Geachte aanwezigen,
Het is me een eer om vanochtend bij u te zijn en hier te mogen spreken. Van tevoren was het zoeken naar woorden die maken dat u zich gezien en gehoord voelt.
Nu ik hier ben, realiseer ik me dat nog meer dan woorden, vooral de saamhorigheid telt. Er zijn niet altijd woorden nodig om elkaars verdriet te ervaren, troost te geven en te krijgen. Hier zijn, met elkaar en vóór elkaar, daar gaat het voorál om.
Tegelijkertijd zijn er ook veel verhalen. Verhalen over die fatale gebeurtenis in uw leven, over wat eraan vooraf ging en wat erop volgde. Er zouden uren, weken, misschien zelfs wel jaren nodig zijn om alles te vertellen en elkaar echt te leren kennen.
Het aantal mensen dat je in je leven leert kennen is beperkt. Naasten, familie, vrienden, collega’s, kennissen. Elke band die je met iemand opbouwt, licht of zwaar, is een geschenk, iets om te koesteren.
Als iemand uit die kring je met geweld wordt ontnomen, dan moet dat veel pijn doen.
Dat geldt misschien nog sterker als er nog altijd geen dader verantwoordelijk kan worden gehouden. Als er geen afsluiting kan zijn, als een wond die niet kan worden gehecht.
Het stille protest over de cold cases, voorafgaand aan deze bijeenkomst, maakte dan ook indruk op me. U kunt er zeker van zijn dat wij op het ministerie van Justitie en Veiligheid altijd heel zorgvuldig uw belangen afwegen. En dat geldt natuurlijk net zo goed als er wel een dader is veroordeeld. De pijn moet ook dan onverdraaglijk zijn.
Een nabestaande had het eens over ‘de dag waarop de tijd stilstond’. Voor u allemaal geldt dat er een knip in uw leven zit. Je hebt ervóór en je hebt erná. Sommigen van u hebben het misschien al enigszins een plek kunnen geven, terwijl anderen nog midden in een storm zitten, op zoek naar houvast.
Verdriet en gemis kennen vele gezichten. De één lijkt kalm en beheerst, de ander draagt zijn gevoelens meer aan de buitenkant. Maar hoe het gisteren met iemand ging, weet je meestal niet. En hoe morgen zal zijn, kan niemand voorspellen.
Ik las eens ergens dat rouw rauw is. Rauw met a u dus. Rouw kan steken, rouw kan branden. Rouw kan maken dat je jezelf niet herkent. Dat je onaardig bent of je wilt verstoppen onder een deken. Dat je het wilt uitschreeuwen, iets tegen de muur wilt gooien, of niemand meer wilt zien. Dat kan groot verdriet met een mens doen.
Dat raakt me. Daarnaast vind ik dat ik het aan u verplicht ben als staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, om me in uw situatie te verdiepen en die waar mogelijk te verlichten. Door er voor u te zijn, door naar u te luisteren, en door oog te hebben voor mogelijke oplossingen.
[even rust]
We hebben net een kaars aangestoken voor de slachtoffers van geweld en voor u, hun nabestaanden. Laat dit zachte licht schijnen als een symbool tegen geweld.
Ik zou tegen iedereen in het land willen zeggen: laten we uw verdriet diep tot ons door laten dringen en ons dan allemaal heel goed realiseren hoeveel narigheid geweld kan aanrichten.
Dat moeten we in de samenleving zoveel mogelijk zien te voorkomen. Dat geldt zeker voor politici, maar eigenlijk geldt het voor iedereen. We kunnen allemaal een steentje bijdragen om mensen af te houden van geweld en agressie in welke vorm dan ook. Door het gesprek aan te durven gaan en door een melding te doen als je een situatie meemaakt die niet lijkt te kloppen. Door niet weg te kijken, maar verantwoordelijkheid te willen nemen voor elkaar.
Vandaag zeggen we met elkaar luid en duidelijk nee tegen geweld in onze samenleving.
Beste allemaal,
Ik wens u van harte toe dat de saamhorigheid van deze dag u de moed geeft om weer even verder te gaan. En dat u vanmiddag getroost, gesteund en met een iets lichter hart huiswaarts keert, in de wetenschap dat u niet alleen staat.
Dank u wel.