Rob Jetten hield in de Tweede Kamer een toespraak ter herdenking aan oud-politicus Jacques Wallage.
Meneer de voorzitter,
Een kwarteeuw geleden was Jacques Wallage voorzitter van de Commissie Toekomst Overheidscommunicatie.
Het gezaghebbende rapport dat onder zijn leiding verscheen, droeg de titel ‘In dienst van de Democratie’.
Terugkijkend op zijn carrière, kunnen we concluderen dat hij ons deze woorden zijn leven lang hartstochtelijk heeft voorgeleefd. In dienst van de democratie.
Altijd aan het werk voor het algemeen belang, uit een sterk gevoelde verantwoordelijkheid het goede te doen voor mensen die niet altijd vanzelfsprekend een goede uitgangspositie in de maatschappij hadden.
Die gedrevenheid moet al zijn opgevallen toen hij zich als 18-jarige aanmeldde bij de PvdA in Groningen, waar hij direct voorzitter van de kascommissie werd.
‘Wat een vertrouwen’, verbaasde de jonge Wallage zich in stilte, maar talent laat zich snel herkennen en op zijn 23e was hij fractievoorzitter in de Groningse gemeenteraad.
Ik denk dat ze daar destijds al zagen wat heel Nederland later zou zien:
Een man die grote idealen klein genoeg zou maken om ze voor iedereen te laten werken.
Voor veel mensen in Nederland werd die handelswijze het meest zichtbaar toen Wallage als staatssecretaris van onderwijs het voortgezet onderwijs grondig veranderde.
Zo werd onder zijn leiding de Tweede Fase ingevoerd, waarmee de bovenbouw voortaan ging werken met vaste profielen in plaats van vrije pakketkeuze.
Het plan leidde tot grote onrust onder scholen en leerlingen, maar het is veelzeggend dat zijn hervorming nog altijd overeind staat.
Vanuit de rotsvaste overtuiging dat verheffing begint bij goed onderwijs, introduceerde Jacques Wallage bovendien de Basisvorming, gestoeld op het sociaaldemocratische principe van de ‘middenschool’.
Die moest zorgen voor gelijke kansen, zodat iedere leerling in staat was zijn eigen toekomst te bepalen.
Voor mij was dat Wallage ten voeten uit: overtuigd van zijn standpunt dat je moet opkomen voor mensen die dat niet altijd zelf kunnen.
De wens om dat ook breder in de samenleving te kunnen doen, lag voor Wallage ook ten grondslag aan de vorming van een Paars kabinet; iets dat destijds door velen voor onmogelijk werd gehouden.
Als mede-architect naast Frits Bolkestein en Hans van Mierlo, begreep Jacques Wallage dat je het beste je idealen kunt verwezenlijken als je bereid bent verschillen te overbruggen en elkaar de hand te reiken.
En hij was ervan overtuigd dat goed voorbeeld, goed doet volgen.
Voor Wallage zelf was dit reden om de ander heel te houden
en het vertrouwen van kiezers in de politiek niet te schaden door het gedrag van politici.
Dat betekende overigens niet dat hij het scherpe debat schuwde.
Hij stond voor zijn principes en verdedigde die vurig, als dat nodig was.
Zijn schrikbeeld was een samenleving waarin een deel van de mensen aan de knoppen zit en een deel van de mensen naar de knoppen gaat
.
Een situatie die alleen voorkomen kon worden als iedereen zich uitgenodigd voelde om mee te doen.
Met die drijfveer was hij al die tijd een grote kracht voor zijn partij.
Logisch dus, dat Wim Kok zijn best deed Wallage over te halen in Den Haag te blijven toen het burgemeesterschap van Groningen aan hem trok.
Maar die roep bleek te sterk.
NRC Handelsblad kopte: ‘Terug naar huis’, bij het nieuws van zijn burgemeestersbenoeming.
En zo voelde het ook, voor Jacques Wallage.
De eerste avond na zijn verhuizing liep hij een rondje met de hond.
Gedachteloos liep hij de route die zijn voeten bepaalden, en eindigde als vanzelf voor de deur van zijn ouderlijk huis.
Voorzitter, Jacques Wallage heeft op veel plekken een thuis gehad.
En vandaag herdenken wij hem met groot respect in één daarvan: hier in de Tweede Kamer.
Ik wens zijn vrouw, zijn kinderen en andere naasten veel sterkte met het dragen van dit verlies.