EU-verdragen
De Europese samenwerking is gebaseerd op afspraken tussen lidstaten. Deze afspraken zijn weer vastgelegd in een groot aantal verdragen. Het meest recente verdrag is het Verdrag van Lissabon. Het doel van dit verdrag is om de besluitvorming in de EU efficiënter en democratischer te maken.
Verdrag van Lissabon
In december 2009 trad het Verdrag van Lissabon in werking. Dit verdrag wijzigt de eerder gesloten Europese verdragen op een aantal punten. Het nieuwe verdrag heeft tot doel de EU efficiënter, democratischer en transparanter te maken. Ook wil het de EU de middelen geven om beleid te maken op gebieden die voor de inwoners bijzonder belangrijk zijn: de plaats van Europa op het internationale toneel, energie, klimaatverandering, een socialer Europa, immigratie en de bestrijding van internationale misdaad en terrorisme.
De belangrijkste vernieuwingen zijn:
- Het Europees Parlement (EP) beslist voortaan mee over vrijwel alle EU-wetgeving, inclusief de jaarlijkse EU-begroting.
- De Raad van de EU beslist op meer terreinen met meerderheden in plaats van unanimiteit.
- Burgers krijgen meer inspraak. Vanaf 1 april 2012 kunnen 1 miljoen burgers de Europese Commissie (EC) verzoeken om een voorstel in te dienen (Europees burgerinitiatief).
- Nationale parlementen worden rechtstreeks bij de Europese besluitvorming betrokken.
- De Europese Raad heeft een vaste voorzitter gekregen. Deze wordt voor 2,5 jaar benoemd. De voormalige Belgische premier Herman van Rompuy is op 19 november 2009 benoemd tot vaste voorzitter van de Europese Raad en is op 1 maart 2012 herkozen voor een nieuwe termijn.
- De EU heeft een hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid. Op dit moment vervult de Britse Catherine Ashton deze functie.
Eerdere EU-verdragen
De belangrijkste EU-verdragen die in het verleden zijn gemaakt omvatten:
- De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd in 1951 opgericht door 6 landen: België, West-Duitsland, Luxemburg, Frankrijk, Italië en Nederland (het Verdrag van Parijs). In die tijd waren kolen en staal de belangrijkste grondstoffen die nodig waren om oorlog te voeren. Door deze industrieën met elkaar te verbinden zou het moeilijker worden om een oorlog te beginnen.
- De Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom), opgericht in 1958 door dezelfde 6 EGKS-landen (het Verdrag van Rome). De EEG moest de onderlinge handel bevorderen. De Euratom had als doel vreedzaam gebruik van kernenergie.
- De Europese Akte, opgericht in 1986, bestond vooral uit aanvullingen en wijzigingen op de bestaande verdragen. De lidstaten spraken af dat op een aantal terreinen voor de besluitvorming geen unanimiteit nodig was.
- Met het Verdrag van Maastricht richtten de lidstaten in 1992 de EU op. Zij maakten onder andere afspraken over de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie (EMU) met een gemeenschappelijke munt, een Europese Centrale Bank (ECB) en 1 interne markt. Daarnaast werd overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijk buitenlands en defensiebeleid en over meer samenwerking op het terrein van politie en justitie.
- Het Verdrag van Amsterdam uit 1997 bevatte afspraken om de Europese Unie (EU) voor te bereiden op uitbreiding met een groot aantal landen in Midden- en Oost-Europa. De lidstaten beslisten over verbetering van de besluitvorming, de toekomstige omvang van de Europese Commissie (EC), de bevoegdheden van het Europees Parlement (EP), de militaire samenwerking en het buitenlands en veiligheidsbeleid. De landen legden ook vast dat het de taak van de EU was om werkgelegenheid te creëren.
- In het Verdrag van Nice uit 2001 maakten de lidstaten afspraken over uitbreiding van de EU. De landen bereikten onder andere overeenstemming over de stemverhouding in de Raad van Ministers.