Cultuurbeleid voor 2021 en verder

Theater, kunst en musea aantrekkelijk houden voor de hele bevolking. Dat is het doel van een eigentijds cultuurbeleid waar het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) aan werkt. Dat doet ze samen met de cultuursector, gemeenten en provincies. Het nieuwe cultuurbeleid gaat in 2021 van start.

Vraag en aanbod cultuur verandert

Onze samenleving verandert. Denk aan mensen met verschillende culturele achtergronden, minder jongeren, meer ouderen en groei van de steden. Dit heeft gevolgen voor de vraag naar cultuur. Ook verandert de manier van cultuur maken. Een nieuwe generatie kunstenaars speelt in op het publiek van deze tijd met vernieuwende kunstvormen.

Het ministerie van OCW onderzoekt hoe het nieuwe cultuurbeleid er uit moet zien. Dit doet OCW  samen met makers, organisaties en anderen die in de culturele sector werken. Maar ook samen met het IPO (het overleg van de provincies), de G9 (de 9 grootste gemeenten) en de VNG (de Vereniging Nederlandse Gemeenten). De Raad voor Cultuur adviseert de regering bij de ontwikkeling van het nieuw beleid.

Onderweg naar cultuurbeleid 2021Het proces is ingedeeld in verschillende fases.

Cultuurbeleid 2021 – 2024: Cultuur voor iedereen

Cultuur. Nederland barst ervan.

Niet verwonderlijk, want cultuur maakt nieuwsgierig.

Het prikkelt je verbeelding.

Het laat je nieuwe werelden ontdekken.

Cultuur is van iedereen.

Van de makers en hun publiek. Van kleinsten en de oudsten. Het maakt niet uit waar je vandaan komt, waar je voor staat of wat je geleerd hebt.

Van iedereen.
Van heel Nederland.
En daarbuiten.

Dat wil het kabinet. Maar dat gaat niet vanzelf.

Vandaar dat we de komende jaren extra investeren in cultuur.

Met trots op het huidige aanbod en ruimte voor andere kunstvormen en nieuwe generaties.

Dat doen we samen als gemeenten, provincies en rijk.

We verstrekken subsidie vanuit de basisinfrastructuur en de zes landelijke cultuurfondsen. Daarnaast starten we verschillende programma’s.

De komende periode breiden we de basisinfrastructuur uit met andere genres zoals festivals, ontwikkel-instellingen, jeugdaanbod, regionale musea, en muziekensembles. Voor nieuwe makers en een nieuw publiek.

De zes cultuurfondsen zetten in op vernieuwing, innovatie, verbreding en toegankelijkheid.

Met verschillende programma’s is er extra aandacht en zijn er middelen voor belangrijke thema’s zoals cultuuronderwijs en participatie. Zo zetten we ons in voor een groot bereik.

Een eerlijke beloning voor iedereen die in de sector werkt staat voorop. Dat is een flinke opgave voor alle betrokkenen.

Zo bouwen we als overheden, samen met het culturele veld – en met het nieuwe cultuurstelsel – aan een sterke, aantrekkelijke Nederlandse cultuursector van en voor iedereen.

Proeftuinen voor culturele vernieuwing in de regio

Een groot deel van de cultuurontwikkeling vindt plaats in steden en provincies. Er zijn 15 proeftuinen in Nederland waarin gemeenten en provincies samenwerken met culturele organisaties. Zo zet een proeftuin in het zuiden zich in om het klimaat voor danstalent te verstevigen. 

In 2019 en 2020 trekt het kabinet 4 miljoen euro uit om samenwerking in de regio te stimuleren. De stedelijke regio’s ontvangen de bijdrage in de vorm van een decentralisatie-uitkering. Aan een decentralisatie-uitkering aan medeoverheden zijn geen financiële eindverantwoordingsverplichtingen verbonden. 

Contact met Cultuurbeleid 2021 en verder

Heeft u vragen, ideeën of opmerkingen? Neem dan contact op met het projectteam van Cultuurbeleid 2021 en verder. U bereikt het projectteam via cultuurbeleid2021@minocw.nl.