Rob Jetten hield in Den Haag een toespraak bij het afscheid van de vice-president van de Raad van State, Thom de Graaf.

Majesteiten,
Koninklijke Hoogheid,
Dames en heren,
Maar natuurlijk bovenal: meneer de scheidend vicepresident, of eigenlijk: beste Thom.


Ik weet het, die informele aanhef is niet gebruikelijk bij de Raad van State.
Maar ik durf het toch wel aan.
In de eerste plaats omdat jij en ik ver terug gaan.
Maar ook omdat onder leiding van deze oud-minister van Bestuurlijke Vernieuwing, de Raad van State ook wat bestuurlijke vernieuwing heeft ondergaan.
Iets met de aard van het beestje…

Wat dat betreft is het een bijzondere prestatie dat je in alle instituties die je vroeger met een kritische blik beschouwde, uiteindelijk persoonlijk bent toegetreden.
Aan de andere kant: het kon ook eigenlijk niet anders, voor iemand die met zoveel bevlogenheid zijn idealen wil verwezenlijken: het dienen van de publieke zaak.

En dat begon al vroeg.
Want wie rechten studeert kan natuurlijk een carrièrepad kiezen waarop de bomen tot in de hemel groeien.
Maar jij koos voor deze studie omdat de publieke zaak je aan het hart ging.
Dat je dat meende, werd je studievrienden al snel duidelijk na een bezoek aan de Tweede Kamer.
Een van hen vertelde dat jullie, eenmaal terug in Nijmegen, fantaseerden dat jullie ministers zouden worden.
Hij zei: Thom dacht aan Justitie of Binnenlandse Zaken. Voor ons was het een grap, maar voor hem was het toen al serieus.
In diezelfde tijd leerde je ook de politieke vaardigheid ‘voor wat hoort wat’ in te zetten.
Als een van de weinige studenten, had jij als burgemeesterszoon namelijk een mooi blauw kostuum.
Wie graag ergens goed voor de dag wilde komen, mocht het lenen- maar dan wel in ruil voor een fles wijn.

Je vindt het belangrijk om besluitvorming zo dicht mogelijk bij mensen zelf te brengen

In de jaren die volgden, kwamen 2 persoonlijke eigenschappen steeds meer boven drijven.
De eerste is het vermogen om altijd het perspectief van de ander te zien- zelfs als je het daarmee niet eens was.
Dat was in ieder geval hoe ik jou heb leren kennen, toen ik in Nijmegen als D66-fractievolger en later als raadslid actief werd, en jij daar burgemeester was.
Zowel bij grote als bij kleine kwesties was het jouw vaste werkwijze om ieders standpunt in kaart te brengen en vaak met verrassende oplossingen te komen.
Natuurlijk, dat hoort bij de rol van burgemeester, om boven de partijen te staan en te verbinden.
Later ontdekte ik dat dit niet alleen een effectieve manier was om dingen voor elkaar te krijgen, het is eerst en vooral een persoonlijke eigenschap, die jouw stijl typeert.
Je vindt het belangrijk om mensen mee te nemen, om besluitvorming zo dicht mogelijk bij mensen zelf te brengen.
Dat bleef je ook doen bij de Raad van State.
Ministers die een advies konden verwachten, werden door jou bij voorkeur vroegtijdig betrokken, zodat ze niet overvallen zouden worden.
En op jouw beurt, verwachtte je van hen een open oor en bereidwillige geest om daar ook iets mee te doen.

De tweede kenmerkende eigenschap is je niet-aflatende drive voor onderwerpen waar je werkelijk in gelooft.
Ooit, toen je nog krullenjongen werd genoemd, - of krullenbol door Ien Dales - was je lid van de commissie-De Koning.
Die commissie had de zwaarwichtige taak om advies uit te brengen over het kiesstelsel voor de Tweede Kamer en de positie van de minister-president.
Misschien niet voor iedereen direct een aantrekkelijk onderwerp, maar daar dacht jij heel anders over.

Een van je medeleden, GPV-senator Jurn de Vries, typeerde jou als ‘een vasthoudende jongeling die met verve staatkundige hervormingen bepleitte waar vrijwel niemand het mee eens was.’

Toen al beet je je vast in de kwaliteit van de democratie en die van onze rechtsstaat.
En dat ben je blijven doen.
Ook in je laatste functie, waar je - inmiddels als eminence grise - namens de Raad van State onvermoeibaar bleef hameren op ieders rol en verantwoordelijkheid in de democratische rechtsstaat.

Dat hebben we je de afgelopen jaren steeds nadrukkelijker horen doen.
En hoe kan het ook anders, in een tijd waarin instituties meer en meer onder druk kwamen te staan en de tegenwind soms uit alle richtingen leek te komen.

2 jaar geleden zei je daarover: ‘De rechtsstaat is een balans tussen staatsmachten, met respect voor rechters, voor de Kamers, de regering en de onderlinge verhoudingen. Het is geen afvinklijstje, geen verklaring die je even ondertekent en dan overgaat tot de orde van de dag.’

En je waarschuwde voor wat je noemde ‘erosie van de democratie’ door de opkomst van social media, fake news, eventuele cyberaanvallen en -opnieuw- de omgang met elkaar.
Daarbij wees je nadrukkelijk naar politici die adviezen van de Raad van State beschouwen als ‘ook maar een mening.’
Die waarschuwing was duidelijk als altijd, en zo kennen we je, Thom.

Nederland moet meer investeren in langetermijnoplossingen en daar hoort een langetermijnpolitiek bij

Gelukkig is de minister van Bestuurlijke Vernieuwing in jou nooit ver weg, daarom hield je het niet bij sombere beschouwingen en strenge vermaningen, maar kwam je ook met concrete aanbevelingen.
Zoals je meest recente advies om na een kabinetsval niet meteen tussentijdse verkiezingen uit te schrijven, maar om in plaats daarvan een nieuwe coalitie te onderzoeken.
Thom, je snapt, ik ben het helemaal met je eens.
En ik ga er alles aan doen die 4 jaar vol te maken, maar het is fijn dat ik daarvoor ook naar jouw adviezen kan verwijzen.
Want Nederland, zo zei je, moet meer investeren in langetermijnoplossingen en daar hoort een langetermijnpolitiek bij.

Het mooiste komt die overtuiging terug in je advies om de belangen van toekomstige generaties zwaarder mee te wegen in de besluitvorming.
‘Zet een Stoel voor de Toekomst klaar’, zoals Jan Terlouw dat decennia geleden al zei.
Bij de Raad van State krijgt die Stoel voor de Toekomst inmiddels al heel concreet vorm, zeg ik voorzichtig.

Beste Thom, met jouw vermogen te vernieuwen, en tegelijk mensen aan boord te houden, heb je belangrijk werk voor de Raad van State verricht.
Ik wil je daar graag namens alle leden van de regering voor bedanken.
Nu is het tijd voor al die andere mensen die we in ons leven graag aan boord willen houden; familie en vrienden.
En omdat het bloed nou eenmaal altijd kruipt waar het niet gaan kan, ben ik ervan overtuigd dat we je mogen bellen als het nodig is - dat hoop ik tenminste.

Nogmaals heel veel dank en ik wens jou, samen met Machteld, alle goeds voor de toekomst!