Internationale aanpak vrede en veiligheid
Oorlog kan door uiteenlopende oorzaken ontstaan en blijven bestaan. Nederland kiest daarom in het buitenlandbeleid voor een integrale aanpak van problemen die aan oorlog ten grondslag liggen.
Oorzaken van conflicten en oorlog
De laatste decennia zijn er over het algemeen meer gewapende conflicten binnen landen dan tussen landen. In Sudan en Rwanda bijvoorbeeld voerden bevolkingsgroepen langdurige en bloedige oorlogen.
Daarbij strijden groeperingen vaak om grondstoffen, zoals oliebronnen, papavervelden of diamant- en goudmijnen. Soms wordt de oorlog veroorzaakt door sociale ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen. Hierbij is een deel van de bevolking rijk en een ander deel extreem arm. Ook snelle bevolkingsgroei, slecht bestuur of religie en etnische afkomst spelen een rol. Meestal is het een combinatie van deze factoren die tot oorlog leidt.
De oplossing van deze conflicten wordt vaak bemoeilijkt doordat ze grenzen overschrijden. Gewapende groepen laten zich meestal niet tegenhouden door landsgrenzen. Ook zijn etnische groepen vaak over meerdere landen verspreid. Hierdoor kan een oorlog overslaan naar buurlanden of bevolkingsgroepen in deze buurlanden.
Het bereiken van een vredesakkoord is hierdoor in veel gevallen een complex proces. Een vredesakkoord in een deel van het land, kan bijvoorbeeld door splinterpartijen in een ander deel van het land worden verworpen. Ook kunnen veranderingen in de politieke en sociale situatie van een land er voor zorgen dat een oorlog weer oplaait. In 30% van de landen waar een conflict is geweest, breekt binnen 10 jaar opnieuw geweld uit. In Afrika ligt dat percentage zelfs op 50%.
Wederopbouw
Als een gewelddadig conflict is afgelopen, blijft het getroffen gebied vaak in een desastreuze situatie achter. Wegen, bruggen, havens en andere infrastructuur zijn meestal volledig kapot. De economie functioneert nauwelijks nog en van politieke instituties en het openbaar bestuur is ook weinig over. Ook zijn er veel vluchtelingen, gewonden en mensen met psychische trauma's.
Op al deze terreinen moet dus actie ondernomen worden. Dat kan alleen als de bevolking van het land die wederopbouw zelf in handen neemt. De mensen en groeperingen in het land zelf moeten een belangrijke stem hebben om de prioriteiten en de verdeling van de financiële middelen mede te bepalen.
Soms duurt het vele jaren voordat een land weer een beetje is opgekrabbeld. Bij de wederopbouw is een goede coördinatie tussen landen die geld geven en hulporganisaties van het grootste belang. Ook moet er oog zijn voor het regionale karakter van conflicten. De wederopbouw moet dus niet alleen gericht zijn op het conflictland zelf, maar ook op omringende landen.
Internationale samenwerking
Om conflicten op te lossen of te voorkomen, is het meestal niet voldoende om de strijdende partijen aan tafel te krijgen en een staakt-het-vuren af te spreken. De oorzaken van de problemen moeten worden aangepakt.
Conflicten oplossen en nieuwe oorlogen voorkomen lukt alleen met een brede, goed gecoördineerde internationale aanpak. Dat gebeurt meestal onder de vlag van 3 internationale samenwerkingsverbanden:
- de
Verenigde Naties (VN) is de internationale
organisatie waarin 192 landen samenwerken aan vrede en respect voor de rechten
van de mens. De VN kan besluiten tot internationale militaire missies en
bijvoorbeeld sancties; - de
Noord-Atlantische
Verdragsorganisatie (NAVO). De NAVO vormt een politiek-militair
bondgenootschap van onafhankelijke staten. Doel is de veiligheid van de
lidstaten te verzekeren en het grondgebied van alle deelnemende landen te
beschermen; - de
Europese Unie
heeft het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) opgesteld. Op
basis van dit beleid kan de EU besluiten militaire en civiele missies te zenden
om de veiligheid, vrede en mensenrechten in de wereld te bevorderen.
Door de samenwerking van zo veel mogelijk landen kunnen voldoende geld en bijvoorbeeld manschappen bij elkaar worden gebracht. Ook zorgt die samenwerking voor grote druk op de strijdende partijen om het conflict op te lossen.
Middelen om conflicten te beïnvloeden
De internationale gemeenschap heeft verschillende mogelijkheden om invloed uit te oefenen op een conflict of het ontstaan daarvan. Het gaat daarbij om:
- Opbouw en preventie. Met training, advies en geld helpt de internationale gemeenschap armoede en onveiligheid te bestrijden. Daarnaast kunnen landen een bijdrage leveren aan de opbouw van de overheid in een land. Dat kan bijvoorbeeld door steun te geven aan de organisatie van verkiezingen of door overheidsinstellingen op te richten, zoals een Kamer van Koophandel.
- Sancties opleggen aan een land. Daarbij kan het gaan om een boycot van bijvoorbeeld de olieleveranties van het land waar oorlog heerst. Ook kunnen landen weigeren om wapens te leveren aan landen die in oorlog zijn. Meer informatie hierover is te vinden onder Sancties.
- Militair ingrijpen. Door militairen in te zetten, kunnen strijdende groepen uit elkaar worden gehouden. Ook worden Nederlandse militairen ingezet om bijvoorbeeld piraterij te bestrijden. Meer informatie hierover is te vinden onder Missies.
- Handhaven van de internationale rechtsorde. Het Internationaal Strafhof in Den Haag en verschillende tribunalen vervolgen oorlogsmisdadigers. Meer informatie hierover is te lezen onder Internationale rechtsorde.
Nederlandse prioriteiten in het buitenlandbeleid
Bij de aanpak van conflicten en oorlog kiest Nederland voor een geïntegreerde aanpak. Hierbij werken vooral de ministeries van Buitenlandse Zaken, Defensie en Economie, Landbouw en Innovatie nauw samen. Op die manier kunnen financiële, politieke, economische en eventueel militaire instrumenten in overeenstemming worden ingezet.
Nederland besteedt vooral aandacht aan 4 (voormalige) conflictgebieden:
- Afghanistan
- Het Grote Merengebied (Congo, Burundi, Uganda, Rwanda)
- Sudan
- Westelijke Balkan
Israël en het Middenoosten
Daarnaast wil het kabinet investeren in de band met de staat Israël. Nederland blijft voorstander van een alomvattend vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen. Uitgangspunt daarbij is een twee-statenoplossing, waarbij een Joodse staat en een Palestijnse staat naast elkaar bestaan. Dit staat omschreven in het Regeerakkoord.
Binnen de tweestatenoplossing erkennen beide volken elkaars bestaansrecht. De grenzen van 1967, voor de 6-daagse oorlog, vormen daarbij het uitgangspunt. De Palestijnse staat zal bestaan uit de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. De Joodse staat Israël zal bestaan uit de resterende 78% van het historische Palestina. Verder moet Israël de illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en steden als Jericho, Nabloes en Hebron opgeven. Deze steden zien zij als deel van het Heilige Land.
Stabiliteitsfonds
Nederland geeft geld aan activiteiten die een stabiele en veilige samenleving
bevorderen. Daarvoor heeft Nederland het
Stabiliteitsfonds
opgericht.
Met het Stabiliteitsfonds levert Nederland een financiële bijdrage aan het proces van vredesopbouw. Voorbeelden zijn het opruimen van mijnen en het demobiliseren van oud-strijders. Andere voorbeelden zijn adviestrajecten en ondersteuning van leger en politie.
De Nederlandse ambassades kunnen voorstellen indienen voor projecten in het land waar ze gevestigd zijn. Internationale organisaties, zoals de Verenigde Naties, voeren de activiteiten meestal uit. Een ontwikkelingsland kan dit natuurlijk ook zelf doen.
Financiering vanuit Ontwikkelingssamenwerking
Het kabinet wil dat missies of delen daarvan worden gefinancierd vanuit de
begrotingsmiddelen voor Ontwikkelingssamenwerking. Het kabinet zet zich in om de
de internationale criteria hiervoor aan te passen. Deze criteria zijn opgesteld
door het
Development
Assistance Committee van de OESO.