Toespraak minister Yeşilgöz-Zegerius bij het Vrijheidsdefilé te Wageningen.
Veteranen, Excellenties, Ridder der Militaire Willems-orde,
representatives of the Allied Forces, geachte aanwezigen,
Het Bevrijdingsvuur is aan!
81 jaar vrijheid…
Ook wij zijn nog maar één mensenleven lang vrij.
Het Bevrijdingsvuur ging het land door.
Van hand tot hand – door de generaties heen.
Zo nemen wij de fakkel over van hen die onze vrijheid bevochten..
Dear veterans,
it is an honour to have you with us today.
We thank you, deeply and sincerely.
For your courage, for your sacrifice,
and for the freedom you made possible.
Dames en heren,
De Britse Robbie Hall is één van hen.
Ze ontstak vannacht het Bevrijdingsvuur.
Geboren in 1923 en dus al 103 jaar oud!
Nog maar zeventien was ze en vastbesloten om te dienen.
Zij loog over haar leeftijd om zich aan te sluiten bij Bomber Command van de Women’s Auxiliary Air Force.
Daar ontmoette ze Flight Sergeant Frank Vincent, boordschutter op een Lancaster-bommenwerper.
Ze waren jong en wilden trouwen.
Maar de oorlog besliste anders.
Van zijn 23e missie keerde Frank niet terug.
Hij was 21 jaar oud en Robbie bleef alleen achter.
80 jaar lang wist Robbie Hall niet waar haar verloofde begraven lag.
Tot een vrijwilliger zijn graf vond en haar ernaartoe bracht.
Diep ontroerd ontdekte ze in de afscheidswoorden op de grafsteen haar eigen naam – en eindelijk viel het verleden op zijn plek.
Dat, lieve mensen, is wat oorlog doet.
Oorlog en tirannie trekken mensen uit elkaar.
En oorlog komt vandaag helaas steeds dichterbij.
Wat Robbie Hall en Frank Vincent meemaakten, gebeurt vandaag opnieuw – in Oekraïne.
Geliefden die elkaar verliezen.
Eén op de vijf Oekraïense kinderen mist inmiddels een ouder, een familielid of een vriendje.
Dat raakt ook ons.
We zijn nog maar één mensenleven vrij.
En toch zijn we ons daarin snel comfortabel gaan voelen, misschien wel té.
Terwijl de geschiedenis ons laat zien dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is.
En dat de veiligheid van landen in Europa meer dan ooit met elkaar verbonden is.
Onze betrokkenheid bij Oekraïne is daarom meer dan medeleven.
Het is erkenning - van hoe snel agressie zich verspreidt en hoe dichtbij dat kan komen.
En de overtuiging dat het verleden zich niet mag herhalen.
Want zodra wij onze waakzaamheid verliezen,
onze vrijheid als onaantastbaar beschouwen
en ons als bondgenoten uit elkaar laten drijven,
kan wat ver weg lijkt ineens akelig dichtbij komen.
Als Oekraïne valt, is Poetin een stap dieper Europa in en staat hij aan de grens van het NAVO-bondgenootschap.
En dan is die oorlog ook van ons.
Dat is geen theoretisch scenario.
Onze inlichtingendiensten zijn daar helder over:
Rusland en China bouwen sneller militaire kracht op dan ons lief is.
Dat vraagt om realisme.
Daarom investeren we in onze krijgsmacht.
Daarom investeren we in eenheid en militaire kracht.
En dat doen we ook met landen die ooit tegenover ons stonden.
De bezetter van toen is vandaag een gewaardeerde partner.
Dat zien we straks ook heel concreet in het vrijheidsdefilé, waar Duitse militairen meelopen.
En juist nu die eenheid wordt getest, moeten we daarin investeren en als bondgenoten samen optrekken om te beschermen wat ons dierbaar is.
Vandaag geven we de fakkel door en laten hem niet vallen.
Onze generatie is aan zet.
En er staat veel op het spel.
Het verhaal van Robbie Hall laat zien wat er gebeurt als vrijheid verdwijnt.
Wat oorlog kapotmaakt.
Dat vraagt iets van ons allemaal.
En juist daarom mogen wij nooit te comfortabel worden.
Moeten we alles doen om onze vrijheid te bewaren.
Zodat wij die vrijheid kunnen blijven doorgeven.
En we straks een eeuw aan vrijheid mogen vieren.
Ik wens u een prachtige dag.