Vergunningen en sondages aanvragen
Ondernemers die uit Nederland een product of technologie uitvoeren van de lijst met militaire goederen, hebben daarvoor een vergunning nodig. Voor dual-use goederen geldt dat meestal alleen voor uitvoer naar landen buiten de Europese Unie (EU). Of de vergunning wordt afgegeven, hangt onder meer af van de bestemming en de eindgebruiker.
Soorten vergunningen
Bedrijven
vragen
een vergunning aan bij de Centrale Dienst voor In- en Uitvoer (CDIU) van de
douane. Welke vergunning een bedrijf nodig heeft, hangt af van het product en de
eindbestemming. Er bestaan 3 soorten vergunningen:
- Individuele vergunning
Deze vergunning is bedoeld voor 1 specifiek goed, 1 specifieke exporteur en 1 specifieke transactie. Er zijn wel verschillende deelzendingen mogelijk. - Globale vergunning
Deze vergunning is bedoeld voor 1 type of categorie goed, 1 specifieke exporteur, een of meer bestemmingen. - Algemene vergunning
Dit is een vergunning waarvoor een bedrijf geen individuele aanvraag hoeft in te dienen. Wel moet het bedrijf voldoen aan de voorwaarden voor het gebruik van de vergunning. Het is dan voldoende als het bedrijf zich als gebruiker registreert. Algemene vergunningen gelden voor specifieke goederen en specifieke bestemmingen buiten de EU. Deze landen zijn belangrijke handelspartners van de EU, zoals Australië, Japan, Noorwegen, Zwitserland en de Verenigde Staten. Zij zijn net als Nederland lid van alle exportcontroleregimes en hun exportcontrolebeleid is vergelijkbaar met het Nederlandse.
2 soorten algemene vergunningen
Er zijn 2 soorten algemene vergunningen: de
Nationale Algemene
Vergunning (NAV) en de
Uniale Algemene
Vergunning (UAV). Het verschil zit vooral in de goederen waarover de
vergunning gaat. Verder wordt de NAV afgegeven door de Nederlandse overheid, en
de UAV door de Europese Unie.
De NAV is alleen bedoeld voor de minst gevoelige dual-use goederen. De goederen van Categorie 1 t/m 4 van bijlage I van de dual-use verordening komen hiervoor in aanmerking. Denk aan chemicaliën en machines voor materiaalbewerking. De NAV geldt voor de uitvoer naar de hele wereld, met uitzondering van een aantal gevoelige bestemmingen, zoals Irak, Iran, Noord-Korea, Pakistan en Syrië.
Er zijn 6 UAV's:
- De eerste UAV geldt voor bijna alle dual-use goederen, voor export naar de
belangrijkste handelspartners en bondgenoten van de EU. Deze UAV geldt voor de
uitvoer naar Noorwegen, Zwitserland, de Verenigde Staten, Canada, Japan,
Nieuw-Zeeland en Australië. De details van deze UAV vindt u in bijlage II van de
dual-use verordening
(pagina 253-254). De regels voor deze UAV zijn op 16 november 2011 gewijzigd
(
Verordening
(EU) 1232/2011 artikel 1, onder 11). - De tweede UAV geldt voor vergelijkbare goederen als de NAV, maar voor een beperkter aantal bestemmingen (Argentinië, Kroatië, IJsland, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, Turkije) en is dus vooral nuttig voor exporteurs die geen gebruik kunnen maken van de NAV.
- De derde UAV is bedoeld voor het exporteren van vervangingsonderdelen of reparatie van eerder uitgevoerde goederen.
- Met de vierde UAV kunnen goederen tijdelijk uitgevoerd worden voor beurzen of demonstraties.
- De vijfde UAV geldt voor communicatieapparatuur.
- Met de zesde UAV kunnen bepaalde chemicaliën uitgevoerd worden naar Argentinië, Kroatië, IJsland, Zuid-Korea, Turkije en Oekraïne.
Details over UAV 2 tot en met 6 kunt u vinden in bijlage IIb tot en met IIf
bij de
wijzigingen
van de dual-use verordening van 16 november 2011 (pagina 4-19).
Vrij verkeer van goederen binnen de EU
Bedrijven die dual-use goederen exporteren naar andere EU-landen, hebben geen vergunning nodig. Voor deze landen geldt in principe een vrij verkeer van goederen. Voorwaarde is dat de goederen een duidelijk civiel doel hebben en geen risico vormen voor de volksgezondheid, veiligheid of het milieu. Het bedrijf is wel altijd verplicht op de documenten te melden dat de goederen bij uitvoer uit de EU vergezeld moeten zijn van een uitvoervergunning.
Voor een aantal zeer gevoelige goederen geldt een uitzondering op het
principe van vrij verkeer. Een lijst van de goederen waarvoor juist wel een
vergunning nodig is, staat in bijlage IV van de
dual-use verordening.
Beoordeling van aanvragen
Het bedrijf dient een aanvraag in bij de CDIU. Aanvragen voor export naar (eind-)bestemmingen binnen de EU, de NAVO-lidstaten, Zwitserland, Japan, Australië en Nieuw-Zeeland handelt de CDIU in principe zelf af. Aanvragen voor overige landen legt het CDIU voor aan het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I).
Voor gevoelige bestemmingen vraagt EL&I bij militaire goederen het ministerie van Buitenlandse Zaken (BZ) om advies. Bij dual-use goederen kan EL&I besluiten informatie in te winnen bij de inlichtingendiensten. Uiteindelijk geeft de CDIU wel of niet een uitvoervergunning af namens de staatssecretaris van EL&I. Die is namelijk verantwoordelijk voor het exportcontrolebeleid.
Toets aan Nederlands wapenexportbeleid en
eindgebruikcontrole
Alle aanvragen voor militaire goederen worden getoetst aan het Nederlandse
wapenexportbeleid. EL&I en BZ kijken vooral naar het
Gemeenschappelijk
Standpunt (voorheen de EU gedragscode voor wapenexport). Zo kijken de
ministeries zorgvuldig of goederen een rol kunnen spelen bij eventuele
schendingen van die mensenrechten.
Bij aanvragen voor dual-use goederen toetsen de CDIU en EL&I of het civiele gebruik van de goederen voldoende zeker is. Ze toetsen op de combinatie van goederen, klant en eventuele tussenpersoon, en het opgegeven eindgebruik.
Besluit op een aanvraag
Pas als duidelijk is dat de militaire goederen een toegestaan militair
eindgebruik krijgen, en dual-use goederen geen gevaar vormen voor de
internationale veiligheid, geeft de CDIU namens EL&I een vergunning af.
Als het vertrouwen in een land en in het exportcontrolesysteem van dat land
groter is, is het meestal eenvoudiger een oordeel te vellen over de aanvraag van
de uitvoervergunning.
In sommige gevallen is uitvoer niet toegestaan. Bijvoorbeeld omdat de overheid twijfelt of de producten echt op de opgegeven plaats van bestemming aankomen, omdat de situatie in het land te gevaarlijk is, of omdat er een wapenembargo geldt tegen dat land. In dat geval ontvangt de aanvrager een afwijzingsbrief met een toelichting. Tegen het besluit van een afgewezen of toegewezen vergunning kan het bedrijf bezwaar maken. Bezwaar is niet mogelijk bij de uitspraak dat een wapenembargo geldt.
Voor de beoordeling van vergunningaanvragen heeft de overheid 8 weken de tijd.
Documenten en publicaties
Handboek strategische goederen en diensten
Op deze pagina vindt u het Handboek strategische goederen en diensten, met in de bijlagen de goederenlijsten. Het Handboek is met ...