Minister-president Jetten hield op 29 september 2026 een toespraak op het VNG-Jaarcongres in Lichtenvoorde.

Majesteit,
Dames en heren,
Beste VNG’ers,

Alleen al vanwege het thema van dit VNG Jaarcongres wilde ik hier vandaag heel graag zijn.
‘We doen het samen.’
U begrijpt: dat is me uit het hart gegrepen.
En ik woonde lang genoeg niet al te ver hier vandaan om te weten dat die woorden in de Achterhoek ook echt nog iets betekenen.
Dat zit inderdaad in dat prachtige woord ‘naoberschap’.
Elkaar helpen als het nodig is, op elkaar letten, als vanzelfsprekendheid.
Maar het zit bijvoorbeeld ook ingebakken in de Zwarte Cross, die hier vlakbij elk jaar plaatsvindt.
Zo’n mega-event, met meer bezoekers dan Pinkpop en veel meer zelfs dan Lowlands, krijg je alleen van de grond door samenwerking, de mouwen opstropen en heel veel vrijwilligers.
Dus ja, in de Achterhoek doen ze het samen.
En daarmee is de locatie van dit Jaarcongres spot on gekozen.
Dat is mijn eerste compliment.

Een tweede compliment is voor uw voorzitter en uw directeur, Sharon Dijksma en Leonard Geluk.
Want zij hebben begin dit jaar, bij de start van het kabinet, in de Volkskrant gepleit voor een nieuwe start in de samenwerking tussen de verschillende bewoners van het huis van Thorbecke.
Hun pleidooi kwam neer op meer structuur en stabiliteit, meer uitvoeringskracht en ja, ook meer geld.
En dat pleidooi leidt nu tot een nieuwe en brede Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda tussen waterschappen, gemeenten, provincies en Rijk.
Ik hoor het graag als iemand daar een catchy naam voor kan verzinnen.
Maar het idee erachter is natuurlijk fantastisch.
Namelijk dat geen enkele bestuurslaag de grote sociale en ruimtelijke vraagstukken alleen kan oplossen.
En dat we daar dus duidelijke afspraken over moeten maken.
Dat klinkt misschien als een open deur.

Maar blijkbaar was het nodig om die weer eens stevig in te trappen.
En de credits daarvoor gaan naar Sharon en Leonard.
Hulde!

Ergens in de komende weken gaan we onze handtekening zetten onder de samenwerkingsagenda.
Daar zijn we als kabinet echt enorm blij mee.
Maar dat is ook geen toeval als je kijkt naar onze eigen achtergronden.
In het kabinet zitten maar liefst 11 mensen met een achtergrond in het lokaal bestuur.
10 waren er raadslid, onder wie ikzelf in Nijmegen.
Van die 10 waren er 5 wethouder.
En dan hebben we ook nog een oud-gemeentesecretaris in ons midden.
Dus in de Trêveszaal klopt een warm en groot hart voor het lokaal bestuur.
Omdat er mensen zitten die uit ervaring weten waarom gemeenten echt die ‘eerste overheid’ zijn.
Lokale politici en bestuurders zijn bezig met het oplossen van problemen die je kunt zien en vastpakken, in direct contact met de mensen voor wie ze het doen.
Voor mij persoonlijk is dat het grootste verschil tussen Nijmegen en Den Haag, van heel concreet en direct naar toch iets meer abstract en op afstand.
Terwijl het dezelfde mensen zijn voor wie we werken.
En dat brengen we in de samenwerkingsagenda dichter bij elkaar.

Bijvoorbeeld als het gaat over de jeugdzorg, om maar een heel belangrijk thema te noemen.
En dan zitten we natuurlijk meteen in het hart van de discussie over taken en middelen.
We zijn het er snel over eens dat het huidige stelsel op de schop moet.
Te vaak krijgen kinderen nu niet de zorg die ze nodig hebben en waar ze recht op hebben.
Ondanks dat we meer geld uitgeven aan jeugdzorg dan ooit.
Dat moet anders.
Hoe dat het beste kan, is een vraag waar een commissie onder leiding van Tamara van Ark in januari een advies over uitbrengt.
En daar spreken we nu 2 dingen over af.
Ten eerste dat we dat advies heel zwaar laten wegen.
En ten tweede dat de financiële consequenties onderdeel zijn van de voorjaarsbesluitvorming 2027.
Het is en blijft aan de gemeenten om de jeugdzorg doelmatig te organiseren.
Maar het is en blijft ook zo dat dat het Rijk de kosten moet dragen voor taken die gemeenten namens het Rijk uitvoeren.

Daar bent u het vast ook mee eens.

Die discussie over taken en middelen speelt natuurlijk op veel meer terreinen.
Infrastructuur, openbaar vervoer, natuurontwikkeling, warmtenetten, woningbouw, verduurzaming, netcongestie – we hebben overal veel, en misschien ook wel méér geld voor nodig.
Dat is natuurlijk de kern van politiek en besturen: kiezen in schaarste.
Gemeentebegrotingen en de rijksbegroting kunnen nou eenmaal niet eindeloos groeien.
Er is een grens aan de belasting die je aan mensen kunt opleggen.
En dus moeten we scherp zijn op wat we uitgeven, waaraan en hoe.
Bovendien komen we op de arbeidsmarkt ook gewoon handen te kort om alles te doen wat we willen.
Juist daarom is het zo ongelooflijk belangrijk dat we nu als 4 overheden met elkaar afspreken om gezamenlijk te investeren in de toekomst.
We gaan niet op elkaars stoel zitten, maar wel kijken hoe we alle energie, kennis en geld zo goed mogelijk kunnen benutten om de structuur van ons land te versterken.
We kijken dus niet 1 of 2 jaar vooruit, maar 10 of 20.
En dat begint met een gezamenlijke langetermijnvisie, waar nu aan wordt gewerkt en die begin volgend jaar klaar moet zijn.
Ik ben daar echt enorm blij mee.

Zitten we dan vanaf nu als overheden samen op een bestuurlijke roze wolk?
Nee natuurlijk niet.
Er zal altijd discussie zijn en dat is ook gezond.
Maar we maken wel een nieuwe start in de samenwerking.
En dat is nodig.
Want eerlijk is eerlijk: de verhoudingen tussen het Rijk en de collega-overheden zijn de laatste jaren niet altijd heel geweldig geweest.
Soms zelfs op het stekelige af.
Dat is natuurlijk niet goed en het is ook niet wat mensen van ons mogen verwachten.
Alle tijd en energie die we besteden aan onderlinge discussie kunnen we niet besteden aan het oplossen van de grote problemen die er zijn.
Aan de grote doorbraken waar Nederland naar snakt.
Vandaar dat ik zo blij ben met de stappen die we nu zetten.

En er is nog een reden waarom we elkaar goed moeten vasthouden.

Steeds meer volksvertegenwoordigers en bestuurders krijgen te maken krijgen met verbaal geweld, agressie of bedreigingen.
Niet verrassend is dat vaak gerelateerd aan het asielvraagstuk.
Grip op migratie moet leiden tot meer rust op dit punt.
En om dat te bereiken, bouwen we voort op de aanbevelingen van de Staatscommissie Demografie.
Het is nog te vroeg om definitieve uitspraken te doen over het effect van het Europees Migratiepact, maar het doel van het kabinet is om met alle genomen maatregelen de instroomcijfers te laten dalen.
Dat is nodig en het kan ook helpen om lokaal het draagvlak voor opvang en huisvesting van statushouders sterker te maken.
Ik weet zeker dat ook gemeenten rust willen op dit onderwerp en dat betekent dat we samen de reguliere opvang op orde moeten brengen, niet in de laatste plaats voor kinderen.
Dat heeft de Onderzoeksraad Voor Veiligheid ons vorige week nog eens duidelijk voorgehouden.
En het betekent ook dat we vanaf de eerste dag ook echt werk moeten maken van integratie – nog een gezamenlijke opdracht aan gemeenten en Rijk.
Met de plannen die er liggen van Bart van de Brink en Thierry Aartsen moet het lukken om dat doel – meer grip op migratie, meer rust  – dichterbij te brengen.
Maar we snappen denk ik ook allemaal dat dat een zaak van langere adem is.
Dat er geen panklare en eenvoudige oplossingen zijn.
En dat de worsteling van veel gemeenten rond dit onderwerp dus niet zomaar voorbij is.

Ondertussen kan dat nooit een excuus zijn voor verbaal geweld, agressie of bedreigingen.
Uit een enquête van de NOS vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen bleek dat 1 op de 3 raadsleden daar inmiddels ervaring mee heeft.
Een verdubbeling ten opzichte van 2022, aldus de NOS.
1 op de 3 - dat zijn alleen al in deze zaal zo’n duizend mensen.
Misschien bent u het zelf, en anders is het uw buurvrouw of buurman.

De agressie tegen publieke ambtsdragers is een veelkoppig monster dat heel verschillende vormen kan aannemen, van online gescheld tot de extreme geweldsuitbarstingen die we zagen in Loosdrecht en Engelen.
Er is – vrees ik – ook op dit punt niet één knop waarmee we dit even snel kunnen oplossen.
Maar we moeten ons er tegen blijven uitspreken en verzetten.
En we moeten er ook tegen optreden als strafrechtelijke grenzen worden overschreden.
Dat moeten we doen voor elkaar, omdat een bedreiging je niet in de koude kleren gaat zitten.
Steun van mensen dichtbij, een luisterend oor, praktische hulp bij een aangifte – dat is echt heel belangrijk.
En we moeten ons blijven uitspreken, omdat elke bedreiging, elke smerige tweet, elke vorm van agressie een volgende druppel is die de steen van de democratie kan uithollen.
Als mensen zoals u zich niet meer 100% vrij voelen om uit te komen voor hun mening en op te komen voor het belang van hun kiezers en inwoners, verliezen we iets fundamenteels.
Ook op dit punt geldt dat we het samen moeten doen.

Beste VNG’ers,

Wat mij het meest is bijgebleven uit mijn Nijmeegse jaren als raadslid, is hoe enorm bevredigend het is om heel concreet resultaat te zien van je werk.
Soms is dat iets kleins als een trapveldje of een inloopmiddag voor ouderen, vaak ook iets heel groots als een nieuwe woonwijk of bibliotheek.
En ik weet met hoeveel hart en ziel dat werk in de gemeenten wordt gedaan.
Daar wil ik u vandaag voor bedanken.
En ik hoop dat we de komende jaren met elkaar veel goeds en moois tot stand kunnen brengen.
Want inderdaad: ‘We doen het samen.’

En helemaal tot slot: als er 1 man is die ons heeft laten zien hoe echte samenwerking eruit ziet, dan is dat Leonard Geluk, die na dit Jaarcongres afscheid neemt van de VNG – zijn VNG, durf ik wel te zeggen.
Leonard, dank je wel voor je enorme inzet om dat huis van Thorbecke overeind te houden en sterker te maken.
En heel veel succes bij Natuurmonumenten.

Dank u wel.