Minister-president Jetten hield in de Beurs van Berlage, Amsterdam een toespraak bij de opening van de Human Rights Conference.
Dag allemaal,
Wat fijn om elkaar te ontmoeten.
Die zin had ik weken geleden al bedacht te zeggen.
Maar sinds de Pride in Berlijn krijgt die voor mij een extra dimensie.
Want waar de verschrikkelijke aanslag daar mij vervulde met woede en verdriet, vulde mijn hart zich met hoop toen ik vorige week zag hoe een menigte zich verzamelde bij het Homomonument in deze stad.
Om bloemen neer te leggen.
Kaarsen aan te steken.
En bovenal om te laten zien: wij zijn samen.
Samen in ons recht op vrijheid.
En samen in het recht onze liefde te vieren, in welke verschijningsvorm dan ook.
Die gedachte ligt ten grondslag aan deze conferentie.
En het is de reden dat ik vandaag tegen jullie zeg: wat fijn om elkaar te ontmoeten.
De overtuiging dat liefde er is om te vieren, lag ook ten grondslag aan de openstelling van het huwelijk, 25 jaar geleden, hier in deze stad.
Het was op 1 april, precies 1 minuut na middernacht, op de allereerste dag dat het kon.
Je zou kunnen zeggen: ze waren er vroeg bij.
Maar Anne-Marie en Hélène, Dolf en Gert, Peter en Frank en Ton en Louis hadden lang genoeg gewacht.
Ten overstaan van elkaar, hun familie en vrienden, bekrachtigden zij hun liefde met een huwelijk.
En de hele wereld keek mee.
Met de openstelling van het huwelijk werd een belangrijke stap gezet in gelijke rechten voor iedereen.
En misschien voelde het hier in Nederland zelfs even alsof we er waren.
Maar dat bleek te rooskleurig gedacht.
Want onder de oppervlakte leefde -en leeft zoals we anderhalve week geleden nog tot onze afschuw zagen- nog veel te vaak het idee dat jouw liefde minder waard is dan die van een ander.
Al wordt die overtuiging vaak ingeleid met de valse geruststelling ‘ik heb niks tegen homo’s’.
Het probleem zit in het eerstvolgende woord na die zin: bijna altijd ‘maar’.
Maar- ze moeten er niet zo mee te koop lopen.
Maar- ik hoef het niet te zien.
Maar- ze moeten wel normaal doen.
Er zitten, kortom, voorwaarden aan die acceptatie.
En dat geldt nog veel meer voor trans- en intersekse personen.
De laatste jaren zien we dat er steeds meer gemorreld wordt aan verworvenheden waar zo hard voor gestreden is.
Dat landen wetgeving terugdraaien die gelijkheid bevordert.
En dat uitingen van homohaat steeds openlijker en feller van toon worden.
Niet alleen op straat of in het uitgaansleven, maar ook online.
Over de oorzaken moeten we niet naïef zijn.
Achter de façade van vrijheid van meningsuiting, gaan giftige, goed georganiseerde en stevig gefinancierde groepen schuil.
Groepen die haat verspreiden en hun eigen agenda uitrollen omdat zij daar zelf iets mee te winnen hebben.
Politieke steun.
Macht.
Onrust en verdeeldheid zaaien.
Het zijn groepen die zich bovendien niet langer gehinderd voelen nu bedrijven achter social media nauwelijks nog modereren op haatcontent.
De opkomst van online haat is wat mij betreft dan ook een van de grootste bedreigingen voor LHBTIQ+-personen in deze tijd.
Omdat mis- en desinformatie met 1 muisklik in luttele seconden hun weg door de wereld vinden, en op meer plekken terechtkomen dan NGO’s, jongerenwerkers en gezondheidsorganisaties kunnen bereiken.
Dat is hoe haat altijd begint: in het donker, buiten het zicht van de maatschappij, onderschat door iedereen.
Tot het, uitgegroeid tot een veelkoppig monster, uit de schaduw kruipt en we schrikken van zijn omvang.
Dat is waar ik vandaag voor wil waarschuwen.
Voor deze georganiseerde haatcampagnes, maar ook voor wat daaraan vooraf gaat en het klimaat schept waarin dit kan ontstaan.
En dat is onverschilligheid.
Dit gaat niet over mij, denken mensen als ze geconfronteerd worden met welke vorm van discriminatie ook.
Ik ben niet gay.
Ik ben geen vrouw.
Ik ben geen transpersoon.
Ik ben niet van kleur.
Maar vroeg of laat wordt er op jouw deur geklopt, om iets wat jij bent of doet.
Die wetenschap maakt de bescherming van vrijheden een verantwoordelijkheid van ons allemaal.
Als minister-president zeg ik dat dit kabinet die boodschap tot prioriteit heeft gemaakt.
Dit najaar starten we een maatschappelijke dialoog over online discriminatie en daar horen ook concrete handelingsperspectieven bij.
Zo bieden we trainingen aan voor gemeenten en maatschappelijke organisaties die hen helpen bij het omgaan met online haatspraak.
Daarnaast investeren we de komende 3 jaar ieder jaar € 7,5 miljoen in het vergroten van de veiligheid van de queer-gemeenschap.
Met een alliantie van organisaties die zicht richt op een veilige werkplek voor LHBTIQ+-personen.
Met een publiekscampagne die zich richt op het tegengaan van discriminatie en desinformatie.
En met de financiering van Paarse Vrijdag; een dag waarop Nederlandse scholen paars kleuren en aandacht besteden aan diversiteit en alle letters van de LHBTIQ+-gemeenschap.
Ik ben daar blij mee.
Want wat je in de basis verankert, gaat een leven lang mee.
Dus ook het omarmen van de fundamentele vrijheid om te kunnen zijn wie je bent, in de wetenschap dat je met de ander altijd meer gemeen hebt, dan waarin je van elkaar verschilt.
Het is een boodschap die in deze tijd helaas niet vanzelfsprekend meer een oor vindt.
En nu we in sommige landen niet langer kunnen rekenen op vooruitgang, is het belangrijker dan ooit dat we ons niet laten ontmoedigen, maar in plaats daarvan onze krachten bundelen.
Bijvoorbeeld in de Equal Rights Coalition, die dit jaar 10 jaar bestaat.
Daarin werken 44 landen van over de hele wereld en NGO’s samen om de mensenrechten van LHBTIQ+-personen te verbeteren.
Door het mobiliseren van onze netwerken, ervaringen uit te wisselen en er samen voor te zorgen dat gelijke rechten voor LHBTIQ+ hoog op de politieke agenda blijft staan, bijvoorbeeld in de VN.
Ik ben er trots op dat Nederland samen met Uruguay de eerste voorzitter van deze coalitie was.
En dat brengt mij bij het volgende punt.
Te lang is de strijd voor gelijke rechten voor de queers geframed als een ‘Westerse agenda’.
Maar de intercontinentale samenwerking in de Equal Rights Coalition én de emancipatie in Aziatische, Latijns-Amerikaanse en sommige Afrikaanse landen laat zien dat het belang van ‘gelijke rechten’ op steeds meer plekken in de wereld wordt gevoeld.
In Japan en Botswana zijn grote stappen gezet en is betere wetgeving gekomen.
In Thailand en Taiwan kunnen nu ook koppels van gelijk geslacht trouwen, en natuurlijk zeg ik er graag bij dat Nederlandse ambassademedewerkers hun expertise hebben ingezet om NGO’s en het maatschappelijk middenveld te steunen in deze ambitie.
Tegelijkertijd zien we dat conservatieve krachten in landen als Senegal, Ghana, Burkina Faso, Mali en Niger, zich graag bedienen van het frame van de ‘Westerse agenda’.
Onder de noemer van verzet tegen een ‘veel te vrije Westerse moraal’, worden afschuwelijke wetten uitgevaardigd of gepromoot waarmee rechten van LHBTIQ+-personen onder grote druk komen te staan.
Maar de werkelijkheid is dat terwijl veel gemeenschappen in deze landen een geschiedenis kennen van diversiteit en vrijheid.
de wetgeving die deze vrijheid als eerste inperkte in landen als Senegal en Ghana juist afkomstig was van de kolonisator.
Hoeveel zand conservatieve krachten ook proberen in de ogen te strooien van hun toehoorders, queers wereldwijd weten dat gelijke rechten geen ‘Westerse agenda’ zijn.
Ze zijn eerst en vooral een menselijke agenda.
En die vraagt maar om 1 boodschap: dat we doorgaan op de weg die we decennia geleden zijn ingeslagen en die -daar ben ik van overtuigd- op termijn de weg van steeds meer landen zal worden.
Op deze Human Rights Conference worden daar weer nieuwe stappen opgezet, met aandacht voor 4 belangrijke en grote thema’s: rechten, gezondheid, leiderschap en cultuur.
Daar ben ik ontzettend blij mee, want het zijn onderwerpen waarmee we gelijkwaardigheid voor iedereen kunnen verankeren.
Dat klinkt groots en veelomvattend, maar ik weet ook: vaak zijn het kleine, lokale initiatieven van NGO’s die met een kleine bijdrage al het verschil kunnen maken.
Financieel, of door het bieden van een platform.
Ook ambassades spelen hier een rol in, door te helpen een goed idee verder te brengen en te luisteren naar de input van NGO’s en de lokale context, zodat het in de praktijk ook echt werkt.
Maar behalve die concrete, praktische samenwerking gaat er ook een krachtig signaal van uit:
Je bent niet alleen, wij staan naast jullie.
Het is een boodschap die hier in Amsterdam de afgelopen dagen zo duidelijk werd verspreid.
Vorige week bij de herdenking bij het Homomonument.
Op de boten en de kades tijdens de Canal Parade.
En op al die plekken waar mensen samen kwamen om hun liefde te vieren.
Laat die boodschap ook alle andere dagen klinken, als de World Pride is afgelopen en als deze conferentie is afgelopen.
Ik weet dat het kan, maar het gaat niet vanzelf.
Deze stad vertelt de geschiedenis van 25 jaar universeel huwelijk.
Van Anne-Marie en Hélène, die hun trouwjurken en trouwringen schonken aan musea in Nederland.
Van Dolf en Gert, wier trouwfoto’s in de schoolboeken belandden.
Maar die ook zeiden: ‘Toen we elkaar kusten viel de buitenwereld weg. Er was alleen de liefde voor elkaar.’
Beste vrienden, in die ene zin komt alles samen waar wij voor staan.
Liefde voor elkaar.
Voor nu, voor morgen en voor altijd.
Mooier kan deze conferentie wat mij betreft niet beginnen.
Dank u wel.