4.3 Ontwikkelingssamenwerking

Ontwikkelingssamenwerking is, als integraal onderdeel van het buitenlands beleid, gericht op de bestrijding van de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatverandering. Dat gebeurt binnen de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. We zien resultaten van de wereldwijde samenwerking. Extreme armoede en honger zijn teruggedrongen. Kindersterfte neemt af en we worden ouder dan ooit. Een historisch aantal kinderen gaat naar school. Dat is te danken aan economische ontwikkeling, ontwikkelingssamenwerking en wetenschappelijke vooruitgang. In ons toekomstig beleid zullen impact en meerwaarde leidend zijn, met speciale aandacht voor de meest kwetsbaren zoals vrouwen en kinderen.

  • Het kabinet corrigeert voor de kasschuiven van het kabinet Rutte 2. Hierdoor neemt het ODA budget deze kabinetsperiode toe met 118 miljoen euro in 2019 oplopend naar 331 miljoen euro in 2021 en komt het budget weer op 0,7% BNI minus 1,4 miljard euro. De ontwikkeling van het ODA budget blijft de komende kabinetsperiode gekoppeld aan de ontwikkeling van het BNI.
  • Daarenboven worden er de komende kabinetsperiode incidenteel extra middelen toegevoegd van in totaal 1 miljard euro.
  • Om de grondoorzaken van armoede, migratie, terreur en klimaatverandering te bestrijden past het kabinet de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking aan. Aanvullende uitgaven richten zich in het bijzonder op de oorzaken en gevolgen van migratie, waaronder opvang in de regio met inbegrip van onderwijs voor kinderen van vluchtelingen.
  • Nederland zal de grondoorzaken van migratie bestrijden door een gerichte aanpak voor verbetering van de opvang in de regio. Daarbij zal het onderwijs aan vluchtelingenkinderen prioriteit krijgen evenals maatregelen die kunnen leiden tot meer werkgelegenheid voor vluchtelingen aldaar.
  • Het landenbeleid wordt herzien in het licht van de nieuwe doelstellingen van het buitenlands beleid om meer focus en effectiviteit aan te brengen. Als eerste stap in deze herziening worden Jordanië, Libanon en Irak focuslanden. Daarnaast wordt bezien welke Afrikaanse en andere landen als focuslanden worden toegevoegd of waarmee de OS-relatie wordt beëindigd.
  • Nederland heeft oog voor de nood in de wereld. De hulp aan vluchtelingen zal dan ook worden verhoogd. De Nederlandse inzet zal naast directe noodhulp meer dan voorheen ook gericht zijn op weerbaarheid, preventie en toegankelijkheid. Het succesvol gebleken noodhulpcluster Dutch Relief Alliance zal worden voortgezet.
  • Seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR), landbouw, water en rechtstaatbevordering zijn onderwerpen waarop Nederland van oudsher beleidsmatig belangrijke bijdragen levert. De speerpunten ten aanzien van armoedebestrijding blijven gericht op deze terreinen.
  • Er komt binnen de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking een nationaal klimaatfonds om het rendement van de internationale afgesproken publieke en private klimaatfinanciering zo groot mogelijk te maken.
  • De inzet van het Nederlands maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven wordt voortgezet vanwege de specifieke expertise en het bereik.
  • Het kabinet zal actief inzetten op eerlijke vrijhandel, exportbevordering en handelsverdragen, die rekening houden met VN-standaarden en rechtszekerheid. Daar hoort ook betere toegang tot de EU-markt voor OS-landen bij.
  • De IMVO (internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen)-convenanten worden voortgezet. Na twee jaar wordt bezien of en zo ja, welke dwingende maatregelen genomen kunnen worden.
  • Het aantal beurzen van het Holland Scholarship programma wordt binnen de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking verdubbeld , gericht op de nieuwe focuslanden.
  • Het fonds Bestrijding kinderarbeid wordt verhoogd binnen de begroting voor Ontwikkelingssamenwerking.