Toespraak van staatssecretaris Derk Boswijk bij de aanbieding van de Defensienota 2026 op Vliegbasis Gilze-Rijen.

Dames en heren,

Collega’s,

Ik weet nog goed dat ik aan mijn opleiding als reservist begon. Hoe ik op zondagavond de slaapzaal in Schaarsbergen binnen liep - stapelbedden en metalen kasten - terwijl ik haastig op zoek ging naar het beste bed, een bed tegen de muur, zodat ik niemand in het gezicht zou ademen.

Na 5 dagen gingen we naar huis voor het weekend en verliet ik diezelfde slaapzaal, terwijl iemand mijn rugtas recht hing en ik de veters van weer een ander aan het strikken was. Dat is wat Defensie doet: laten zien dat je sterker bent als collectief, ook met mensen waar ik op het eerste gezicht niets mee deelde.

We worden hier vandaag omringd door kostbaar en onmisbaar materieel. Maar het begint allemaal bij de mensen die voor elkaar door het vuur gaan.

Kijk naar de vrouwen en mannen hier achter mij. Beroepsmilitairen en burgermedewerkers. Dienjaarmilitairen, NWT'ers, Defensity College-studenten. En reservisten die in het dagelijks leven bakker zijn, schipper of jurist.

Met en zonder uniform, ze horen allemaal bij Defensie.

Dat is mijn belangrijkste boodschap: we bouwen de krijgsmacht van morgen niet voor, maar met Nederland. Want dit gaat ons allemaal aan.

De dreiging is reëel. Rusland bereidt zich voor op een langdurige confrontatie. Dat vraagt om forse investeringen: om het gevecht vol te houden en te winnen, en de overlevingskansen van onze mensen zo groot mogelijk te maken.

Daarom werken we aan een krijgsmacht die afschrikt, schaalbaar is en klaar voor de toekomst.

Deze nota beschrijft hoe we dat doen: door te investeren in mensen, in innovatie en in weerbaarheid.

De prioriteit ligt bij de mensen.

We groeien hard en hebben meer mensen nodig dan ooit. Van bijna 80.000 militairen en burgers nu, naar ruim 100.000 in 2030. En uiteindelijk koersen we aan op 122.000 mensen om alle taken uit te voeren.

Daarbij zoeken we ook vrouwen en mannen die zich afvragen of Defensie wel bij hen past. Voor jou heb ik één boodschap: kom vooral kijken.

We zoeken niet alleen de fysiek sterke kandidaten. De oorlog van nu wordt ook gewonnen met informatie, technologie en het vermogen om sneller te leren dan de vijand. Dat vraagt om technici, datawetenschappers, droneoperators en cyberprofessionals. Ook zij bepalen of we winnen.

Al die mensen komen niet vanzelf. De belangstelling groeit.

Maar ze moeten wel de stap willen zetten. En als ze eenmaal binnen zijn, moeten we ze ook kunnen behouden.

Vorige week hebben we een goede stap gezet met de vakbonden met het bereiken van het concept-onderhandelingsresultaat. Hierin hebben we niet alleen overeenstemming bereikt over betere financiële waardering, maar ook over meer ruimte voor het gezin, loopbaanontwikkeling en de mogelijkheid om vrijwillig langer te kunnen dienen. Graag wil ik vanaf deze plek de vakbonden danken voor de stevige, maar constructieve onderhandelingen.

Wij willen een organisatie zijn die past bij onze tijd, met gelijke kansen voor iedereen.

Voor dat alles zijn we zelf aan zet. Maar voor de aanwas hebben we anderen nodig: werkgevers die hun mensen de ruimte geven reservist te worden, en scholen en opleidingen die studenten de weg naar Defensie wijzen.

Onze mensen vormen het fundament. Maar hoe we vechten, verandert. Nieuwe dreigingen vragen om nieuwe antwoorden.

Om de vijand voor te blijven, hebben we een andere krijgsmacht nodig: één die leert terwijl ze vecht.

De grootste innovatie is niet een nieuw wapensysteem, maar een nieuwe manier van samenwerken, waarbij we samen optrekken met kennisinstellingen en de industrie. Onze samenwerking verandert: van de traditionele relatie tussen klant en leverancier naar partnerschappen, waar vertrouwen en de lange termijn centraal staan. We nemen samen risico, investeren en groeien samen.

Zoals de minister al zei, kijken we hiervoor nadrukkelijk naar Oekraïne.

4 jaar geleden ontving Oekraïne militaire hulp. Vandaag exporteert het militaire kennis.

Deze kennis halen we actief naar Nederland. Dat is niet alleen goed voor onze krijgsmacht en veiligheid, maar ook voor onze industrie, werkgelegenheid en innovatiekracht.

Investeren in Oekraïne is investeren in Nederland.

Wij leren van Oekraïne, en we versnellen. Daarom zetten we in op technologieën waar ons land sterk in is, zoals radar, onderwaterakoestiek, sensortechnologie en ruimtetechnologie.

In 2030 gaat zo'n € 2 miljard naar innovatie en het versterken van onze industrie. Daarbij hoort ook de oprichting van de Defensie Innovatie Opschalingsautoriteit, ons eigen DARPA. Dat is de Amerikaanse organisatie achter innovaties als internet, GPS en ‘stealth’. Net als DARPA willen we de kloof tussen lab en front verkleinen.

Innovatie lukt alleen als falen mag. Want de gevaarlijkste organisatie is die waarin niemand fouten durft te maken. In onze tijd is er geen groter risico dan het mijden van risico’s.

Al deze vernieuwingen krijgen we niet in ons eentje voor elkaar. We hebben industrie nodig die durft op te schalen, investeerders die instappen en kennisinstellingen die onderzoek omzetten in gevechtskracht. Defensie steunt dat met langjarige contracten en afnamegaranties.

De versnelling is ingezet. Nu moeten we vaart maken.

Maar deze versnelling is alleen mogelijk als onze krijgsmacht is ingebed in een weerbare samenleving.

De groei van Defensie vraagt soms veel van omwonenden, overal in het land: meer oefeningen, meer konvooien, meer ruimte voor kazernes en terreinen.

Maar het moet geen eenrichtingsverkeer zijn. Als wij meer van de samenleving vragen, geven we ook meer terug. We delen onze kennis, versterken de regionale economie en openen onze infrastructuur, als de veiligheid dat toelaat.

Want we willen midden in de samenleving staan. Als werkgever, als partner en als deel van de gemeenschap.

Neem Soesterberg. Vorige maand stonden de eerste honderd militairen van 45 Pantserinfanteriebataljon op de stoep. Volgend jaar volgt de rest. Zo’n 600 militairen, met gezinnen en hun voertuigen.

Bataljonscommandant Sander Donker zei het bij de ceremonie treffend: ‘Soesterberg krijgt er niet alleen een eenheid bij, maar ook honderden collega's, buren en gezinnen.’ En terwijl hij dit zei, zag ik opa’s en oma’s met hun kleinkinderen die vol bewondering naar de pantservoertuigen stonden te kijken die nu midden in Soesterberg stonden opgesteld.

Zo ziet een weerbare samenleving eruit, met mensen die elkaar kennen, helpen en vertrouwen.

We moeten beseffen dat Rusland het omgekeerde wil: dat wij bang zijn en verdeeld. Maar een samenleving die onder druk blijft functioneren - waar mensen kalm blijven en voorzieningen blijven draaien - ontneemt een tegenstander zijn belangrijkste wapen: ontwrichting.

Die les leerde ik op de slaapzaal in Schaarsbergen. Je bent samen sterker dan alleen.

Dat geldt niet alleen voor een peloton.

Voor een krijgsmacht.

En voor onze hele samenleving.

Samen voorwaarts!

Dank u wel.