Aanpak lerarentekort

Er zijn te weinig leraren in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. Dit komt omdat er niet genoeg nieuwe leraren bij komen. En veel oudere leraren gaan met pensioen. Het kabinet pakt het lerarentekort landelijk en in de regio’s aan. De eerste resultaten zijn positief.

Kabinet investeert € 811,7 miljoen in aanpak lerarentekort

Het kabinet pakt het personeelstekort in het onderwijs aan met investeringen en maatregelen. Er is een structurele investering van € 811,7 miljoen om de tekorten op te lossen. Daar is eenmalig € 358,7 miljoen aan toegevoegd. Met dit geld is bijvoorbeeld de salarisverhoging in het primair onderwijs betaald. En de aanpak van de werkdruk. Hierdoor wordt het vak aantrekkelijker voor nieuwe leraren.

Landelijke en regionale aanpak lerarentekort

De aanpak bestaat uit landelijke en regionale maatregelen.

Landelijke aanpak 

Landelijk wordt het lerarentekort op 3 manieren aangepakt:

  • instroom van meer leraren; 
  • behoud van leraren; 
  • onderwijs anders organiseren.

Lees meer over de landelijke aanpak op de pagina’s over primair onderwijs (po) en voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo).

Regionale aanpak 

De omvang en aard van de tekorten verschillen per regio. In de grote steden zijn de tekorten momenteel het grootst, waar in sommige gebieden buiten de Randstad de tekorten nog veel kleiner zijn. Daarom verschilt de aanpak in de regio’s ook. Het kabinet stimuleert regionale samenwerking tussen schoolbesturen, scholen, lerarenopleidingen en gemeenten.
Een overzicht van de regio’s staat op de website aanpaklerarentekort.nl. Hier staat ook uitleg over de regionale aanpak en voorbeelden wat er met het geld gebeurd.

Via de Subsidieregeling Regionale Aanpak Personeelstekorten in het onderwijs is geld beschikbaar gesteld. Met deze subsidie werken 42 regio’s in het primair onderwijs samen om het lerarentekort tegen te gaan. In het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs zijn dat 26 regio’s.

Noodplannen primair onderwijs grote steden

In 5 grote steden is het lerarentekort het grootst. Het gaat om Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Utrecht en Almere (G5). Gemeenten en schoolbesturen in deze steden geven aan dat er noodmaatregelen nodig zijn voor het primair onderwijs. Om goed onderwijs te kunnen blijven bieden, hebben deze steden eigen noodplannen opgesteld. Ook heeft het ministerie van OCW met de 5 steden convenanten gesloten. Hierin staan specifieke maatregelen per stad.

Campagne De Baan van het leven

Sinds februari 2020 loopt de campagne Werken in het onderwijs. De Baan van het leven.
In de campagne inspireren ambassadeurs hun collega’s in het onderwijs om hun vak met trots uit te dragen. En om zelf weer mensen te inspireren en te motiveren om in het onderwijs te willen werken.

Resultaten aanpak lerarentekort

Volgens de meest recente arbeidsmarktramingen werkt de aanpak. In het primair onderwijs zijn minder tekorten dan verwacht. Dit komt vooral door de instroom van nieuwe leraren. Ook blijven meer leraren voor de klas staan. Enkele resultaten op een rij:

  • In 2019 zijn er in totaal 1.972 zij-instromers bijgekomen.
    • in het po (inclusief (v)so) 853; 
    • in het vo 189; 
    • in het mbo 930.

            Het kabinet investeerde in 2019 €39,2 miljoen in zij-instroom.

  • In 2019 zijn 328 aanvragen gedaan voor de subsidie voor onderwijsassistenten die een lerarenopleiding willen volgen.
  • De afgelopen 2 jaar zijn 1500 werklozen in het po aan het werk gegaan. Dit waren uitkeringsgerechtigden die langer dan 6 maanden in de WW zaten.
  • Onderzoek wijst uit dat de werkdruk in het po lager is. Zo is bijvoorbeeld de extra inzet van onderwijsondersteunend personeel met 18% toegenomen.
  • Leraren in het po hebben 14% extra beloning gekregen sinds 2017.