Vraag en antwoord

Hoe is het afstuderen geregeld in het hoger onderwijs?

Het laatste opleidingsjaar in het hoger onderwijs staat in het teken van het afstuderen. Wanneer u een opleiding aan een universiteit volgt, bestaat het afstuderen uit een wetenschappelijk onderzoek. In het hoger beroepsonderwijs (hbo) loopt u stage en doet u een praktijkopdracht.

Afstuderen in het wo

In het wetenschappelijk onderwijs (wo) bestaat de afstudeerfase uit het uitvoeren van een wetenschappelijk onderzoek. Afhankelijk van uw opleiding gaat het om een literatuurstudie, een onderzoek bij een organisatie of een onderzoek op de universiteit zelf. Over het onderzoek schrijft u een afstudeerscriptie.

Afstuderen in het hbo

Het afstuderen in het hbo bestaat uit een afstudeerstage waarbij u een praktijkopdracht uitvoert voor een organisatie. Over deze praktijkopdracht schrijft u een stageverslag.

Beoordeling en toezicht

De beoordeling van stageverslagen en afstudeerscripties gebeurt door de stage- of afstudeerbegeleider van de opleiding. De examencommissie van de opleiding houdt toezicht hierop. Deze commissie is verantwoordelijk voor de toetsing en examinering.

In de onderwijs- en examenregeling (OER) van de opleiding vindt u informatie over de inhoud van de afstudeerrichtingen. Ook leest u er over welke kennis, inzichten en vaardigheden u moet beschikken na afronding van uw studie.

Bezwaar maken

Als u het niet eens bent met de gang van zaken rond het afstuderen, kunt u een klacht indienen bij de examencommissie van de opleiding. Tegen beslissingen van een hoger onderwijsinstelling kunt u in beroep gaan bij het College van Beroep voor de examens.

De rechtsbescherming van studenten in het hoger onderwijs is wettelijk geregeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW). De Inspectie van het Onderwijs (Onderwijsinspectie) ziet er op toe dat het hoger onderwijs de wet naleeft.