Toespraak staatssecretaris Boswijk bij Hague Centre For Strategic Studies over leveringszekerheid

Beste aanwezigen,

Wat niet veel mensen weten, is dat Europa zijn bevrijding tijdens de Tweede Wereldoorlog deels te danken heeft aan Pluto.
Ik heb het inderdaad niet over die guitige, gele hond van Mickey Mouse.
Nee, ik heb het over de Pipe Line Under The Ocean, afgekort Pluto. Een van de grootste technische hoogstandjes uit de oorlog. Vanwege de enorme hoeveelheden brandstof die het oprukkende leger in Frankrijk verbruikte, maakten de geallieerden pijpleidingen onder het kanaal door van Zuid-Engeland naar Noord-Frankrijk.

Mocht iemand deze zomervakantie in Zuid-Engeland doorbrengen dan kan je nog steeds een kamer boeken in het Pluto House in Dungeness.

Dagelijks stroomde er zo’n 4 miljoen liter brandstof naar Frankrijk en tegen het einde van de oorlog was er bijna 700 miljoen liter afgeleverd. Een bewonderenswaardig staaltje techniek en logistiek dat wordt gezien als een van de sleutels tot de succesvolle invasie.

Succesvol oorlog voeren, staat of valt met goede logistiek. In het verleden hadden we het dan over voedsel voor mens en dier, wapens, munitie en andere voorraden.

Vanaf de Tweede Wereldoorlog is daar een onmisbaar onderdeel bijgekomen: brandstof voor het varende, vliegende en rijdende materieel.
Nog altijd zijn deze wapensystemen doorslaggevend en daarmee is energie voor Defensie ‘mission critical’. Zonder brandstof kunnen we niet vliegen, varen, rijden, oefenen en vechten. ‘No Fuel, No Fight’.

Wat we nu zien met alle onrust in het Midden-Oosten zagen we eerder bij Russisch gas: eenzijdige  afhankelijkheid van energie in de vorm van fossiele brandstof maakt kwetsbaar en kan worden ingezet als choke point.

Helaas worden dergelijke drukmiddelen in de huidige geopolitieke setting steeds vaker gebruikt. En dus moet we ons hier tegen wapenen.
Dat doen we met name door diversificatie. Dus ervoor zorgen dat we voor onze energiebehoefte niet volledig afhankelijk zijn van een knelpunt als de Straat van Hormus.

Diversifiëren doen we zodoende ook door duurzame alternatieven voor fossiele brandstof te gebruiken. Zoals voormalig Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp al jaren terecht betoogd, hangen duurzaamheid, klimaatverandering en veiligheid direct met elkaar samen.
De potentiele gevolgen van temperatuur- en zeespiegelstijging zijn groot. Honger, overstromingen en vluchtelingestromen kunnen een enorme impact hebben op de wereldwijde veiligheidssituatie en juist in Europa zullen wij dat voelen. 

We moeten dan ook echt een been bijtrekken om onze eigen klimaatdoelen te halen. Klimaatverandering is een veiligheidsprobleem en het gebruik van duurzame energie is in ons eigen belang.
Die verantwoordelijkheid voelen we absoluut en we moeten dus nog steviger inzetten om onze afhankelijkheid van fossiele brandstof te verminderen. 
Daarvoor mengen we biobrandstof bij onze fossiele brandstof en waar dat operationeel mogelijk is, proberen we materieel te elektrificeren.
We oefenen zoveel mogelijk met vliegtuig- en voertuigsimulatoren. We gebruiken zonnepanelen, LED-verlichting en investeren in zuiniger motoren, in innovatie en de ontwikkeling van bijvoorbeeld synthetische brandstoffen.

Hoe sneller en ruimer dit soort alternatieven voorhanden zijn, hoe beter, maar we moeten wel eerlijk zijn. Defensie moet gelijktijdig twee wegen bewandelen: die van de korte en de lange termijn.
Op de korte termijn draait het voor de krijgsmacht om  opschalen, zorgen voor energiezekerheid en voortzettingsvermogen. Zo snel mogelijk toegerust zijn voor de toegenomen dreiging en daarbij zijn fossiele brandstoffen onmisbaar.

Onze belangrijkste wapensystemen zijn zeker de komende 15 jaar nog operationeel en ook recente aankopen hebben een levensduur van zeker 30 jaar en zijn grotendeels gestoeld op fossiele brandstoffen.
Overstappen is pas een optie als er alternatieven voorhanden zijn op een schaal die grootschalige militaire inzet mogelijk maken. Dat is nu niet het geval.

Daarnaast willen we voorkomen dat het gebruik van alternatieven ten koste gaat van ons vermogen om samen te werken met bondgenoten. Andere brandstofsystemen betekent dat onderdelen tijdens inzet niet meer uitwisselbaar zijn. En juist het vergroten van de interoperabiliteit met onze bondgenoten is een speerpunt.

Aangezien we ook nog eens heel hard moeten groeien, zal het verbruik van fossiel op de korte termijn in absolute zin zelfs eerder toe- dan afnemen.
We moeten op zoek moeten naar alternatieven voor fossiele brandstoffen. Maar niet overhaast. Ook aan een alternatief als biobrandstof kleven serieuze nadelen.
Zoals ongewenste afhankelijkheid van China, dat de grootste producent is van de grondstoffen zoals plantaardige olie.

Daarmee kom ik bij misschien wel het belangrijkste punt uit mijn verhaal: Defensie kan dit niet alleen. Zo hebben we voor het vinden van alternatieven de petrochemische industrie en innovatieve bedrijven nodig.
Maar eigenlijk heb ik het over het hele energievraagstuk. Daarin zijn civiel en militair nauw met elkaar verweven en mensen moeten zich realiseren dat de rol van de Nederlandse krijgsmacht daarin beperkt is.

Dit gaat over heel Nederland, Europa en de NAVO. Dat heeft alles te maken met onze ligging. Zowel economisch als militair is Nederland een belangrijke logistieke draaischijf.

Aan die positie hebben we veel aan te danken, maar het brengt ook een verantwoordelijkheid met zich mee. Via onze havens, en met name Rotterdam, vervullen wij een sleutelrol in de aanvoer, opslag en doorvoer van brandstoffen. Die rol hebben we altijd, niet alleen in een oorlogssituatie.

Voor de Europese economie, maar ook als we Host Nation Support leveren aan bondgenoten die bijvoorbeeld voor oefeningen door ons land reizen.
Een ander krijgsmacht overstijgend belang is de aanzienlijke raffinagecapaciteit van Nederland.

De NAVO rekent op Nederland als enige netto exporteur van kerosine in Europa. De raffinagesector in Nederland en de grotere Amsterdam-Rotterdam-Antwerpen-regio vormen daarmee een cruciale pijler onder de Europese energievoorziening.

Dezelfde verwevenheid tussen civiel en militair is zichtbaar bij het Central Europe Pipeline System, het pijpleidingennetwerk van de NAVO. Militair gebruik heeft altijd prioriteit, maar het systeem levert ook aan Schiphol en de luchthavens van Brussel en Frankfurt.
Ook Defensie gebruikt het pijpleidingsysteem, maar is tegelijkertijd afhankelijk van civiele partijen voor productie en raffinage. Die samenhang wordt nog duidelijker als we kijken naar het verschil tussen vredes- en oorlogstijd.

In vredestijd is Defensie een relatief kleine speler. Om het in perspectief te zetten: het jaarlijkse brandstofverbruik van onze grootste verbruiker — de luchtmacht — is vergelijkbaar met een weekje Schiphol.

Maar in een conflictsituatie neemt onze vraag naar brandstof drastisch toe.

Tegelijkertijd zien we nu al dat geopolitieke spanningen direct effect hebben op de civiele vraag. Door de onrust in het Midden-Oosten neemt het aantal vluchten naar en via de regio juist direct af.
Met deze terugval kan een deel van de militaire vraag worden opgevangen, maar we moeten er ook rekening mee houden dat bij verdere escalatie tekorten ontstaan.
Uiteindelijk is dit een probleem waarbij alle betrokkenen aan de oplossing moeten bijdragen. We moeten de handen ineen slaan en samen handelen.

Als Defensie nemen we maatregelen. We zorgen dat onze voorraden zijn aangevuld en kijken kritisch naar ons verbruik. Nog een voorbeeld zijn de nieuwe kazernes die we gaan bouwen. Op veel plekken is het netwerk nu al overbelast en bij de bouw denken we nadrukkelijk na over de vraag hoe we een legering kunnen bouwen en tegelijkertijd een energievraagstuk kunnen oplossen.
Daarvoor bouwen we niet alleen duurzame gebouwen, met zonnepanelen en energieopslag, maar we kijken ook naar de mogelijkheden van kleinschalige kerncentrales waar ook de omgeving van kan profiteren.

Daarnaast moeten we in gesprek met de energiesector over wat er nodig en mogelijk is in tijden van conflict. In NAVO- en EU-verband staat military mobility inmiddels hoog op de agenda.

Naast infrastructuur als wegen en bruggen is daarbij steeds meer oog voor het voorhanden zijn van voldoende brandstof. Zo wordt er gekeken naar uitbreiding van het CEPS-netwerk richting Tsjechië, Polen en de Baltische Staten.

Maar ook bij de industrie ligt een verantwoordelijk om serieus na te denken over de eigen weerbaarheid. In Qatar zien we dat personeel ondanks de dreiging weer aan het werk gaat. Hier moet het bedrijfsleven plannen voor ontwikkelen: wat is er nodig om te blijven draaien tijdens een crisis?
De energietransitie is de kans die we moeten grijpen. Om morgen minder afhankelijk te zijn en om klimaatdoelen te halen. Defensie zet daar dan ook vol op in.

Tegelijkertijd moeten we vandaag de leveringszekerheid kunnen garanderen. De dreiging is groot en reëel en No Fuel, No Fight. Onze eerste prioriteit is en blijft het leveren van gevechtskracht.

Bedankt voor uw aandacht!

Mocht u trouwens deze zomer niet naar Engeland gaan, dan is het Franse Boulogne-sur-Mer ook nog een optie. Hier kwam de Pluto-pijplijn aan land. Hier geen Pluto-appartement, maar wel een prachtig historisch stadje met uitzicht op Engeland.

Nogmaals, bedankt!