Geschiedenis
Het ministerie van Algemene Zaken bestaat sinds 1937, met een korte onderbreking in de jaren 1945-1947.
Beginjaren, 1937-1945
Het ministerie van Algemene Zaken (AZ) wordt op 3 juli 1937 bij koninklijk besluit ingesteld. Tot die tijd deed een vakminister het minister-presidentschap 'erbij'. Dr. Colijn is in 1937 de eerste minister-president die eigen ondersteuning krijgt. Hij richt zich vanuit AZ uitsluitend op het voorzitterschap van de ministerraad.
Onder het kleine AZ, waar slechts 12 personen werken, komt ook de in 1933 opgerichte Regeringspersdienst te vallen. Het ministerie werkt nauw samen met het ministerie van Financiën en verhuist naar het Paleis aan de Kneuterdijk.
Na de Duitse inval in mei 1940 blijft het ministerie van Algemene Zaken in Den Haag bestaan. Daarnaast komt er een ministerie van Algemene Zaken in Londen. In Den Haag leidt het departement tijdens de Duitse bezetting een marginaal bestaan. Ook in Londen vervult het ministerie geen sleutelrol. Minister-president Gerbrandy coördineert de oorlogsvoering vanuit het nieuwe ministerie van Algemene Oorlogvoering van het Koninkrijk (AOK), dat in mei 1942 wordt opgericht. In de eerste helft van 1945 wordt zowel het Haagse als het Londense ministerie van Algemene Zaken opgeheven.
Na de oorlog, 1945-1948
Het 'AZ-loze tijdperk' duurt tot 11 oktober 1947. De eerste naoorlogse minister-president, Schermerhorn, behoudt de portefeuille van AOK. Hij vormt de kern van dat ministerie om tot een Kabinet Minister-President (KMP). De Regeringsvoorlichtingsdienst (RVD), die in september 1945 wordt opgericht, komt ook onder AOK te vallen. De RVD komt voort uit de sectie Voorlichting van het Militair Gezag en uit de Londense Regeringsvoorlichtingsdienst.
In 1946 wordt AOK opgeheven door minister-president Beel. Hij probeert eerst het minister-presidentschap te combineren met de portefeuille van Binnenlandse Zaken. Maar dat is te zwaar wanneer de Indonesië-kwestie gaat spelen. Daarom wordt op 11 oktober 1947 het departement van Algemene Zaken opnieuw ingesteld. Alle onderdelen van het in 1946 opgeheven ministerie van AOK gaan over naar AZ. Voor de coördinatie van de overheidsvoorlichting wordt in 1947 de Voorlichtingsraad ingesteld.
Opbouw en uitbouw, 1948-1970
In 1948 is de RVD met ongeveer zeventig medewerkers het grootste onderdeel van Algemene Zaken. Hierbij moet worden bedacht dat de andere departementen in die tijd nauwelijks aan publieksvoorlichting deden.
Onder minister-president Drees (1948-1958) blijft het KMP klein, gevormd door hoogstens drie hoofdambtenaren. Ook onder de ministers-presidenten Marijnen, Cals en Zijlstra blijft de omvang van het KMP klein.
Minister-president De Quay, die zichzelf voor dit ambt niet geschikt acht, neemt in 1959 als steunpilaar een staatssecretaris mee: Schmelzer. Deze beheert als staatssecretaris van Algemene Zaken de portefeuille bezitsvorming en publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. Bij de kabinetsformatie van 1963 vervalt het staatssecretariaat weer.
Na de Irenekwestie wordt de RVD in 1965 bij koninklijk besluit belast met de voorbereiding en uitvoering van de berichtgeving over het Koninklijk Huis.
Vanaf het premierschap van De Jong (1967-1971) wordt het KMP langzaam aan uitgebouwd. De Jong begint ook met het houden van een wekelijkse persconferentie voor de parlementaire pers na de ministerraad. De eisen die aan de overheidsvoorlichting worden gesteld, worden steeds hoger. De behoefte aan een duidelijk informatieloket waar burgers terecht kunnen, neemt toe. Vanaf eind jaren zestig fungeert de RVD als centrale brievenbus voor vragen van burgers. Zij sturen deze naar Postbus 51 (aan het Noordeinde in Den Haag).
Uitbreiding en professionalisering, 1970-1995
KMP
Het Kabinet Minister-President (KMP) wordt tijdens het kabinet-Den Uyl (1973-1977) uitgebreid omdat de minister-president sinds 1974 deelneemt aan de Europese Raad.
In 1977 verhuizen het KMP en de RVD naar het Binnenhof. In 1982 neemt de minister-president zijn intrek in het Torentje.
RVD
Het werk van de RVD verandert in de loop der jaren van karakter. Aanvankelijk gaat veel aandacht uit naar de productie, het beheer en de distributie van voorlichtingsmaterialen voor het publiek. In 1982 opent de RVD de Winkel van Postbus 51 op de hoek van de Hofweg/Lange Poten in Den Haag. Hier kan het publiek terecht voor folders, foto's, films en video's. Deze winkel verhuist in 1987 naar Het Noordeinde.
In de jaren tachtig verschuift het accent binnen de RVD naar een meer communicatiewetenschappelijke benadering van de publieksvoorlichting. De Directie Toepassing Communicatietechniek (DTC) adviseert ministeries op het gebied van communicatie en houdt zich bezig met onderzoek op dit terrein.
WRR
In 1972 wordt onder minister-president Biesheuvel een voorlopige Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het leven geroepen. Volgens de instellingswet WRR uit 1976 bestaat er behoefte aan een vast college van advies en bijstand dat stelselmatig informatie kan bieden over ontwikkelingen die op langere termijn de samenleving beïnvloeden.
De WRR is onafhankelijk en wordt ondersteund in zijn werkzaamheden door het bureau van de WRR. Samen vallen zij onder AZ. De leden van de WRR worden voor een periode van vijf jaar benoemd en stellen zelf een werkprogramma op.
AZ, 1995 tot nu
KMP
Eind jaren '90 verandert de structuur van het KMP. De raadadviseurs, die tot
die tijd elk hun eigen beleidsterrein hadden, gaan in clusters werken. Hierdoor
kunnen de interdepartementale beleidsterreinen beter in samenhang worden
overzien.
Daarnaast treden de raadadviseurs op als secretaris van een van de onderraden
van de ministerraad. Ook de secretaris van de ministerraad maakt deel uit van
het KMP.
De secretaris-generaal van AZ is coördinator van de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. In 2003 wordt de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) beheersmatig ondergebracht bij AZ.
RVD
In januari 1995 gaat de Postbus 51 Infolijn van start. Twee jaar later wordt deze ondergebracht bij de RVD. Tegelijk wordt de Winkel van Postbus 51 aan het Noordeinde in Den Haag gesloten. De taken van de Infolijn worden vanaf eind jaren '90 steeds verder uitgebreid. Onder de naam Postbus 51 Informatiedienst heeft de Infolijn tegenwoordig een eigen drukbezochte website en beantwoordt zij telefonische vragen en e-mails. Dit doet zij sinds een aantal jaren voor alle ministeries, zodat instellingen en burgers met vragen op één plaats terecht kunnen. De Postbus 51 Informatiedienst maakt nu deel uit van de Dienst Publiek en Communicatie (DPC), de vroegere DTC.
Dienst Publiek en Communicatie (DPC) helpt ministeries en daaraan verbonden instellingen (zoals uitvoeringsorganisaties) beter te communiceren met burgers. De dienst geeft onder meer communicatieadvies aan departementen, begeleidt de massamediale campagnes, doet de centrale media-inkoop, en ontwikkelt leerroutes voor communicatieprofessionals zodat zij bijblijven in hun vakgebied. DPC is per 1 januari 2005 een baten-lastendienst geworden, vroeger agentschap geheten. Sinds 2009 valt DPC niet meer onder de RVD, maar vormt het een zelfstandig onderdeel van AZ.
In 2002 wordt de (gehele) RVD omgevormd tot een directoraat-generaal binnen AZ.
WRR
In de Instellingswet WRR is in 1997 vastgelegd dat de raad in het vervolg zijn werkprogramma vaststelt na overleg met de minister-president. Hij raadpleegt hierover de ministerraad. De minister-president draagt de voorzitter van de WRR en de leden van de raad voor benoeming voor en doet ook een voordracht voor de benoeming van een directeur van het bureau van de WRR.
De WRR heeft sinds 1972 meer dan tachtig rapporten gepubliceerd. De rapporten hebben een grote variatie in onderwerpen, zoals innovatie, schooluitval, internationale samenwerking, zorg, informatietechnologie, islam, mediabeleid en klimaat.
