De economische bedrijvigheid in de Nederlandse defensie- en veiligheidsindustrie vergroten en ondernemers in deze sector beter beschermen. Dat is het doel van een nieuwe wet die de internationale uitgangspositie verbetert en ook de krijgsmacht moet versterken. De wet maakt ook toetsing op specifieke risico’s bij investeringen, fusies en overnames in de defensiesector mogelijk. De ministerraad heeft hiermee ingestemd op voorstel van minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat). Het wetsvoorstel gaat nu voor advies naar de Raad van State. Daarna volgt behandeling in de Tweede en Eerste Kamer.
Minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat): “Een weerbaar Nederland is alleen mogelijk als overheid en bedrijven beter samenwerken. Deze nieuwe wet draagt bij aan het erkennen en versterken van bedrijven als cruciale partner daarin. Defensie- en veiligheidsbedrijven kunnen bijvoorbeeld een geschiktheidsverklaring aanvragen. Daarmee kunnen ze zichzelf beter internationaal positioneren als bewezen onderneming en doorgaan met produceren en innoveren voor Nederland en onze bondgenoten.”
De minister vervolgt: “Ten opzichte van het oorspronkelijke wetsvoorstel is het accent nu gelegd op overleg met en maatwerk voor de betrokken bedrijven. Ook kan een onderneming slechts in een uitzonderlijk geval een aanwijzing krijgen voor een specifieke opschalings- of bevoorradingsactiviteit voor de inzet van de krijgsmacht. Hierbij is altijd sprake van maatwerk per bedrijf op basis van vooraf bekende criteria. Ondernemers hebben ook zo meer zekerheid over hun werkzaamheden of investeringen in hun producten en diensten.”
Het toezicht op het wetsvoorstel zal worden uitgevoerd door het Bureau Toetsing Investeringen (BTI) van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Het BTI is bekend met de gevoeligheid van deze materie. Het wetsvoorstel bestaat uit drie onderdelen:
Betere positie Nederlandse bedrijven voor buitenlandse defensieopdrachten
Het wetsvoorstel regelt de mogelijkheid om vanuit de overheid geschiktheidsverklaringen af te geven aan Nederlandse bedrijven die mee willen dingen naar buitenlandse defensieopdrachten en -subsidies. Dit draagt bij aan het beter internationaal positioneren van de sector en aan het behoud van onze internationale positie als belangrijke toeleverancier. De bedrijven worden onder meer gescreend op ongewenste inmenging van andere landen in hun managementstructuur.
Bescherming defensie-industrie door specifieke investeringstoets
In het wetsvoorstel is ook een nieuwe investeringstoets opgenomen. Deze is specifiek voor ondernemingen die voor de krijgsmacht een essentiële leverancier zijn. Deze toets voorkomt risico’s op aantasting van essentiële defensiebelangen door ongewenste fusies, overnames of investeringen bij deze (toe)leveranciers. Hiermee krijgt de Nederlandse defensie-industrie beter bescherming. Deze voorgestelde toets is een specifieke sectorale toets en werkt vergelijkbaar met de wet Vifo. Dat is een meer algemeen investeringstoetsingskader, waaronder bijvoorbeeld sensitieve technologie valt.
In een uiterst geval aanwijzing voor productie
Het wetsvoorstel biedt de mogelijkheid om – alleen in uiterste gevallen en bij een beperkt aantal bedrijven - aanwijzingen te geven over bijvoorbeeld de productie en instandhouding van defensiematerieel, maar ook ten aanzien van samenwerking tussen bedrijven, met kennisinstellingen en andere partijen. Denk aan het sturen op strategische voorraden, de bevoorradingsketen en het opschalen van productiecapaciteit bij de krijgsmacht. Dit draagt ook bij aan het behoud van strategische capaciteiten binnen de Nederlandse en Europese defensie- en veiligheidsindustrie.
Zaken als de criteria, uitvoering en vergoeding worden allemaal vastgelegd in de nieuwe wet weerbare defensie-industrie (WWDI). Na het advies van de Raad van State en afhankelijk van de behandeling in de Tweede en Eerste Kamer kan de wet mogelijk in de loop van 2027 ingaan.