De Belastingdienst wil rijksbreed koploper worden op het gebied van digitale autonomie. Om dat doel te bereiken kiest staatssecretaris Eerenberg van Financiën voor het versterken van zelfbouw en eigen IT-beheer, het investeren in de uitbreiding van de eigen datacentercapaciteit, het verder inzetten op open source en door bij te sturen op lopende IT-projecten. Versterking van de digitale autonomie is daarmee binnen de Belastingdienst een prioriteit voor de komende jaren. De uitvoerder heeft een goede uitgangspositie om koploper te worden: met een eigen datacentrum, veel zelfgebouwde systemen en een grote professionele IT-organisatie. Dit staat in een brief aan de Tweede Kamer die vandaag door de staatssecretaris aan de Tweede Kamer is verstuurd.
Staatssecretaris Eerenberg: “De samenleving en technologie veranderen in hoog tempo en stoppen niet bij de grens. De afhankelijkheden die daarbij zijn ontstaan werden lange tijd niet als risico gezien. Maar ons denken verandert. Als de Belastingdienst zijn autonomie wil behouden en versterken vraagt dat om een meer wendbare en weerbare organisatie. Mijn doel is daarom dat de Belastingdienst zo onafhankelijk mogelijk digitale keuzes kan maken en minder afhankelijk wordt van niet-autonome technologieleveranciers.” De bewindsman vervolgt: “De eerlijkheid is ook dat dit proces tijd kost. We kunnen de wereld met ingeburgerde en gevestigde technologie om ons heen niet negeren. Daarmee zal de Belastingdienst ook de komende jaren nog afhankelijk blijven van niet-Europese technologie, zeker in de infrastructuur. Dat is niet anders voor andere grote organisaties in ons land.”
Autonome strategie
De aanpak voor de Belastingdienst bestaat uit vier thema’s om nog autonomer voorop te kunnen lopen. De centrale lijn daarbij is dat de Belastingdienst nog meer zelf wil ontwikkelen, bouwen en beheren – en daarbij zoveel mogelijk gebruik wil maken van digitaal autonome leveranciers. Om dit op een goede manier te kunnen doen zijn randvoorwaarden nodig waar op wordt ingezet. Zo vraagt het uitbreiden van systemen en applicaties in eigen beheer om meer datacentercapaciteit en het kiezen voor digitaal autonome partijen om het herzien van inkoopbeleid en aanbestedingsregels. Tot slot wil de Belastingdienst ook verder inzetten op open source. Daarmee wordt de afhankelijkheid van leveranciers gereduceerd. De Belastingdienst trekt hierbij samen op met andere ministeries en uitvoerders en wil zijn expertise nadrukkelijk delen.
Hoewel volledige digitale autonomie geen realistisch streven is wil de Belastingdienst zover mogelijk komen. Daarbij geldt dat het streven naar meer digitale autonomie niet ten koste mag gaan van informatiebeveiliging of de betrouwbaarheid en continuïteit van de dienstverlening voor burgers en ondernemers. Waar keuzes gemaakt moeten worden die hun weerslag hebben op andere prioriteiten van de Belastingdienst, zoals de planning van het IT-portfolio, wordt de Kamer betrokken.
Bijsturen waar dat moet
In de praktijk zet de Belastingdienst nu al concrete stappen om digitaal autonomer te worden. De Belastingdienst voert standaard in lopende trajecten risicoanalyses uit en brengt hiermee risico’s zorgvuldig in kaart. Als ingrijpen nodig is wordt dit gedaan, waaronder bij:
Nieuw systeem omzetbelasting
Bij de modernisering van de omzetbelasting neemt de Belastingdienst het beheer en onderhoud van de infrastructuur over van de leverancier (zogenoemde hosting). De servers staan daarmee in eigen datacenters en zullen worden beheerd door medewerkers van de Belastingdienst zelf, niet door de leverancier. Ook het kanaal waarlangs de leverancier software-updates doorvoert zal onder controle komen van de Belastingdienst. Hierdoor heeft de Belastingdienst controle over de toegang tot de software, productiegegevens en de bijbehorende data. Daarnaast zijn juridische maatregelen genomen om toegang tot de broncode te krijgen. Deze koerswijziging betekent dat de start van de uitrol van het nieuwe systeem voor de zogenoemde VAT-refund wordt uitgesteld en niet langer op 1 juli 2026 plaatsvindt. Voor ondernemers leidt de vertraging niet tot problemen of extra kosten. Er zijn vooralsnog geen gevolgen voor de implementatie van de binnenlandse omzetbelasting per juli 2027.
Klantcontactcentrum
Burgers, bedrijven en intermediairs hebben op verschillende manieren zoals telefonie en baliebezoek contact met de Belastingdienst, Toeslagen en Douane. Dit contact wordt afgehandeld en beheerd via de contactcentervoorziening. Deze voorziening is technisch en functioneel verouderd en moet daarom worden vervangen en gemoderniseerd. Het contract met de leverancier loopt in 2028 af, vanaf dan wordt er geen ondersteuning meer geleverd. Daarom is de Europese aanbesteding voor een nieuwe voorziening in 2024 gestart. Digitale autonomie is een van de relevante onderwerpen in het traject.
Aangezien het om een lopende aanbesteding gaat kan nog niet op de uitkomst vooruitgelopen worden. Wanneer deze uitkomst er wel is zal meteen worden gehandeld en wordt niet akkoord gegaan met risico’s die onverantwoord zijn voor de gegevens van burgers en ondernemers. Insteek daarbij is om een nieuw klantcontactcentrum zowel aan te sluiten op de uitgangspunten rond digitale autonomie als op de continuïteit voor de dienstverlening. Daar worden nadrukkelijk ook de waardevolle conclusies van het AcICT-rapport bij betrokken. De Kamer wordt hier zo spoedig mogelijk over geïnformeerd.