Vraag en antwoord
Wat is tweetalig onderwijs (tto) in het voortgezet onderwijs?
Bij tweetalig onderwijs (tto) volgen leerlingen een groot deel van het onderwijs in een andere taal. De meeste scholen kiezen voor Engels als tweede taal, maar er is ook een school die Duits aanbiedt. In de onderbouw havo/vwo is minstens 50% van de lessen in de andere taal. In de onderbouw vmbo vindt 30% van het onderwijs in de andere taal plaats.
Kenmerken tweetalig onderwijs
Een aantal kenmerken van het tto is:
- maximaal 50% van de lessen mag in het Engels;
- de docenten, vaak ‘native speakers’, hebben een speciale tto-opleiding gehad met daarin aandacht voor taalvaardigheid en tto-didactiek;
- het onderwijs in de vreemde taal mag niet ten koste gaan van het Nederlands;
- de school moet de leerlingen internationale activiteiten aanbieden. Tto-leerlingen werken bijvoorbeeld samen met leeftijdsgenoten uit andere landen.
Vakken onderbouw op tto-scholen
In de onderbouw havo/vwo krijgen kinderen ten minste 50% van het onderwijs in de vreemde taal. De scholen zorgen ervoor dat uit de onderstaande groepen vakken minimaal 1 vak in die vreemde taal wordt aangeboden:
- zaakvakken (zoals geschiedenis en aardrijkskunde);
- bètavakken (zoals wiskunde, natuurkunde, biologie);
- andere vakken (tekenen, muziek of lichamelijke opvoeding).
Daarnaast krijgen leerlingen extra lessen Engels.
Vakken bovenbouw op tto-scholen
In de bovenbouw wordt nog steeds extra aandacht besteed aan de andere taal, maar werken de leerlingen ook toe naar het Nederlandse eindexamen. Daarom zijn de vakken die in de vreemde taal worden aangeboden meer algemeen vormend van aard. Ze worden ook niet met een centraal eindexamen afgesloten. Het vak culturele en kunstzinnige vorming is hier een voorbeeld van.
In de vrije ruimte kunnen de leerlingen extra uren Engels volgen en worden ze voorbereid op een apart examen Engels van het International Baccalaureate (IB). Dit is een 2-jarig programma op vwo-niveau. Daarnaast kunnen leerlingen deelnemen aan internationale activiteiten, hun werkstuk in de vreemde taal schrijven of een stage in het buitenland volgen.
Tto in het vmbo
Het tto wordt ook in het vmbo ingevoerd. In het schooljaar 2010-2011 is een aantal vmbo-scholen gestart met het tweetalig onderwijs in alle leerwegen inclusief de beroepsgerichte leerwegen. De combinatie is meestal Nederlands-Engels, maar de scholen zijn vrij om een andere moderne taal te kiezen. De scholen mogen aanvullende toelatingseisen stellen (cito-score, motivatie, advies basisschool).
Eindexamen en certificaat
Leerlingen van tto-scholen doen gewoon in het Nederlands eindexamen en halen een regulier diploma vwo, havo of vmbo. Daarnaast krijgen ze een certificaat waaruit de extra competentie (meestal Engels) blijkt. Er zijn certificaten voor:
- leerlingen die met succes de onderbouw tweetalig hebben gedaan;
- leerlingen die tweetalig onderwijs tot het eindexamen hebben gevolgd;
- leerlingen die de laatste 2 jaar van havo of vwo het vak English B (higher level) of English A2 (standard of higher level) hebben gevolgd. Deze vakken sluiten ze af met een examen van het IB (International Baccalaureate). Bij een voldoende resultaat krijgen ze het IB-English A2 Certificate. Het IB-English certificaat wordt internationaal erkend.
Het certificaat voor leerlingen van een tweetalige vmbo-school wordt erkend in het mbo.
Kwaliteit van het tto
Het Europees Platform bewaakt de kwaliteit van tto-scholen. Hiervoor is een standaard ontwikkeld op basis waarvan een school een certificaat kan krijgen. Scholen die tto Nederlands-Engels in het voortgezet onderwijs aanbieden, kunnen een certificaat voor hun tto-afdeling aanvragen bij het Europees Platform.