Vraag en antwoord

Wanneer is het gebruik van zwaailichten en sirenes toegestaan?

Hulpdiensten zoals politie, ambulance en brandweer mogen optische signalen (blauw zwaailicht) en geluidssignalen (sirene) voeren. Regelgeving over zwaailichten en sirenes is vastgelegd in de Regeling optische en geluidssignalen 2009.

Zwaailicht en sirene voor hulpdiensten

De volgende diensten mogen optische signalen en geluidssignalen voeren:

  • politie, ambulances en brandweer;
  • door de minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) aangewezen hulpdiensten: piketdiensten, wachtdiensten zoals nachtdokters van GGD'en en verplegend personeel ingezet bij spoedeisende hulpverlening;
  • ambulancemotoren en de dienstdoende arts van een doktersnachtdienst, als de melding is binnengekomen bij de Centrale Post Ambulancedienst (CPA).

Kleuren van zwaailichten

De externe link: Regeling optische en geluidssignalen 2009 (artikel 5 en 6) kent 3 kleuren zwaailichten. Namelijk blauwe, groene en gele zwaailichten.

Blauw zwaailicht
Blauwe zwaailichten worden alleen gebruikt voor dringende taken die worden uitgevoerd door de politie, brandweer en diensten voor spoedeisende medische hulpverlening, zoals een ambulance.

Groen zwaailicht
Groene zwaailichten mogen alleen worden gebruikt door het commandovoertuig dat hoort bij de politie, brandweer of ambulance.

Geel zwaailicht
Een geel zwaailicht mag alleen gebruikt worden om andere weggebruikers te wijzen op een bijzondere of een gevaarlijke situatie, zoals het takelen van een auto met pech. Het voeren van gele zwaailichten geeft geen voorrangsrechten.

U hoeft geen vergunning of ontheffing aan te vragen voor het gebruik van een geel zwaailicht. Het gele zwaailicht mag gebruikt worden op het daartoe bedoelde motorvoertuig bij:

  • het verlenen van hulp op of langs de weg;
  • werkzaamheden aan, op of rondom wegen, inclusief sneeuwruimen en het strooien van gladde wegen;
  • hulpverlening aan voertuigen en het repareren of bergen en wegslepen van voertuigen;
  • het vervoer van een ondeelbare lading (bijvoorbeeld een graafmachine, een damwand of een boot) waarvoor ontheffing is verleend;
  • het begeleiden van transporten waarvoor een ontheffing is verleend; 
  • het begeleiden van militaire colonnes;
  • het rijden met landbouw- of bosbouwtrekkers en motorvoertuigen met beperkte snelheid. Of door deze voertuigen getrokken aanhangwagens die inclusief de lading breder zijn dan 2.60 meter.

Zelfde sirenes, zwaailichten en stripings voor alle hulpdiensten

Alle hulpdiensten gaan dezelfde sirenes, zwaailichten en stripings voeren. De tweetonige hoorn (politie en brandweer) en drietonige hoorn (ambulances) wordt vervangen door een nieuwe tweetonige hoorn. Door nieuwe eisen aan de toonhoogte en de frequentie is de sirene beter hoorbaar.

Gebruik van nieuwe sirenes en zwaailichten door hulpdiensten

Sinds 1 maart 2009 mogen voertuigen van hulpdiensten de nieuwe sirenes en zwaailichten gebruiken. Alle nieuwe hulpvoertuigen die vanaf 1 september 2009 door ambulancediensten, brandweer en politie in gebruik genomen worden, moeten verplicht uitgerust zijn met de nieuwe sirenes en zwaailichten. Bestaande voertuigen moeten op 1 maart 2014 zijn voorzien van de nieuwe sirenes en zwaailichten.

Striping voertuigen hulpdiensten

De hulpverleningsvoertuigen van ambulance, brandweer, politie en reddingsbrigade in Nederland zijn voorzien van standaard kleuren en strepen per dienst. Dit wordt striping genoemd. Het doel van deze striping is de herkenbaarheid van deze voertuigen en de veiligheid van de hulpverleners te vergroten. Alle hulpdiensten gaan dezelfde stripings voeren. Informatie over de nieuwe stripings vindt u op www.ambulancestriping.nl, www.brandweerstriping.nl en www.politiestriping.nl.