Toespraak minister-president Schoof bij herdenking Kars Veling
Dick Schoof hield in Den Haag een toespraak bij het herdenken van de oud-fractievoorzitter van de ChristenUnie, de heer Veling.
Meneer de voorzitter,
In een interview met NRC in april 2003, vertelt Kars Veling over de baan waar hij 2 maanden later aan zal beginnen: die van directeur van het Johan de Witt College in Den Haag.
De krant verbaast zich over die stap, aangezien het Johan de Witt nogal verschilt van het Gereformeerde Greijdanus College in Zwolle; waar Veling voor zijn politieke loopbaan rector was.
Maar volgens Veling valt het met die verschillen wel mee.
Op beide scholen heb je te maken met ouders die willen dat hun kinderen een goede plek in de samenleving krijgen. Uiteindelijk gaat het op elke school maar om één ding: samen met de ouders jonge mensen aanmoedigen zich te ontwikkelen.
Uit het feit dat hij 8 jaar op het Johan de Witt bleef, blijkt voor mij dat Kars Veling gelijk had met zijn bewering dat het met die verschillen wel meeviel.
Of misschien moet ik zeggen: blijkt dat Kars Veling er zelf voor zorgde dat hij gelijk had.
Door consequent vast te houden aan zijn overtuiging dat mensen in staat zijn er samen uit te komen, zolang ze zich richten op wat hen bindt.
Geen direct voor de hand liggende overtuiging, voor iemand met onwankelbare christelijke principes.
Maar Veling zag dat zelf heel anders.
Met een anker ben je weliswaar stevig, maar je komt nergens
, zei hij.
En dus schreef Veling, kort na zijn aantreden als senator van het GPV in 1991, een brief aan het partijbestuur dat hij zich voortaan in het openbaar positief zou uitlaten over een fusie met de RPF.
Het zou nog 9 jaar duren voordat het zover was, en ik weet niet of deze brief destijds een rol heeft gespeeld, maar feit blijft dat Kars Veling de eerste lijsttrekker van de ChristenUnie werd.
Wat in ieder geval een rol speelde: Veling werd gezien als een redelijk man.
Als iemand die wist dat je soms compromissen moest sluiten.
Als iemand die boven de partijen stond.
Je bent slecht bezig als je alleen spreekbuis bent van je eigen groep
, zei hij tegen verslaggevers van het Nederlands Dagblad en het Financieele Dagblad.
Ik wil overtuigend naar anderen toe zijn. En als de herkomst van mijn redenering je niet bevalt, kun je in ieder geval over de uitkomst ervan je gedachten laten gaan.
Die uitspraak is typerend voor Kars Veling.
Altijd op zoek naar waar partijen, waar mensen, elkaar konden vinden.
Of dat nou in de politiek was of in het onderwijs- zijn oude liefde, waar hij naar terugkeerde na zijn politieke carrière.
Want ook op het Johan de Witt, wilde hij er opnieuw, samen uitkomen.
Door zich te verplaatsen in de ander.
Door te luisteren.
Door vragen te stellen.
Aan docenten, maar bovenal aan leerlingen.
Dat deed hij ook als directeur van het "Huis voor democratie en rechtsstaat”, het latere ProDemos.
Want, zo zei hij: Het is niet alleen belangrijk dat scholieren hier een dagje komen kijken hoe democratie werkt, het is veel belangrijker dat ze er zelf actief aan deelnemen.
En omdat de leraar in Veling nooit ver weg was, schreef hij een kinderboek over democratie met de veelzeggende titel: Eerlijk.
Met dat ene woord is eigenlijk alles over Kars Veling gezegd.
En hoewel hij er zelf van overtuigd was dat zijn invloed maar beperkt was, denk ik dat velen dat niet met hem eens zijn.
De leerlingen op het Greijdanus College in Zwolle.
Die van het Johan de Witt College in Den Haag.
De schoolklassen die een bezoek brachten aan ProDemos.
En heel veel mensen, hier in deze Kamer.
Maar bovenal zijn familie en vrienden, die ik veel sterkte wens bij dit verlies.
Wij herdenken Kars Veling met diep respect.