Lerarentekort in het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs

De tekorten aan leraren in het voortgezet onderwijs (vo) en middelbaar beroepsonderwijs (mbo) verschillen sterk per vak. De verwachting is dat het tekort groeit. Te weinig leraren is een groot probleem voor het onderwijs. Daarom geeft de Rijksoverheid geld zodat scholen meer leraren kunnen vinden.

Aanpak lerarentekort vo en mbo

De aanpak van het lerarentekort lijkt te werken. Er zijn meer nieuwe leraren dan verwacht werd. Toch worden er in het vo tekorten verwacht, vooral in vakken als Duits, wiskunde en informatica. In het mbo worden vooral tekorten verwacht in zorg- en techniekvakken. Daarom blijft het nodig dat alle betrokkenen meedoen. Bijvoorbeeld schoolbesturen, opleidingen, gemeenten en het ministerie van OCW.

Het tekort aan leraren wordt op 3 manieren aangepakt:

(Zij-)Instroom van leraren

  • Studenten die de lerarenopleiding volgen, betalen de eerste 2 jaar de helft van het collegegeld
  • Schoolbesturen kunnen €20.000 subsidie krijgen voor een  zij-instromer. Dit zijn mensen die vanuit een ander beroep leraar willen worden. De subsidie is voor de opleiding en begeleiding. 

Behoud van leraren

  • Schoolbesturen zorgen dat het vak voor leraren aantrekkelijk blijft. Bijvoorbeeld door (startende) leraren te coachen. Of leraren de kans te geven zich te ontwikkelen. Leraren in het vo hebben daarom 50 uur tijd om aan de eigen ontwikkeling te werken. Hierdoor blijft het vak uitdagend.

Onderwijs anders organiseren

  • Scholen kunnen op een andere manier lesgeven. Bijvoorbeeld door meer gebruik te maken van onderwijsassistenten. Of door meer digitale middelen te gebruiken.
  • Scholen en regio’s denken na over innovatieve organisatievormen. De overheid stimuleert dit via de subsidie regionale aanpak personeelstekort (RAP) en het schoolleider innovatie en ontwikkelfonds (SIOF). 
  • Ook lerarenopleidingen moeten veranderen. Samen met de scholen en de Commissie Onderwijsbevoegdheden bekijkt het ministerie van OCW hoe dit moet.
    Daarnaast wil het kabinet dat lerarenopleidingen meer maatwerk bieden. Bijvoorbeeld via opleidingen die beter passen bij studenten met werkervaring, zoals zij-instromers en deeltijders. 

Bevoegd voor de klas

Scholen mogen het lerarentekort op een andere manier opvangen. In het vo en mbo mogen leraren onbevoegd of met een andere bevoegdheid les geven. Het gaat hier om:

  • Leraren in opleiding.
    Leraren in opleiding (lio's) kunnen in de laatste fase van hun studie al lesgeven.
  • Zij-instromers.
    Mensen van buiten het onderwijs kunnen zij-instromer worden. Zij mogen al wel vast beginnen met lesgeven. Maar zij moeten binnen 2 jaar een onderwijsbevoegdheid halen. Voor het mbo heet dit een Zij-instromers in het mbo een pedagogisch didactisch getuigschrift (PDG).
  • Leraren die een ander vak geven.
    Leraren mogen een ander vak geven dan waarvoor zij bevoegd zijn. Dat kan dan maximaal 2 jaar. Zij moeten wel binnen die 2 jaar een bevoegdheid halen voor dat vak.
  • Tweedegraads leraren in de bovenbouw.
    Tweedegraads leraren mogen maximaal 1 jaar ook in de bovenbouw van havo en vwo hun vak geven. 
  • Leraren die inspringen.
    Een nog onbevoegde leraar kan inspringen om een afwezige leraar te vervangen. Of om een vacature op te vullen zolang er geen geschikte kandidaat is. 
  • Gastdocenten.
    Mensen met specialistische vakkennis kunnen zonder bevoegdheid maximaal 6 klokuren in een week lesgeven als gastdocent.

Aanpak Tekortvakken

Sinds het schooljaar 2019-2020 worden regionale procesregisseurs ingezet. Deze regisseurs helpen kansrijke initiatieven verder. Denk hierbij aan: 

  • samenwerking met beroepsverenigingen; 
  • omscholing van overschotvakken naar tekortvakken; 
  • een educatieve minor voor de bètavakken in het hbo; 
  • inzetten van persoonlijke assistenten leraar (PAL’s).

Er worden handreikingen opgesteld om deze initiatieven breder in te kunnen zetten. Ook geven de initiatieven inzicht in knelpunten die de lerarentekorten in deze vakken veroorzaken. En wordt onderzoek naar oplossingen gedaan.