Als er lange tijd geen regen valt en de temperatuur hoog is, kan een zoetwatertekort ontstaan. De overheid grijpt in als er een watertekort dreigt. Bijvoorbeeld door het beschikbare water te verdelen over partijen die het nodig hebben.

Gevolgen zoetwatertekort

Een tekort aan zoetwater zorgt voor de volgende problemen:

  • Drinkwaterbedrijven kunnen niet genoeg water winnen dat geschikt is om drinkwater van te maken.
  • Veendijken kunnen barsten of scheuren door uitdroging, waardoor ze niet meer veilig zijn tegen hoog water.
  • Landbouwers hebben niet genoeg water om akkers te besproeien.
  • Planten en dieren in de natuur vinden niet genoeg water om te overleven.
  • Als het water laag staat, kunnen er minder schepen varen.
  • De industrie heeft onvoldoende water om bijvoorbeeld hun machines mee te koelen.
  • Omdat er minder aanvoer is van zoet water, krijgt zout water de kans Nederland verder in te stromen. Dit heet verzilting en is slecht voor de landbouw, natuur, industrie en drinkwaterwinning.
  • Door hoge watertemperatuur en weinig doorspoeling gaat de kwaliteit van het water flink achteruit. Ziekmakende bacteriën zoals blauwalg komen vaak voor in hete droge zomers.

Voorkomen van zoetwatertekort

De overheid neemt maatregelen om te voorkomen dat er een zoetwatertekort ontstaat. Deze staan in het Deltaprogramma Zoetwater. Bijvoorbeeld:

  • Opslag van water
    Tijdens natte perioden kan de overheid het water tijdelijk opslaan in het oppervlaktewater of in de bodem. Bijvoorbeeld door tijdelijk het waterpeil in rivieren, meren en sloten te verhogen. Een voorbeeld daarvan is het IJsselmeer: deze ‘nationale waterton’ zorgt voor water voor de regio’s rondom het meer
  • Minder afvoer van regenwater via riool
    Regenwater is schoon en kan direct worden gebruikt. Maar in stedelijke gebieden voeren regenpijpen en goten regenwater af naar het riool. Daar komen vervolgens schadelijke stoffen en organismen in het water terecht.
    Minder asfalt en beton zorgt ervoor dat er minder regenwater in het riool komt, en meer regenwater direct in de grond gaat. Ook kunnen regenpijpen worden losgekoppeld van het riool, zodat het regenwater bijvoorbeeld naar een lager gelegen grasveld gaat waar het langzaam de grond inzakt. Zo is het water weer geschikt voor de natuur of landbouw
  • Onderzoek naar hergebruik rioolwater
    Onderzoekers testen of water uit het riool schoongemaakt kan worden, zodat bijvoorbeeld de landbouw of industrie het opnieuw kan gebruiken. Een voorbeeld daarvan is de waterharmonica in Vlaardingen.

Overheid grijpt in bij zoetwatertekort

Zijn er lange perioden met droog en warm weer? Dan neemt de overheid de volgende maatregelen:

  • Verdeling van het beschikbare water
    Als er een watertekort is, moet het beschikbare water worden verdeeld over mensen en bedrijven die het nodig hebben. Over de volgorde zijn afspraken gemaakt in het Landelijk draaiboek waterverdeling en droogte. Zo krijgen de dijken en het drinkwater voorrang op bijvoorbeeld scheepvaart of bedrijven zoals datacenters. Ook de natuur gaat voor als er anders permanente schade ontstaat. Voor deze waterverdeling is een speciale commissie: de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW).
  • Verbod op water onttrekken
    Het waterschap kan mensen en bedrijven verbieden water uit sloten, rivieren, meren of de bodem te halen. Zo’n verbod kan dan bijvoorbeeld gelden voor boeren en tuinders, die dit water gebruiken voor hun planten. Of voor de industrie, die dit water gebruiken om machines te koelen. 
  • Besproeien dijken
    Dit voorkomt uitdroging en beschadiging van de dijken. De overheid besproeit vooral veendijken, omdat die het kwetsbaarst voor uitdroging zijn.

Meer maatregelen om zoveel mogelijk zoetwater beschikbaar te hebben staan in het:

Verdroging in waardevolle natuurgebieden

Verdroging van natuurgebieden voorkomen of terugdringen is ingewikkeld. De maatregelen die nodig zijn, hebben namelijk ook invloed op de waterhuishouding in het gebied eromheen. Als een natuurgebied natter wordt, worden de landbouwgebieden eromheen dat vaak ook. En daardoor kunnen boeren minder goed hun land bewerken.

De overheid richt zich vooral op gebieden waar de natuur erg waardevol is: de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland.