Vraag en antwoord
Wanneer moet ik de autogordel gebruiken?
U moet altijd een autogordel gebruiken als uw zitplaats een autogordel heeft. Dit geldt zowel voorin als achterin een auto als een ander voortuig. Gordels mogen niet worden gedeeld. Als op alle zitplaatsen gordels aanwezig zijn, mag het aantal passagiers niet groter zijn dan het aantal autogordels.
Geen autogordels aanwezig
Niet alle motorvoertuigen zijn voorzien van autogordels op alle zitplaatsen. In sommige gevallen, bijvoorbeeld bij auto’s van voor 1 januari 1990, zijn gordels voorin het voertuig wel verplicht en achterin niet. Meer informatie over de verplichte aanwezigheid van autogordels vindt u in de Regeling voertuigen. Zie hiervoor artikel 5.2.47 voor personenauto's, artikel 5.3.47 voor bedrijfsauto's en artikel 5.5.47 voor driewielige motorrijtuigen.
Kinderen en autogordels
Kinderen korter dan 1,35 meter moeten zowel voorin als achterin een kinderzitje gebruiken (dit kan een zittingverhoger zijn). Als ze langer zijn mogen ze de autogordel gebruiken en eventueel een zittingverhoger, om beter in de gordel te zitten (heupgedeelte zo laag mogelijk over het bekken, diagonaal deel over de schouder). Zie voor de details over de regels bij het vervoer van kinderen en de uitzonderingen daarop de website www.autokinderzitjes.nl.
Volwassenen en autogordels
Volwassenen moeten voorin en achterin de auto de autogordel om. Volwassenen die kleiner zijn dan 1,35 meter hoeven geen kinderzitje te gebruiken. De regelgeving voor het gebruik van een zogenaamd kinderbeveiligingsmiddel geldt alleen voor personen onder de 18 jaar.
Zwanger en gebruik autogordel
Voor de veiligheid van zwangere vrouwen en hun ongeboren kind is het verstandig om de autogordel op de juiste manier te dragen. Het heupgedeelte van de autogordel komt dan onder de buik, zo laag mogelijk over het bekken. Het diagonale deel van de gordel komt over de borst boven de buik.
Rolstoelgebruikers en autogordels
Ook rolstoelgebruikers of gehandicapten zijn verplicht een veiligheidsgordel te gebruiken in de auto. De bestuurder moet zorgen dat de gehandicapte passagier met de beschikbare gordel beveiligd is.
Rolstoelgebruikers met een afwijkende zit- of lighouding, mogen ook
gebruikmaken van een gordel die wordt vastgemaakt aan het systeem waarmee de
rolstoel aan de vloer van het voertuig is bevestigd. Voor informatie over het
veilig vastzetten van rolstoelgebruikers kunt u terecht bij
Stichting Vast=Beter.
Als een handicap het onmogelijk maakt een gordel te dragen, moet de gehandicapte een ontheffing aanvragen via de divisie Rijgeschiktheid van het CBR.
Gordels niet verplicht in de bus
Het dragen van een gordel in een bus die een lijndienst uitvoert is binnen de bebouwde kom niet verplicht. Dat is uit praktische overwegingen omdat steeds passagiers instappen, opschuiven en uitstappen. In veel gevallen zijn er ook geen gordels aanwezig. Voor het overige moet in bussen/touringcars met gordels wel degelijk de gordel worden gedragen. Zo wordt onder andere voorkomen dat als de bus kantelt passagiers onder de bus bekneld raken.
Boete bij niet dragen gordel
U kunt een boete krijgen als u geen gordel draagt. Vervoert u een kind tot 12
jaar niet volgens de regels, dan is de boete voor u. Oudere kinderen krijgen
zelf de bekeuring als zij de autogordel niet gebruiken. De geldende boetes vindt
u in de
Boetebase van het Openbaar Ministerie
(OM).
Veiligheidsgordel en schadevergoeding bij ongeval
Wanneer u geen autogordel draagt, kan de verzekeringsmaatschappij de schadevergoeding bij verwondingen door een auto-ongeval niet of maar gedeeltelijk uitkeren.