Arbobeleid
Werkgevers zijn verplicht om een arbobeleid te voeren, zodat werknemers veilig en gezond kunnen werken. De overheid stelt doelen vast voor de mate waarin werknemers moeten worden beschermd.
Arbowetgeving
De arbowetgeving bestaat uit zogeheten doelvoorschriften, die zijn gekoppeld aan duidelijke wetenschappelijk onderbouwde normen en grenswaarden. De doelvoorschriften geven het gewenste resultaat aan. Bijvoorbeeld: “Boven 80 decibel moet de werkgever zijn werknemers voorlichten en zorgen dat zij over de juiste gehoorbescherming beschikken”. Werkgevers en werknemers bepalen vervolgens zelf hoe zij aan deze resultaten willen voldoen.
De doelvoorschriften staan in:
- de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). De Arbowet bevat de algemene rechten en plichten voor werkgevers en werknemers;
- het Arbeidsomstandighedenbesluit (Arbobesluit). Het Arbobesluit is een
uitwerking van de Arbowet en bevat concrete arbovoorschriften ingedeeld naar
onderwerp, bijvoorbeeld beeldschermwerk, lawaai of gevaarlijke stoffen, die voor
alle werknemers en sectoren gelden. Van de 400 bepalingen vloeit 90%
rechtstreeks voort uit EG-richtlijnen en door Nederland geratificeerde
ILO-verdragen; - de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling). De Arboregeling bestaat uit zogenaamde delegatiebepalingen, of nadere regelgeving, die per ministeriële regeling zijn vastgesteld. De Arboregeling volgt dezelfde structuur als het Arbobesluit;
- Arbobeleidsregels. De meeste zijn per 1 januari 2011 ingetrokken.
Inspectie SZW (voorheen: Arbeidsinspectie)
De Inspectie SZW (voorheen
Arbeidsinspectie - AI) controleert of een
bedrijf voldoet aan de wettelijke voorschriften en kan bij overtredingen boetes
opleggen zonder tussenkomst van een rechter. De werkgever wordt met dit
lik-op-stukbeleid sneller geconfronteerd met de gevolgen van zijn nalatigheid.
De Inspectie SZW kan aan een werkgever (en werknemer) boetes opleggen tot
maximaal € 22.500 per beboetbaar feit.
Meer controle op overtredingen arbowetgeving
In 2012 controleert de Inspectie SZW strenger op ongezonde of onveilige arbeidsomstandigheden. Bedrijven die de wet overtreden kunnen van de inspectie hogere boetes krijgen en in het uiterste geval worden stilgelegd. Bij bedrijven die zich wél aan de wet blijken te houden, gaat de inspectie juist minder vaak langs.
De regering is van plan de maatregelen tegen overtredingen van arbeidsregelingen aan te scherpen. Hiervoor is het wetsvoorstel ‘Aanscherping handhaving en santiebeleid SZW-wetgeving’ ingediend. Het wetsvoorstel bevat de volgende maatregelen.
Meer en hogere boetes
Er zullen vaker boetes opgelegd worden en minder zaken voor de rechter komen.
In praktijk blijkt de rechter vaak geen zwaardere straf te geven dan de boete
die de Inspectie SZW kan opleggen. Zware overtredingen waarbij mensen
overlijden, blijven wel een zaak voor de rechter.
De boetes gaan omhoog: bij een 2e overtreding wordt de boete 2 maal zo hoog, bij
de 3e overtreding 3 maal zo hoog. Er is sprake van een 2e of 3e overtreding als
die binnen 5 jaar na de vorige overtreding plaatsvindt. Bij ernstige
overtredingen geldt een termijn van 10 jaar. Het maakt daarbij niet uit of het
om dezelfde soort overtreding gaat of een andere.
Preventief het werk stilleggen na 2 of 3 overtredingen
Preventief stilleggen is bedoeld om herhaling van een overtreding te
voorkomen en kan maximaal 3 maanden duren. Voor iedere arbeidsregeling wordt
apart omschreven wanneer de maatregel mag worden opgelegd.
Het voorstel is ingediend bij de Tweede Kamer. De nieuwe regels treden in
werking als de Tweede en Eerste Kamer het voorstel hebben behandeld en
goedgekeurd. Daarna moet de wet in het Staatsblad gepubliceerd worden. De wet
zal waarschijnlijk in 2013 in werking treden. De exacte datum is nog niet
bekend.
Zelfinspectie door bedrijven
Een bedrijf is zelf verantwoordelijk voor een goede naleving van de
arbowetgeving. Dat is niet altijd eenvoudig. Daarom ontwikkelt de Inspectie SZW
digitale hulpmiddelen waarmee bedrijven zelf een eenvoudige inspectie kunnen
uitvoeren. Een voorbeeld daarvan is de
zelfinspectie voor bedrijven
met gevaarlijke stoffen. Andere digitale hulpmiddelen zijn in ontwikkeling,
zoals een hulpmiddel dat het risico op ongevallen in kaart brengt.
Deze zelfinspecties vervangen de controles van de Inspectie SZW niet. Het zijn slechts hulpmiddelen om te controleren of een bedrijf aan de regels voldoet en welke maatregelen een bedrijf zou moeten nemen.
Arbocatalogi
Werknemers en werkgevers kunnen op branche- of sectorniveau afspraken maken over hoe zij aan arbovoorschriften willen voldoen. Deze afspraken over bijvoorbeeld technieken en methoden, goede praktijken, normen en praktische handleidingen leggen zij vast in een zogeheten arbocatalogus. De arbocatalogus moet worden goedgekeurd door de Inspectie SZW. Tijdens inspecties hanteert de Inspectie SZW de arbocatalogi en de door hen zelf uitgegeven arbo-branchebrochures.
Sectoren kunnen voor het opstellen van arbocatalogi een subsidie krijgen van € 10.000.
Certificatie
Voor een aantal producten, werkzaamheden en systemen die werknemers in gevaar
kunnen brengen, is een certificaat wettelijk verplicht. Voorbeelden zijn het
certificaat arbodienst en het certificaat voor asbestverwijderingsbedrijven. Een
certificaat geeft aan dat aan bepaalde kwaliteitseisen is voldaan.
Certificerings- en keuringsinstellingen
(cki’s) geven de certificaten af en controleren periodiek of het product,
persoon of systeem nog steeds voldoet aan de eisen. De
Raad voor Accreditatie (RvA) houdt toezicht
op de cki's.
Wijziging stelsel van wettelijke arbo-certificaten
Per 1 januari 2012 is het stelsel van wettelijke arbo-certificaten gewijzigd. Belangrijke veranderingen zijn dat eisen toetsbaar zijn geformuleerd en dat voortaan vastligt welke sanctie volgt op een overtreding. De controle op de naleving van arbo-certificaten wordt daardoor effectiever. Bedrijven die de regels niet naleven, zullen veel sneller tot corrigerende maatregelen worden gedwongen en certificaten kunnen eerder worden ingetrokken.