De zeescheepvaart moet minder CO2 uitstoten en schonere brandstof gebruiken. Nieuwe schepen moeten energiezuiniger gebouwd worden. De Rijksoverheid baseert het beleid voor duurzame scheepvaart vooral op afspraken in de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) en de Europese Unie.

Beperken uitstoot CO2 door de zeevaart

Voor de zeevaart zijn internationale afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn in lijn met het klimaatakkoord van Parijs om de uitstoot van CO2 terug te dringen. En ze sluiten aan op andere afspraken. Bijvoorbeeld over lozingen van afval door zeeschepen.

In de IMO is afgesproken dat de zeevaart minder CO2 gaat uitstoten. De volgende doelen zijn afgesproken:

  • De gemiddelde CO2-uitstoot moet in 2030 40% lager zijn dan in 2008.
  • In 2050 moet de gemiddelde CO2-uitstoot verder verminderd zijn met 70%.

De sector wil zeeschepen nog in deze eeuw volledig emissieloos maken. In aanvulling op deze doelen moet de jaarlijkse CO2-uitstoot van de hele internationale zeescheepvaart in 2050 50% minder zijn dan in 2008.

Maatregelen om doelen zeescheepvaart te halen

In de IMO bespreken partijen maatregelen om deze doelstellingen te kunnen halen. Er is afgesproken dat: 

  • Vanaf 2025 alle nieuwe zeeschepen minstens 30% energiezuiniger gebouwd moeten worden dan in 2014.
  • Voor schepen van 5000 ton of groter verplichte eisen gelden voor het bijhouden en rapporteren van hun brandstofgebruik.

Beperking uitstoot fijnstof, zwavel en stikstofoxiden door zeevaart op Noordzee

Uitlaatgassen van scheepsmotoren veroorzaken luchtvervuiling. Dat komt door de uitstoot van zwaveloxiden, stikstofoxiden en fijnstof.

Om deze milieuvervuiling tegen te gaan is de Noordzee uitgeroepen tot speciaal emissiebeheersgebied voor de zeevaart. Alle nieuwe schepen die op de Noordzee varen, moeten voldoen aan normen voor NOx (stikstofoxide).

Ook mogen schepen wereldwijd alleen nog brandstof gebruiken met maximaal 0,5% zwavel. Dat zorgt voor een betere luchtkwaliteit. Voor de Noordzee geldt een streng.ere zwavelnorm