neutrale technologieën. De nadruk ligt daarbij op grote samenhangende programma’s die ook bijdragen aan het betaalbaar houden van de energietransitie. Er komt een ambitieus klimaatdoel voor de circulaire economie en een uitvoeringsprogramma. De overheid neemt hier een voorbeeldrol in. We zorgen voor een betere aansluiting tussen klimaatbeleid en circulariteit.
  • We helpen het mkb met verduurzamen. We zorgen voor inzicht in en advies over de stappen die het mkb kan zetten. We stimuleren verduurzaming en versimpelen de regelingen voor ondernemers. Toekomstig klimaatbeleid toetsen we op de effecten op het mkb.
  • We zorgen voor een schone en gezonde leefomgeving door het steviger aanpakken van milieucriminaliteit en milieurisico’s. Het rapport van de Adviescommissie Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (commissie-Van Aartsen) wordt hierbij betrokken.

Energiemix

Energie blijven we gebruiken, maar we maken de overstap naar energiebronnen die geen broeikasgassen uitstoten en we zetten in op energiebesparing. Zo werken we na 2030 snel toe naar een volledig klimaat neutrale energievoorziening. Daarmee dringen we snel fossiele brandstoffen terug en borgen tegelijkertijd de leveringszekerheid en betaalbaarheid.

  • We stimuleren het aanbod van hernieuwbare energiebronnen, door in te zetten op extra wind op zee, zon-op-dak, aardwarmte, groen gas en aquathermie. Tegelijkertijd schalen we de productie en import van waterstof op.
  • We bouwen het gebruik van houtige biomassa voor energiedoeleinden zo snel mogelijk af, waarbij we rekening houden met de kosteneffectiviteit. Biomassa wordt zo hoogwaardig mogelijk ingezet aan de hand van de cascaderingsladder. We staan alleen het gebruik van houtige biomassa die geproduceerd is in de EU toe, zodat we de naleving van duurzaamheidscriteria kunnen monitoren. We zorgen ervoor dat duurzame alternatieven voor warmte versneld worden ontwikkeld.
  • Kernenergie kan in de energiemix een aanvulling zijn op zon, wind en geothermie en kan worden ingezet voor de productie van waterstof. Ook maakt het ons minder afhankelijk van de import van gas. Daarom blijft de kerncentrale in Borssele langer open, met uiteraard oog voor de veiligheid. Daarnaast zet dit kabinet de benodigde stappen voor de bouw van 2 nieuwe kerncentrales. Dat betekent onder andere dat wij marktpartijen faciliteren bij hun verkenningen, innovaties ondersteunen, tenders uitzetten, de (financiële) bijdrage van de overheid bezien, wet- en regelgeving waar nodig in orde maken. Ook zorgen we voor veilige, permanente opslag van kernafval.
  • Er komen heldere afstandsnormen voor de bouw van windmolens op land en we stimuleren (financiële) participatie van omwonenden om het draagvlak te versterken. Gezien de schaarse beschikbare ruimte zetten we vooral in op grootschalige installatie van zonnepanelen op daken, inclusief normering. Zonnepanelen op land staan we alleen toe, als multifunctioneel gebruik van dat land mogelijk is, bijvoorbeeld op rijksgronden.
  • De gaswinning in Groningen wordt, conform plan, zo snel als mogelijk afgebouwd omdat de veiligheid van Groningers voorop staat. Het importeren van buitenlands gas zal de komende jaren nodig blijven voor onze energiebehoefte. We ronden de procedure rond Ternaard af. We geven geen nieuwe vergunningen af voor gaswinning onder de Waddenzee. We steunen de gaswinning in de Noordzee en er komen verplichte vullingspercentages voor de gasvoorraden. Daarmee verkleinen we de afhankelijkheid van andere landen.
  • We onderzoeken de mogelijkheden om financiële prikkels voor fossiele brandstoffen af te bouwen om vervolgens de financiële stimulering voor deze brandstoffen waar mogelijk te beëindigen. We doen dit zoveel mogelijk met andere landen, met het oog op ons vestigingsklimaat.
  • Om de doelstellingen bovenop het klimaatakkoord te realiseren vergroten we de ruimte voor carbon capture storage (CCS). De stimulering van CCS behoudt een plafond en we passen dit aan waar nodig om de doelstellingen te halen.

Gebouwde omgeving

De beste energie is bespaarde energie. Dat was altijd al zo, maar is in deze tijden van hoge energieprijzen nog eens extra belangrijk geworden. Verduurzaming leidt immers niet alleen tot minder uitstoot en een comfortabeler huis, maar ook tot een lagere energierekening. We gaan ambitieus aan de slag met slim en pragmatisch beleid om onze huizen en bedrijven te verduurzamen. Huishoudens en mkb worden daarbij ontzorgd. We beginnen met isoleren: dat moet in lijn met het manifest Nationaal Isolatieprogramma sneller, slimmer en socialer dan nu. En we zetten in op duurzaam verwarmen. Daarbij kijken we goed naar de draagkracht van huishoudens, van lage- en middeninkomens én het mkb.

  • We gaan op basis van een programmatische aanpak - met een langjarig Nationaal Isolatieprogramma mét commitment en middelen tot ten minste 2030 - woningen sneller, slimmer en socialer isoleren. We benaderen mensen actief, bundelen vraag en aanbod, beginnen bij de woningen die het slechtst geïsoleerd zijn en bieden (extra) ondersteuning aan huishoudens met een laag- en middeninkomen.
  • Met normering en positieve prikkels bevorderen we dat verhuurders huurwoningen met slechte isolatie verduurzamen. Woningen met slechte isolatie mogen op termijn niet meer worden verhuurd. Ook wordt het voor VvE’s en woningeigenaren makkelijker gemaakt om te verduurzamen. Het Warmtefonds wordt hiervoor ingezet en het mkb krijgt er toegang toe.
  • De hybride warmtepomp is op korte termijn voor de meeste woningen een goede warmteoplossing. Via normering krijgen leveranciers de verantwoordelijkheid om steeds meer (hybride) warmtepompen te installeren, in combinatie met een subsidie voor de meerkosten die huishoudens moeten maken. Samen met isolatie en duurzame gassen kan deze route voor een stevige verduurzamingsslag zorgen, zonder het voor de consument ingewikkeld en daarmee ontoegankelijk te maken.
  • Op wijkniveau zetten we, waar dat kosteneffectief kan, in op de realisatie van duurzame warmtenetten. De onrendabele top van collectieve warmteprojecten zal deels worden gefinancierd uit een nationale subsidieregeling, zodat dit voor huishoudens betaalbaar blijft.
  • Er komt een bijmengverplichting voor groen gas in het gasnet.

Mobiliteit, luchtvaart en scheepvaart

We gaan de uitstoot in de mobiliteitssector fors omlaag brengen. In deze sector is de uitstoot sinds 1990 het minste afgenomen. Inclusief luchtvaart en scheepvaart is deze zelfs toegenomen. De uitstoot terugdringen is nodig om de klimaatdoelen te kunnen halen, maar ook om de luchtkwaliteit te verbeteren.

  • We blijven investeren in schone mobiliteit vanwege het klimaat, maar ook voor de verbetering van de luchtkwaliteit in de steden. Elektrisch vervoer wordt gestimuleerd; ook de tweedehandsmarkt. Overstimulering wordt voorkomen. Ook duurzame stadslogistiek en vrachtverkeer krijgen ondersteuning. De uitrol van laadinfrastructuur wordt versneld. Bijmenging van duurzame biobrandstoffen wordt gestimuleerd.
  • We maken afspraken met het bedrijfsleven en overheden over het stimuleren van thuiswerken.
  • Daarnaast zetten we in op het verder verduurzamen van vliegtuigbrandstoffen. Om de lucht- en scheepvaart te vergroenen, investeren we in de ontwikkeling en productie in Nederland van o.a. synthetische kerosine. Nederland kan daarin een voorloper zijn.
  • We ondersteunen de voorstellen van de Europese Commissie voor een belasting op kerosine op EU-niveau. Eveneens ondersteunen we de voorstellen over de vergroening van de scheepvaart. De Nederlandse inzet is daarbij om weglekeffecten zoveel mogelijk te voorkomen. De beschikbaarheid van walstroom voor schepen wordt verder uitgebreid.
  • Het streven is dat uiterlijk in 2030 alle nieuwe auto’s emissieloos zijn. We introduceren in 2030 een systeem van Betalen naar Gebruik voor alle automobiliteit en stellen in deze kabinetsperiode wetgeving vast. Basis voor het systeem is de motorrijtuigenbelasting, waarvan het tarief afhankelijk wordt gemaakt van het jaarlijks verreden aantal kilometers. De heffing is niet tijd- en plaatsgebonden en vervangt de dan nog bestaande tol-tracés, zoals de Westerscheldetunnel, de Kiltunnel en de voorgenomen doorgetrokken A15. Dit betekent dat gebruikers van elektrische en fossiele auto’s beiden gaan meebetalen aan het weggebruik.
  • We zetten de voorstellen voor verduurzaming uit de Luchtvaartnota 2020-2050 “Verantwoord vliegen naar 2050” (2020) door, waaronder emissie plafonds per luchthaven. We verhogen de vliegticketbelasting waarbij de opbrengst deels gebruikt wordt voor de verduurzaming van de luchtvaart en vermindering van leefomgevingseffecten.

Klimaatadaptatie

De watersnood in Limburg heeft ons deze zomer opnieuw stevig met de neus op de feiten gedrukt: klimaatverandering is hier en nu en treft ook ons eigen land. Naast klimaatmitigatie moeten we daarom ook hard aan de slag met klimaatadaptatie.

  • We investeren extra in het Deltafonds om achterstanden weg te werken en de uitvoering van het Nationale Deltaprogramma te versnellen. We blijven investeren in onze dijken, duinen en dammen. Ook komen er middelen beschikbaar om de beekdalen in onder meer Limburg beter te beschermen.
  • We werken toe naar vernieuwde deltabeslissingen voor een waterveilig land met voldoende zoetwater en een toekomstbestendige inrichting. Water en bodem worden sturend bij ruimtelijke planvorming. Om die reden worden waterschappen daarbij eerder betrokken en krijgt de watertoets een dwingender karakter.
  • Hittestress tijdens een warme periode is een steeds groter probleem en veroorzaakt een piek in het overlijden van vaak kwetsbare mensen. Om dit tegen te gaan bevorderen we het toevoegen van meer groen, water en lichte oppervlakten in dichtbebouwd gebied. Dit leidt tot meer schaduw, verdamping en reflectie.