Nederland is voor het tweede jaar op rij de nummer drie - achter Zweden en Denemarken - op het toonaangevende European Innovation Scoreboard (EIS). De score in de editie van 2026 is nog altijd sterk (27,4%) boven het EU-gemiddelde. Nederland is daardoor samen met de twee Scandinavische landen als Innovatieleider geklasseerd. Tegelijkertijd is de score voor het tweede jaar op rij verminderd, waarmee de innovatiepositie van Nederland is verzwakt. Om deze ontwikkeling te doorbreken, heeft het kabinet diverse maatregelen in de maak voor meer publiek en privaat kapitaal, het wegnemen van belemmeringen en stimuleren van productiviteit en talent.
Minister Heleen Herbert (Economische Zaken en Klimaat): “De Nederlandse score is de laatste jaren gedaald, tot een niveau lager dan in 2022. Andere EU-landen en zeker landen van buiten Europa zetten veel meer stappen als het gaat om technologie en innovatie. Per saldo gaan we achteruit en dat is zorgelijk voor onze toekomstige welvaart, het vestigingsklimaat, maar ook onze veiligheid. Onderzoek en ontwikkeling is immers het vliegwiel van onze economische groei.”
De minister vervolgt: “Wat mij betreft gaan we de plannen om samen met bedrijven, kennisinstellingen en andere organisaties dit tij te keren zo snel mogelijk uitvoeren. Bijvoorbeeld door nog dit jaar stappen te zetten met het oprichten van het Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) en de Nationale Investeringsinstelling (NII). En door EU-samenwerking te versterken, om goed mee te doen in Europese projecten die technologie of specifiek startups en scale-ups in Nederland extra kunnen ondersteunen.”
Nederland blijft innovatieland, maar positie is verzwakt
De relatieve score van Nederland in het EIS is in de laatste twee jaar gedaald. Daarmee is de positie van Nederland ten opzichte van het EU-gemiddelde aanzienlijk afgenomen, van 31,8% boven dat gemiddelde naar nu 27,4% erboven. Een score van meer dan 25% is nodig om een positie als Innovatieleider te behouden.
De nu nog goede positie van Nederland komt vooral door onze wetenschap, opleidingen, digitalisering en publiek-private samenwerking. Extra investeringen in onderzoek en ontwikkeling (R&D) zijn nodig om een sterke positie in de toekomst vast te kunnen houden. Nederland haalt met 2,29% investeringen in R&D van het bruto binnenlands product – ondanks de kabinetsambities - al jaren niet de 3%-norm. Nederland staat als nummer zeven in de EU op ruime afstand van Denemarken (3,0%), Duitsland (3,1%), Finland (3,2%), Oostenrijk (3,3%), België (3,4%) en Zweden (3,6%). Ook landen als de Verenigde Staten (3,4%) en Zuid-Korea (4,9%) zijn hiermee intensiever bezig.
Het volledig European Innovation Scoreboard is hier te vinden.