Lerarentekort voortgezet onderwijs

Scholen hebben in sommige regio’s steeds meer moeite om leraren te vinden voor zogeheten tekortvakken. Deze vakken zijn bijvoorbeeld de vreemde talen en de bètavakken. 

Omvang van het tekort

Het is onmogelijk om aan te geven hoe groot het tekort op dit moment precies is. Dan zou het ministerie van OCW alle scholen moeten vragen om de openstaande vacatures voortdurend centraal te registreren. Dat zou tot meer administratie leiden en wat ten koste zou gaan van het onderwijs.

Ramingen

OCW onderzoekt of er in de toekomst tekorten verwacht worden. Dat worden ramingen genoemd. Deze ramingen hebben invloed op de werkelijkheid. Zo kan een bericht over tekorten in het onderwijs ervoor zorgen dat iemand juist naar de pabo gaat, omdat een baan daarna vrij zeker is.

Op basis van de jongste ramingen is de schatting  dat, als er niets verandert, het tekort  in 2020 oploopt naar 800 fte. En dat als we niets doen, dit tekort in 2025 verder oploopt naar 1.200 fte.. Samen met werkgevers, bonden en gemeenten werkt de overheid aan het tegengaan van het tekort. 

Verwachte tekorten leraren en directeuren in het VO in fte, 2015-2025
fte
201568
2016475
2017609
2018813
2019788
2020782
2021759
2022783
2023890
20241048
20251261
CentERdata Brontabel als csv (117 bytes)

Plan van aanpak

Om te voorkomen dat de ramingen voor het lerarentekort uitkomen, hebben minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker een plan van aanpak opgesteld. Het plan in hoofdlijnen:

  • In-, door- en uitstroom van de lerarenopleidingen stroomlijnen.
  • Zij-instroom bevorderen.
  • Behoud van leraren.
  • Stille reserve aanspreken (mensen met een onderwijsbevoegdheid die niet in het onderwijs werken).
  • Beloning en carrièreperspectief verbeteren.
  • Anders organiseren en innovatieve ideeën toepassen.

Om het lerarentekort op te vangen, mogen scholen voor voortgezet onderwijs onbevoegden les laten geven. Daarvoor gelden wel voorwaarden. Deze 'benoembare leraren' zijn onder andere:

  • Leraren in opleiding.
    Leraren in opleiding (lio's) in de laatste fase van hun studie kunnen al lesgeven op een school.
  • Zij-instromers.
    Mensen van buiten het onderwijs kunnen zij-instromer worden. Zij moeten in het bezit zijn van een getuigschrift 'hoger onderwijs' (een hbo- of wo-opleiding).
  • Leraren die een ander vak geven.
    Leraren mogen een ander vak geven dan waarvoor zij bevoegd zijn. Dat kan dan voor ten hoogste 2 jaar. Zij moeten wel binnen 2 jaar alsnog een bevoegdheid halen voor dat vak.
  • Tweedegraads leraren in de bovenbouw.
    Tweedegraads docenten mogen maximaal 1 jaar ook in de bovenbouw van havo en vwo hun vak geven. Dat mag voor maximaal de helft van hun werktijd. Deze leraren mogen op een school maximaal 5% van het totale aantal lessen geven. De school moet dit melden aan de Inspectie van het Onderwijs.
  • Leraren die inspringen.
    Een nog onbevoegde leraar kan inspringen om een afwezige leraar te vervangen. Of om een vacature op te vullen zolang er geen geschikte kandidaat is. De nog onbevoegde leraar krijgt een aanstelling voor maximaal 1 jaar.
  • Gastdocenten in het voortgezet onderwijs.
    Mensen met kennis van een vak kunnen een beperkt aantal uren lesgeven als gastdocent. Hiervoor is geen onderwijsbevoegdheid nodig. De gastdocent valt onder de verantwoordelijkheid van een bevoegde leraar. Een gastdocent mag maximaal 160 uur per schooljaar les geven. Oftewel gemiddeld 4 uur per week.

Leraar worden

Informatie over hoe u leraar wordt staat onder vragen en antwoorden.