Veilig online en e-privacy
Het kabinet wil dat consumenten veilig online kunnen gaan. Maar zij hebben daarin ook een eigen verantwoordelijkheid. Bewust of onbewust laten mensen persoonlijke gegevens achter op het web. Hierdoor neemt het risico op verlies en misbruik van persoonsgegevens toe.
Ook op sociale netwerksites laten gebruikers veel persoonlijke informatie achter. Criminelen kunnen deze gegevens stelen om strafbare feiten te plegen (identiteitsfraude).
Oppassen voor misbruik
Gebruikers kunnen de risico’s op misbruik verkleinen door onder andere:
- goed af te wegen welke informatie zij online zetten;
- in de gaten te houden welke digitale sporen zij achterlaten;
- veilig elektronisch zaken te doen.
Beveiligde programma’s
Om veilig online te gaan, hebben gebruikers de juiste programma’s nodig. De Rijksoverheid overlegt daarom met de leveranciers van hardware en software over hoe zij ICT-systemen veiliger kunnen maken. Onderdeel daarvan is een goede voorlichting aan gebruikers over de beveiliging.
Ook stelt de overheid strenge eisen aan de beveiliging van gegevens die door overheidsorganisaties worden bewaard en gebruikt.
Veilig online zakendoen
Nederlanders doen in verhouding tot andere consumenten in de Europese Unie
relatief weinig zaken online. Het kabinet wil dit veranderen, onder meer door
consumenten voor te lichten over veilig zakendoen en hun rechten en plichten
online. Dit gebeurt via programma’s zoals
Digivaardig & Digibewust
en campagnes als
Veilig
Internetten.
Maar voorlichting alleen is niet genoeg. Consumenten en ondernemers moeten ook maatregelen nemen, bijvoorbeeld de beveiliging van de software op tijd updaten. De programma’s ‘Bescherm uw onderneming’ van ICT-Office en de Digibarometer vanuit Digivaardig Digibewust sluiten hier op aan. Deze programma’s geven gebruikers een checklijst om een goede risicoanalyse te maken en beveiligingsmaatregelen te nemen.