De leefbaarheid in Nederland daalde voor het eerst sinds de metingen in 2002 licht, maar blijft gemiddeld goed. Vooral in sterk stedelijke gebieden, zoals de vier grote steden (G4) en grote delen van de G40, is de leefbaarheid gemiddeld gedaald. Bewoners ervoeren hier iets meer overlast en onveiligheid en ook de kwaliteit van woningen en de leefomgeving stonden meer onder druk. In gemeenten buiten de G4 en G40 blijft de leefbaarheid licht stijgen, bijvoorbeeld door woningbouw en meer sociale samenhang.
Dat blijkt uit de Leefbaarometer van Atlas Research en In.Fact.Research die tweejaarlijks wordt opgesteld in opdracht van het ministerie van BZK. Vandaag stuurde minister Boekholt-O’Sullivan van VRO het analyserapport over de Leefbaarometer 2024 aan de Tweede Kamer.
Minister Boekholt-O’Sullivan van VRO: “De meeste Nederlanders wonen in een buurt waar de leefbaarheid goed is. Tegelijkertijd zien we dat de leefbaarheid in vooral sterk stedelijke gebieden onder druk staat. Dat vraagt om gebiedsgericht beleid, zoals in de gebieden van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. De verschillen in leefbaarheid zijn soms groot, ook binnen wijken. In sommige wijken zijn investeringen in woningbouw en het terugdringen van leegstand nodig, terwijl in andere wijken juist meer sociale samenhang nodig is.”
Leefbaarheid versterken en verbeteren
Het Rijk zet verschillende programma's, instrumenten en wetten in om de leefbaarheid in Nederland te verbeteren. Via het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) werkt het Rijk samen met lokale allianties aan het verbeteren van de leefbaarheid in twintig stedelijke gebieden. Ook zet het Rijk het programma Preventie met Gezag in om te voorkomen dat jongeren in de criminaliteit terechtkomen. Daarnaast wordt er met het Nationaal Programma Vitale Regio’s gewerkt aan veilige en leefbare regio’s.
Ook zijn er diverse verschillende wettelijke instrumenten om de leefbaarheid te bevorderen. Met de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek kunnen gemeenten, na toestemming van de minister van VRO, woningen selectief toewijzen in wijken waar de leefbaarheid en veiligheid ernstig onder druk staan. De Leegstandswet biedt mogelijkheden om leegstand en verloedering van woningen tegen te gaan. Verder stelt de Wet goed verhuurderschap regels aan verhuurders om huurders beter te beschermen en misstanden te voorkomen. De Wet versterking regie volkshuisvesting maakt het mogelijk te sturen op meer gemengde wijken, met een betere balans tussen draagkrachtige en minder draagkrachtige inwoners.
Kaart 1: De gemiddelde leefbaarheid in Nederland blijft gemiddeld goed
Leefbaarometer
Leefbaarheid gaat over hoe prettig mensen het vinden om ergens te wonen. De Leefbaarometer laat zien hoe buurten en wijken scoren op de fysieke omgeving, woningvoorraad, voorzieningen, sociale samenhang en overlast en onveiligheid. Na jaren van verbetering daalde de leefbaarheid in 2024 in Nederland gemiddeld licht vergeleken met 2022. Daarmee blijft de leefbaarheid nog steeds gemiddeld ‘goed’ en ook nog iets gunstiger dan deze in 2020 was. Er zijn in 2024, net zoals in 2022, geen gemeenten die gemiddeld uitkomen op een score ‘zwak’ of ‘onvoldoende’.
Ontwikkeling leefbaarheid
In 2024 woonden ongeveer 2 miljoen Nederlanders (963.000 huishoudens) in gebieden waar de leefbaarheid van de woonomgeving ‘zwak’ of lager is. Dat zijn 43.000 huishoudens meer dan in 2022. Het is voor het eerst sinds de metingen in 2002 dat dit aantal toeneemt en dat er sprake is van een mogelijke trendbreuk. Dit komt vooral door de lagere waardering van de kwaliteit van de woningvoorraad (bijvoorbeeld door overbewoning) en van de fysieke leefomgeving (bijvoorbeeld verkeers- en geluidsoverlast). Ook nam de (ervaren) overlast en onveiligheid gemiddeld iets toe.
Gemeenten met een gemiddeld positieve en negatieve ontwikkeling van de leefbaarheid liggen vrij willekeurig verspreid over het land. Texel en Scherpenzeel laten als enige gemeenten een (zeer) grote verbetering zien. Er zijn geen gemeenten in Nederland met een gemiddeld (zeer) grote verslechtering van de leefbaarheid tussen 2022 en 2024.
Kaart 2: Gemeenten met een gemiddeld positieve en negatieve ontwikkeling van de leefbaarheid liggen verspreid over het land
Grote verschillen tussen gemeenten, wijken en buurten
De leefbaarheid ontwikkelt zich sterk verschillend binnen Nederland. Niet alleen tussen gemeenten, maar ook tussen en zelfs binnen wijken en buurten. In gebieden met een slechte leefbaarheid gingen meer (delen van) wijken en buurten er verder op achteruit (dalers) dan erop vooruit (stijgers).
Bij de dalers gaat het om ongeveer 122.000 woningen in vooral Rotterdam, Amsterdam en Den Haag, gevolgd door Arnhem, Breda, Delft, Groningen, Heerlen, Leiden, Roosendaal, Tilburg, Utrecht en Zaanstad. Dit komt vooral door meer overlast en onveiligheid, het soort en gebruik van de woningen en minder sociale samenhang. De totale woningvoorraad in Nederland bestaat ongeveer uit 8 miljoen woningen.
Bij de stijgers gaat het om ongeveer 42.000 woningen waar de leefbaarheid steeg van ‘onvoldoende’ naar ‘zwak’ of ‘voldoende’. Opvallende verbeteringen zijn te zien in (delen van) wijken en buurten in Amsterdam, Den Haag, Arnhem, Delft, Enschede, Nijmegen, Rotterdam, Tiel en Utrecht. Hier nam vooral de overlast en onveiligheid af. Ook verbeterde het soort en gebruik van de woningen, bijvoorbeeld door woningbouw en minder overbewoning.
Leefbaarheid structureel onder druk
Ongeveer één miljoen mensen (495 duizend huishoudens) woonden in 2024 in een gebied waar de leefbaarheid langdurig onder druk staat. Dat is een lichte daling ten opzichte van 2022. In totaal gaat het om 431 buurten in 46 gemeenten. Deze liggen vooral in de Zuidvleugel van de Randstad, de IJmond en Zuid-Limburg. Twee jaar geleden ging het om 1,1 miljoen mensen.
Ondanks deze lichte daling nam het totale aantal woningen in gebieden met een leefbaarheidsscore ‘zwak’ of lager in deze gemeenten toe. Volgens de onderzoekers kan sprake zijn van verplaatsing van problemen van de ene naar de andere plek.
Leefbaarheid en onderwijs
Verdiepend onderzoek laat zien dat leerlingen in buurten met een ongunstigere leefbaarheid relatief vaker een vmbo-advies krijgen, en minder vaak een vwo-advies. Ook zijn de onderwijsachterstanden daar groter. Ook zijn er meer jongeren zonder startkwalificatie die geen onderwijs (meer) volgen.
Leefbaarheid en overlast & onveiligheid, en fysieke leefomgeving
In buurten met meer sociale samenhang ervaren bewoners minder overlast en onveiligheid. Dat geldt doorgaans ook voor buurten met grotere en kwalitatief betere woningen. Buurten met een hoog aanbod aan voorzieningen kennen juist meer overlast en onveiligheid. De fysieke leefomgeving, zoals geluidsoverlast, parkeerdruk en verkeersonveiligheid, drukken ook op de leefbaarheid.