Internationaal wetenschappelijk onderzoeksprogramma slavernijverleden van start

Het koloniale slavernijverleden van Nederland en de doorwerkingen hebben wereldwijd verschillende landen diep gevormd. Toch is de kennis die beschikbaar is over dit gezamenlijke slavernijverleden vooral vanuit koloniaal perspectief geschreven. Om ons perspectief te verrijken, start minister Dijkgraaf (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) vandaag op Aruba een wereldwijde samenwerking van wetenschappers op dit thema. Dat maakt hij vandaag bekend, tijdens een kennismissie in het Caribisch gebied.

Minister Dijkgraaf: “Meer wetenschappelijke kennis van ons gedeelde verleden is van groot belang. Daarbij is het essentieel dat er ruimte is om onderzoek te doen vanuit nieuwe perspectieven, op de plekken waar slavernij was. De kennis die dat oplevert is van grote waarde om onze gezamenlijke geschiedenis beter te begrijpen. Ik vind het heel waardevol om tijdens dit Herdenkingsjaar Slavernijverleden dit onderzoeksprogramma te kunnen starten.”

Aftrap in Caribisch gebied

Dijkgraaf wil de kennissamenwerking over het slavernijverleden tussen universiteiten wereldwijd bevorderen, te beginnen binnen ons eigen Koninkrijk. Hij trekt voor onderzoek in Aruba, Curaçao en Sint Maarten tot en met 2027 € 375.000 uit. Lokale wetenschappers kunnen daarmee in deze landen onderzoek doen naar het slavernijverleden.

Voor onderzoek naar dit thema in Caribisch Nederland (Bonaire, Saba en Sint-Eustatius) komt eveneens een mogelijkheid. Hier is apart budget voor.

Rode draad wereldwijd

Nederland heeft ook met Suriname, Indonesië en Zuid-Afrika diepe banden door gedeeld slavernijverleden. Nederlanders stelden daar tot slaaf gemaakten te werk en verhandelden ze. De historische en hedendaagse context verschilt per land. Het bij elkaar brengen van de verschillende perspectieven is van grote meerwaarde voor een beter begrip van onze gezamenlijke geschiedenis. Daarom wil Dijkgraaf samen met Suriname, Indonesië en Zuid-Afrika ook het wetenschappelijk onderzoek naar het slavernijverleden in die landen een impuls geven.

Het idee hiervoor ontstond tijdens kennismissies naar deze landen, waar Dijkgraaf sprak met diverse wetenschappers die onderzoek naar het slavernijverleden doen. Plan is de wetenschappelijk samenwerking op een zelfde soort manier vorm te geven als in het Caribisch deel van ons koninkrijk. De eerste gesprekken met deze landen zijn positief. Er is een groot gedeeld gevoel over het belang van wetenschappelijke samenwerking.

Kennisdelen

Het delen van kennis is een belangrijk uitgangspunt van het wereldwijde onderzoeksprogramma. Hoe dat eruit komt te zien wordt momenteel uitgewerkt. Eerste gedachten zijn het opzetten van een onderzoeksnetwerk, reizende tentoonstellingen, een boek of een start- en slotconferentie. Ook Nederlandse wetenschappers krijgen daarbij een rol. Later dit jaar krijgt dit verder vorm.

Meer ruimte voor verschillende perspectieven in onderwijs en onderzoek

Staatssecretaris Van Huffelen kondigde vorig jaar bij de Tula-herdenking op Curaçao aan dat het kabinet een leerstoel slavernijverleden instelt voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Dijkgraaf geeft daar nu invulling aan met deze wetenschappelijke samenwerking. Ook kondigde het kabinet al de Tula-studiebeurs aan, vernoemd naar de leider van de grote opstand van tot slaaf gemaakten in 1795 op Curaçao. Via deze beurs krijgt één student per jaar uit Curaçao de kans om in Nederland een volledige voltijd bacheloropleiding docent geschiedenis op een hogeschool naar keuze te volgen. Zodat er in onderwijs en onderzoek meer ruimte is voor verschillende perspectieven.