Het kabinet werkt aan een nieuwe Wet wapens en munitie met duidelijke regels voor burgers die een wapen willen bezitten en gebruiken. De basis van de huidige Wet wapens en munitie stamt uit 1919. Door technische ontwikkelingen van wapens, uitspraken van de rechter en Europese regels is de wet achterhaald. De nieuwe wet regelt welke uitzonderingen op het wapenverbod worden toegestaan en onder welke voorwaarden. De overheid wordt volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet. Nu is veel verantwoordelijkheid neergelegd bij wapenverenigingen.
Minister Van Weel: “In het wetsvoorstel dat wordt voorbereid wordt duidelijk voor welke doelen uitzonderingen mogelijk zijn en onder welke voorwaarden. Het gaat om uitzonderingen voor culturele doeleinden zoals schuttersfeesten, schietsport en de jacht. We kijken telkens of het uitlegbaar en beheersbaar is dat we een uitzondering maken, op basis van de noodzaak van het gebruik, de risico’s tijdens gebruik, en het toezicht. Zo worden regels duidelijker, blijven uitzonderingen goed geregeld en blijft het vertrouwen in de wet behouden. Daarmee voorkomen we dat aanpassingen worden bepaald door incidenten.”
Bij de herziening van de wapenwet zijn ook de ministers van LVVN, VWS en OCW betrokken. Er gelden namelijk uitzonderingen op het verbod voor jacht en faunabeheer, de schietsport, schutterijen, musea, archeologie en particuliere wapenverzamelaars. Dit zogenaamde gerechtvaardigd belang wordt bepaald door de verantwoordelijke ministers. Daarbij staat voorop dat het bezit en gebruik van wapens in veel gevallen vanuit veiligheidsoogpunt goed verloopt. De herziening volgt op het advies van de Commissie Wet wapens en munitie, die in 2022 aanbevelingen deed om knelpunten in de wet op te lossen. Straks worden uitzonderingen op het wapenverbod alleen gemaakt voor mensen die psychisch gezond zijn en fysiek in staat zijn om verantwoord met het wapen te kunnen omgaan. Voor de sectoren waar dat nog niet het geval is, wordt geregeld dat wapenbezitters aansprakelijk zijn voor schade en dat handhaving van de wet goed uitvoerbaar is.