Risico’s en vergunningen genetisch gemodificeerde organismen

Er gelden (internationaal) strenge regels voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo). Voordat een nieuwe toepassing of een nieuw product op de markt mag, wordt het uitgebreid getest. Alleen als de risico’s voor mens en milieu verwaarloosbaar klein zijn, verleent de overheid een vergunning.

Risico’s genetisch gemodificeerde organismen

Genetisch gemodificeerde organismen kunnen veel betekenen voor voedsel en gewassen, industrie en duurzaamheid en gezondheidszorg. Maar genetisch gemodificeerde organismen kunnen ook risico’s met zich meedragen. De techniek is relatief nieuw en kan onbedoelde effecten hebben. Ggo’s kunnen misschien allergieën veroorzaken. Of nuttige insecten schaden.

Als genetisch gemodificeerde organismen buiten de gecontroleerde omgeving van een laboratorium komen bestaat theoretisch een kans dat ze zich oncontroleerbaar vermenigvuldigen of uitkruisen. Daarom zijn er externe link: strenge regels voor onderzoek en toepassing van biotechnologie.

Vergunning en milieurisicoanalyse ggo

Het is verboden om met genetisch gemodificeerde organismen te werken, tenzij men externe link: een vergunning heeft. Wie wil werken met genetisch gemodificeerde organismen kan een vergunning aanvragen bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM). De vergunningverlening wordt afgehandeld door externe link: het Bureau ggo.

De aanvrager moet een milieurisicoanalyse uitvoeren om te kijken of er risico’s zijn voor mens en milieu. Het ministerie van IenM controleert of de risicoanalyse goed is uitgevoerd en beoordeelt of de vergunning kan worden afgegeven. Dit kan alleen als de risico’s voor mens en milieu verwaarloosbaar klein zijn.

Een milieurisicoanalyse beschrijft:

  • mogelijke ongewenste bijeffecten;
  • de kans dat die ongewenste bijeffecten optreden;
  • de maatregelen om de kans op ongewenste bijeffecten te verkleinen.

Er zijn 3 soorten vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen:

  1. externe link: experimenten met ggo’s in een afgesloten ruimte (ingeperkt gebruik)
    Experimenten in een laboratorium, fabriek, dierverblijf of plantenkas zijn voorbeelden van ingeperkt gebruik. De genetisch gemodificeerde organismen komen dan nauwelijks in contact met mens en milieu. Naast een ggo-vergunning is voor ingeperkt gebruik ook een vergunning nodig op grond van de Wet Milieubeheer. Deze vergunning moet worden aangevraagd bij de gemeente of provincie waar de ruimte, installatie of apparatuur, zich bevindt.
  2. externe link: experimenten met ggo’s buiten (introductie in het milieu)
    Bij experimenten met genetisch gemodificeerde organismen buiten het laboratorium (externe link: veldproeven), bijvoorbeeld met genetisch gemodificeerde aardappels) en toepassingen in de geneeskunde (gentherapie) komt het ggo wel in contact met het milieu. Dan zijn maatregelen verplicht om de risico’s te beperken.
  3. externe link: teelt, productie, import en export van nieuwe gemodificeerde producten (marktaanvragen)
    De Europese Commissie bepaalt of een genetisch gemodificeerd organisme op de markt mag komen. De Europese voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) beoordeelt de veiligheid.

Bij de beoordeling van vergunningaanvragen voor genetische modificatie van micro-organismen en planten spelen ethische dilemma’s of (voor)oordelen in de samenleving geen rol. Alleen de risico's voor mens en milieu worden meegewogen in de beoordeling van vergunningaanvragen. Bij biotechnologie bij dieren of medische toepassingen van biotechnologie spelen ethische bezwaren wel een rol.

Het ministerie van IenM bepaalt op basis van de milieurisicoanalyse of een risico aanvaardbaar is voor mens en milieu. IenM laat zich daarbij adviseren door de externe link: Commissie Genetische Modificatie (Cogem). De VROM-Inspectie controleert of organisaties de juiste vergunningen hebben en of zij zich aan de voorschriften houden.

Eén vergunning soms niet voldoende

Voor alle werkzaamheden met ggo’s is een vergunning van het ministerie van IenM nodig om te kijken of de ggo’s veilig zijn voor mens en milieu. Regelmatig zijn behalve de vergunning van IenM nog andere vergunningen nodig. Bijvoorbeeld bij genetische modificatie bij dieren en mensen of bij het ingeperkt gebruik van ggo's.

Genetische modificatie bij dieren

Het is verboden om zonder vergunning biotechnologische handelingen bij dieren te verrichten. De Commissie Biotechnologie bij Dieren adviseert of een aanvraag in aanmerking komt voor een vergunning. De dierenexperimentencommissie toetst of het ethisch verantwoord is dieren te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek (externe link: Wet op dierproeven).

Genetische modificatie bij mensen

Bij onderzoek aan mensen, voor bijvoorbeeld gentherapie, moet behalve het ministerie van IenM ook de externe link: Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO) toestemming verlenen. Het externe link: loket gentherapie coördineert de gentherapievergunningen.