Alcohol in de wet

In verschillende wetten staan regels over alcohol. De belangrijkste is de Drank- en Horecawet. Deze wet regelt de verkoop van alcohol in Nederland.

Hoofdpunten van de huidige Drank- en Horecawet

Een aantal hoofdpunten uit de Drank- en Horecawet:

  • De wet maakt onderscheid tussen zwakalcoholhoudende drank (bier, wijn en gedistilleerde drank met een alcoholgehalte van minder dan 15%) en sterke drank (gedistilleerde drank met een alcoholgehalte van 15% of meer).
  • Horecagelegenheden waar alcohol wordt geschonken en verkopers van sterke drank moeten een vergunning hebben. 
  • Verstrekkers van alcohol zijn verplicht te controleren of jongeren die drank willen kopen oud genoeg zijn (16 jaar voor zwakalcoholhoudende drank en 18 jaar voor sterke drank). 
  • Verkoop van alcohol in tankstations en niet-levensmiddelenwinkels is niet toegestaan. 
  • Sportverenigingen met een kantine moeten huisregels hebben en barvrijwilligers moeten een instructie krijgen over verantwoord alcoholverstrekken.

Overige wetgeving rond alcohol

  • In het Wetboek van Strafrecht wordt openbare dronkenschap en het verstoren van de openbare orde in staat van dronkenschap strafbaar gesteld (artikel 453 en 426).
  • In datzelfde Wetboek is ook een bepaling opgenomen die het verbiedt te schenken aan iemand die zichtbaar dronken is. 
  • De Wegenverkeerswet bepaalt dat bestuurders niet meer dan 0,5 promille alcohol in het bloed mogen hebben. Voor beginnende bestuurders ligt deze grens lager, op 0,2 promille.
  • De Mediawet 2008 kent een verbod op het uitzenden van alcoholreclame op tv en radio tussen 6.00 en 21.00 uur.
Man neemt grote slok uit borrelglas. Op voorgrond flessen sterke drank.

Zie ook