Toespraak van generaal Onno Eichelsheim bij de perspresentatie van de Defensienota 2026.

Beste aanwezigen,

U hebt inmiddels al een en ander gehoord over de nieuwe Defensienota.

En ja, we bouwen hard aan een andere krijgsmacht, maar het moet nog veel sneller dan we twee jaar geleden dachten – bij de vorige presentatie van de Defensienota. De ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en de kans op onze betrokkenheid bij een grootschalig en langdurig conflict is reëel. De urgentie is hoog en we moeten op alles zijn voorbereid. 

Daarom doen we grote investeringen. Ook doen we een fors beslag op de publieke ruimte en we passen zelfs de wet aan. We zijn ons extreem bewust van de impact van deze maatregelen. Vooral in een tijd waarin andere departementen moeten bezuinigen en ruimte in Nederland schaars is.

Toch is het essentieel dat we dit doen. Onze mensen moeten de training en spullen krijgen die nodig zijn om af te schrikken en, indien nodig, een oorlog te winnen met maximale overlevingskansen.

Wat betekent dit concreet voor onze militairen en burgermedewerkers die hen ondersteunen? Dat vertel ik u graag op deze voor mij dierbare plek, die als Apache-vlieger jarenlang mijn thuis was.

De belangrijkste les uit Oekraïne is dat we moeten we ‘dronificeren’. Dat betekent dat we ons alle aspecten eigen moeten maken. Van aanval- en observatiedrones tot uiteenlopende beschermingsmiddelen, zoals camouflage, elektronische oorlogvoering en andere counter-drone-maatregelen.

2 jaar geleden presenteerden we de nieuwe nota tegen de achtergrond van de terugkerende Leopard 2-gevechtstank.

Vandaag zijn we omringd door een brede mix aan onbemenste middelen. Want dat is waar we naartoe gaan; een combinatie van militairen die optreden met bemenste én onbemenste systemen, zoals drones en de MILREM hier aanwezig.

Gevechtskracht draait steeds meer om informatie en het snel aanpassen aan technologische ontwikkelingen en omstandigheden.

De tijd tussen waarnemen, begrijpen, beslissen en handelen bepaalt ons succes. Sneller data analyseren, een doelwit vinden én uitschakelen. Om het militair uit te drukken: de sensor-to-shooter-loop verkorten om je tegenstander voor te zijn.

Technologie en drones

Wat we zoeken is de optimale verbinding tussen mens en machine, tussen denk- en rekenkracht. Harde data, maar wel met oog voor de menselijke, morele maat. Want ook dat zien we: juist nu het gebruik van technologie toeneemt, wordt het ethische aspect alleen maar belangrijker. Hier blijven we dan ook aandacht aan besteden in onze opleidingen.

We koppelen conventionele middelen zoals de gevechtstank of de nieuwe mijnenjagers aan onbemenst, zoals de systemen hier om ons heen.

Als Apache-vlieger in Afghanistan werd ik vooral met informatie ‘gevoed’ via het commandocentrum op Kamp Holland. Nu worden de lijnen met andere eenheden nog directer en via uiteenlopende sensoren. Van satellieten, vliegtuigen en het onbemenste vliegtuig MQ-9, tot gevechtsveldradars, akoestische sensoren, drones en onze soldaten. Meer verbondenheid dus, in combinatie met het gebruik van AI voor bijvoorbeeld missieplanning.

Al die sensoren en netwerken hebben 1 ding gemeen: ze zijn afhankelijk van verbindingen via de ruimte. Dit maakt het strategisch belang van een middel als Starlink enorm. Daar wil je niet afhankelijk van zijn. We richten dan ook een space command op en investeren in eigen satellieten.

De mens onmisbaar

Vanzelfsprekend blijft de mens onmisbaar. Technologie en digitalisering vergroten alleen hun snelheid, slagkracht en handelingsvermogen.

Daarom investeren we niet alleen in materieel, maar ook in onze mensen. We groeien fors en zoeken voor sterkere teams en een betere afspiegeling van de samenleving met name meer vrouwen.

Technologie maakt de militaire besluitvorming dynamischer, met meer flexibiliteit en verantwoordelijkheid op het operationele niveau. Net zoals  innovatie en samenwerking met de industrie naar het operationele niveau verschuift.

Nog zo’n les uit Oekraïne waar Nederland de waardevolle vruchten van plukt: je blijft alleen voorop in de razendsnelle innovatiewedloop door veel nauwer samen te werken met het bedrijfsleven.

In Oekraïne zeggen ze niet voor niets: met de industrie tot in de schuttersput, tot in de loopgraaf. Bedrijven en kennisinstellingen – ook Nederlandse – zitten er tegen het front aan, horen uit de eerste hand de laatste ontwikkelingen en voeren innovaties direct door.

Gevechtskracht en voortzettingsvermogen

Met software bereiden we ons voor op de oorlog van morgen, maar ook hardware blijft onmisbaar. We vergroten onze gevechtskracht, iets wat de NAVO ook van ons eist. Dat doen we door onze gevechtsbrigades te versterken met militairen en pantservoertuigen, maar bijvoorbeeld ook met de Skyranger voor robuuste bescherming tegen vijandelijke drones.

We kopen drones, helikopters en extra F-35’s en ook het maritieme domein versterken we. Met extra fregatten en samengestelde eenheden van relatief eenvoudige, zwaarbewapende schepen met drones en soms een kleine bemanning.

Voor al deze aankopen geldt echter dat we niet alleen een eerste klap moeten kunnen uitdelen, maar ook een tweede en een derde …. We moeten het gevecht zo lang mogelijk kunnen volhouden.

Juist dat voortzettingsvermogen – ons uithoudingsvermogen – was uitgehold. Ook dat moeten we weer opbouwen. Met meer robuustere logistieke en geniecapaciteit, een medische keten die meer gewonden kan opvangen en veel grotere tactische voorraden dan tot nu, van munitie en reserve-onderdelen tot rantsoenen. 

Speciale aandacht is er ten slotte voor de toegenomen dreiging vanuit de lucht. Na misschien een tijd een ondergeschoven kindje te zijn geweest, staat luchtverdediging nu in de frontlijn. Daarom investeren we fors in nieuwe wapensystemen voor lucht- en raketverdediging.

Afsluitend

Maar hoe belangrijk al deze investeringen, systemen en innovaties ook zijn, uiteindelijk zijn ze altijd een middel en nooit een doel. Uiteindelijk draait Defensie niet om drones, data of technologie, maar om mensen. Om onze mensen. Om de mannen en vrouwen van de krijgsmacht die bereid zijn Nederland en onze bondgenoten te verdedigen.

Daarvoor verdienen ze de beste uitrusting, de juiste training en de nieuwste technologie. Maar bovenal moeten ze op ons kunnen bouwen, hun thuisfront en de samenleving. Veiligheid is niet alleen van Defensie. Samen vormen we de vuist die nodig is om een oorlog te voorkomen en, als het moet, samen te winnen.

Dank u wel.