Wetten en regels biotechnologie

De meeste regels voor biotechnologie komen van de Europese Unie (EU). De regels waarborgen de veiligheid van mens en milieu, de bescherming van keuzevrijheid van de consument en eerlijke concurrentie.

(Inter)nationale regels

De eisen die de EU stelt aan de activiteiten met ggo’s zijn vastgelegd in verordeningen en richtlijnen. De verordeningen zijn in alle landen van kracht. Alle EU-lidstaten moeten de Europese richtlijnen verwerken in hun nationale wetgeving. In Nederland zijn de meeste (EU) regels voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen opgenomen in het externe link: Besluit genetisch gemodificeerde organismen Milieubeheer en de externe link: Regeling genetisch gemodificeerde organismen.

Een externe link: overzicht van de nationale, internationale en EU-richtlijnen voor biotechnologie staat op overheid.nl.

Protocol voor import en export ggo’s

Om de biodiversiteit, mens en milieu te beschermen zijn er internationale regels over de import en export van genetisch gemodificeerde organismen. Dit is vastgelegd is het externe link: Biosafety Protocol (of Cartagena Protocol) van de Verenigde Naties. Dit protocol is sinds 2003 van kracht.

In het Biosafety Protocol staan procedures voor de import en export van levende genetisch gemodificeerde organismen. Ook zijn afspraken gemaakt voor internationale kennisuitwisseling. Zo is er het externe link: Biosafety Clearing House, een internationale database voor de uitwisseling van gegevens over levende genetisch gemodificeerde organismen.

Verder zijn er afspraken gemaakt om eventuele om eventuele milieuschade die door ggo’s is aangericht te herstellen, bijvoorbeeld als een genetisch gemodificeerd organisme andere soorten zou verdringen. De kosten van het herstel komen voor rekening van degene die verantwoordelijk is voor de schade.