Rob Jetten hield in het Oosterpark te Amsterdam een toespraak tijdens de Nationale Herdenking Slavernijverleden.

Dames en heren,

In het Tula Museum op Curaçao werd ik laatst rondgeleid door 3 super-enthousiaste en bevlogen jongeren.

En ik vroeg hen, uit nieuwsgierigheid, waarom doen jullie dit eigenlijk?

Daar hoefden ze niet lang over na te denken.

Ze wilden weten waar hun roots lagen.

Schijnbaar moeiteloos verbonden deze jonge mensen het afschuwelijke lot van generaties slaafgemaakte voorouders, met de onvoorstelbare moed van Tula, en met hun eigen identiteit.

Het slavernijverleden bleek voor deze jongeren niet alleen een verhaal over slachtofferschap, maar juist ook over trots, vrijheid en opstaan tegen onrecht.

En daarmee ook een verhaal met een grote betekenis voor henzelf en voor het hier en nu.

Ik vond dat indrukwekkend.

En het bracht me in gedachten meteen naar dit moment en deze plek, waar het slavernijverleden en het heden elkaar elke 1e juli ontmoeten.

De plek waar gedeelde pijn, gedeelde kracht en trots, en een gedeelde identiteit samenkomen.

En ik wil u vragen: kijk om u heen.

Kijk om u heen en zie: we zijn hier met steeds meer.

Er is veel bereikt.

Veel om trots op te zijn.

Terwijl wij hier vandaag bij elkaar zijn in het Oosterpark, vinden op en rondom 1 juli overal herdenkingen plaats van het slavernijverleden.

In Nederland, in het Caribisch deel van het Koninkrijk, én in Suriname

En dat aantal groeit jaar op jaar.

Er wordt steeds meer onderzoek gedaan.

Er komen steeds meer monumenten.

En er is ook op andere manieren steeds meer zichtbaarheid, zeker als straks het Nationaal Slavernijmuseum zijn deuren opent.

En ik ben ervan overtuigd: die energie gaat niet meer weg.

Het is een onstuitbare en onomkeerbare beweging.

En dat is winst – winst voor alle nazaten, maar zeker ook voor Nederland als geheel.

Want hoe meer aandacht er is voor deze schandvlek in onze geschiedenis, en hoe meer mensen zich betrokken voelen, hoe groter de kans dat we erin slagen het verhaal achter de komma op een goede manier in te vullen.

Met als kern: iedereen hoort erbij.

Iedereen verdient het gehoord en gezien te worden.

We hebben in Nederland iedereen nodig.

Dat maakt ons sterker – als samenleving.

Tegelijkertijd moeten we eerlijk zijn, zeker op een dag als deze.

De hoop en de verwachtingen die er waren na 1 juli 2023, zijn nog niet waargemaakt.

Het proces van heling en herstel verloopt niet vlekkeloos, ondanks de vooruitgang, die er ook is.

Het moet beter en het moet sneller.

En we moeten niet bang zijn om het beest in de bek te kijken.

Want zoals het recente eindrapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme bevestigt: we hebben nog een lange weg te gaan.

Discriminatie en racisme zijn in Nederland nog altijd structureel aanwezig en diepgeworteld.

Alleen daarom al is er echt meer actie nodig na de komma.

Laat ons samen zorgen voor meer actie na de komma

Afgelopen zondag sprak ik bij de Black Archives met een brede groep mensen die zich inzetten voor heling en herstel.

En iemand citeerde daar een Surinaams spreekwoord dat me raakte: Als je de stenen op je pad niet opruimt, zullen je kinderen erover struikelen.

Dat opruimen, kunnen we alleen samen doen.

Dus grassroots organisaties en deskundigen uit de zwarte gemeenschap.

Alle landen van het Koninkrijk en Suriname.

Zwart en wit.

En natuurlijk ook het kabinet en vertegenwoordigers van de groepen die betrokken zijn bij het slavernijverleden.

Daar committeer ik me aan.

Laat ons met elkaar in gesprek gaan om een nieuwe impuls te geven, en een gezamenlijk vervolg, aan de nationale route naar herstel.

Laat ons samen zorgen voor meer actie na de komma.

Actie – om 1 juli nog steviger te verankeren, als een werkelijk nationale herdenking en viering.

Op het ministerie van Algemene Zaken hebben we vanochtend de vlag gehesen en ik nodig alle overheidsinstanties uit om vanaf nu op 1 juli hetzelfde te doen.

Actie – om met een discriminatietoets te zorgen dat regels en beleid niet discriminerend kunnen werken, zoals in de toeslagenaffaire.

Actie – om de doorwerking van het slavernijverleden op sociaal-economisch gebied of bijvoorbeeld gezondheid te onderkennen – en daar wat aan te doen.

En ook actie door ons uit te spreken, elke keer als we zien dat iemand gediscrimineerd wordt of dat er sprake is van racisme.

Zeker van ons, politici en bestuurders, mag verwacht worden dat we duidelijk normeren.

Maar eigenlijk is het een opdracht aan iedereen, in het hele Koninkrijk der Nederlanden.

Want elke keer dat we ons niet uitspreken, is een gemiste kans om racisme en discriminatie een halt toe te roepen.

Dames en heren bij de presentatie van het rapport van de Staatscommissie was er een prachtige tekst van spoken word artiest Séun Steenken, een jonge stem uit Nederland.

Ik citeer daar vandaag graag een paar zinnen uit.

Hij zei:

Als we willen bouwen

aan een samenleving

waarin discriminatie en racisme

iets is van het verleden

Moeten we samen

weerstand bieden

tegen het gedachtegoed

waaruit het is gestegen

(…)

Dus open je hart

En vraag jezelf af

Hoe kan ik meebouwen

aan een inclusievere plek

In het kampioenschap

tegen discriminatie

racisme

heeft iedereen een basisplek

Dames en heren, iedereen hier, iedereen die kijkt, laat ons niet alleen luisteren naar deze woorden.

Laat ze ons ook motiveren om de mouwen op te stropen en in actie te komen.

Op 1 juli herdenken we.

De andere 364 dagen handelen we.

In gezamenlijkheid.

Als we dat doen, komen we verder.

Dank u wel.