Privacy en veiligheid bij gebruik telecomgegevens

Opsporingsinstanties kunnen telecomgegevens opvragen via het systeem van het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie (CIOT)  De overheid wil de privacy van gebruikers beschermen. Daarom kan niet iedereen zomaar gebruiksgegevens bij telecomaanbieders opvragen. Het CIOT beveiligt de gegevens en bewaart ze maximaal 24 uur.

Opvragen telecomgegevens alleen in bepaalde gevallen toegestaan

De Wet bescherming persoonsgegevens geldt ook voor de gegevens die opsporingsdiensten via het informatiesysteem van het CIOT opvragen. Dit betekent dat opsporingsdiensten alleen gegevens kunnen gebruiken als er een rechtmatige grondslag is om de privacy te schenden. Bijvoorbeeld bij een georganiseerde misdaad of een misdrijf waar minimaal 4 jaar gevangenisstraf op staat.

Telecomgegevens niet voor iedereen zichtbaar

Niet iedereen kan zomaar gegevens in het informatiesysteem inzien. Dit geldt ook voor de telefoon- en internetproviders; zij kunnen elkaars bestanden niet bekijken. Ook medewerkers van het CIOT kunnen gegevens niet inzien.

Het systeem is geen database maar een centraal bevragingspunt. Dit betekent dat het systeem de aanvragen voor gegevens automatisch doorstuurt naar telecombedrijven. De antwoorden gaan volledig beveiligd via het CIOT naar de opsporingsdiensten.

Wilt u weten of uw gegevens kloppen die via het CIOT-informatiesysteem opgevraagd kunnen worden? Dan kunt u daarvoor alléén terecht bij uw provider. Dit geldt ook als u uw gegevens wilt veranderen.

Controle op werking informatiesysteem en CIOT

Het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) controleert het CIOT en het gebruik van het informatiesysteem. Dit staat in het Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie. Tijdens het onderzoek kijkt het ministerie of het CIOT volgens de wet werkt. En of telecombedrijven de juiste informatie aanleveren bij het CIOT. Ook het College Bescherming Persoonsgegevens controleert. Zo kan het college onaangekondigd telecom- en internetaanbieders, opsporingsdiensten en het CIOT onderzoeken.

Rapporteren aan ministerie en parlement

Ieder jaar rapporteert het CIOT aan de minister van Veiligheid en Justitie over het gebruik van het systeem. Het CIOT meldt dan:

  • hoe vaak de opsporings-, veiligheids- en inlichtingendiensten informatie hebben gekregen om strafbare feiten op te sporen;
  • wat de rechtsgrondslag was van elk verzoek;
  • welke dienst het verzoek deed.

Deze informatie neemt VenJ op in de begrotingsverantwoording die het minister aan het parlement aanbiedt.

Veiligheidsdiensten: geen gebruik van PRISM

De Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) gebruiken het computerprogramma PRISM niet. Dat staat in een brief over PRISM van het kabinet aan de Tweede Kamer. PRISM is een elektronisch bewakingsprogramma waarmee de Amerikaanse geheime dienst (National Security Agency) het internetverkeer in de gaten kan houden. Volgens het kabinet hebben AIVD en de MIVD geen onbelemmerde, onbeperkte toegang tot het internet-en telefoonverkeer. Ook niet via buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten.

Verantwoordelijk ministerie

De Rijksoverheid. Voor Nederland.