Beeld: ©Edwin Walvisch

Nieuwsbrief Inburgering nr 32

Meer maatwerk bij financieel ontzorgen

Gemeenten zijn druk doende met de uitvoering van het inburgeringsstelsel dat sinds 1 januari 2022 in werking is. Enkele onderdelen van de wet blijken lastig uitvoerbaar in de praktijk. Een van die zaken is de ondersteuning van bijstandsgerechtigde statushouders bij financiële zaken. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft deze signalen ter harte genomen. Gemeenten blijven verplicht om te ontzorgen, maar krijgen meer ruimte om hierin maatwerk toe te passen. Dit schrijft minister Karien van Gennip aan de Tweede Kamer.

Volgens de Wet inburgering 2021 (Wi2021) moeten gemeenten inburgeringsplichtige statushouders in het eerste half jaar dat zij een bijstandsuitkering hebben verplicht ‘financieel ontzorgen’. Dat betekent dat gemeenten vanuit de bijstandsuitkering de huur, zorgverzekering en gas, water en licht betalen voor inburgeraars. Het idee hierachter is dat nieuwkomers zich dan volledig op hun inburgering kunnen richten. Daarnaast hebben gemeenten de taak inburgeraars te begeleiden naar financiële zelfredzaamheid.

Verschillende gemeenten hebben aangegeven dat het financieel ontzorgen soms moeilijk uitvoerbaar is. Voor een deel van de doelgroep werkt het juist averechts, omdat zij al financieel vaardig zijn. Ze ervaren juist meer onrust als de gemeente hun vaste lasten betaalt. Ook blijkt voor een deel van de statushouders begeleiding bij financiële zelfredzaamheid een beter middel te zijn. Uit gesprekken met gemeenten komt naar voren dat de huidige wetgeving te weinig ruimte biedt om maatwerk toe te passen.

Ondersteuning

Dit zijn belangrijke signalen en daarom krijgen gemeenten, vooruitlopend op een wetsherziening, meer ruimte voor de inrichting van financieel ontzorgen. Gemeenten worden niet langer verplicht om de vaste lasten van bijstandsgerechtigde statushouders te betalen. Wel blijft de wettelijke plicht om te voldoen aan het doel van financieel ontzorgen, namelijk voorkomen dat onzekerheid over de financiële positie afleidt van inburgeringsactiviteiten.

Gemeenten kunnen dan de ondersteuning aanpassen aan de individuele situatie. Het verrichten van betalingen vanuit de uitkering is daarbij de standaard. Als bij de brede intake blijkt dat de statushouder al meer zelfredzaam is, kunnen andere vormen van ondersteuning worden ingezet, waarmee gecontroleerd kan worden of iemand aan de financiële verplichtingen kan voldoen. Het bieden van begeleiding naar meer zelfredzaamheid blijft van belang, zodat na de periode van financiële ontzorging niet alsnog problemen ontstaan.  In samenwerking met de VNG en Divosa worden gemeenten ondersteund om dit vorm te geven.

De minister hoopt in het najaar de Tweede Kamer te informeren over aanpassing in de wet- en regelgeving over financieel ontzorgen. Voor meer informatie zie de Kamerbrief.

Marktmonitor, AOW en maatschappelijke diensttijd in Kamerbrief

In de verzamelbrief Inburgering van minister Karien van Gennip van SZW aan de Tweede Kamer komt een veelvoud aan onderwerpen aan de orde, waaronder de mogelijkheden voor maatschappelijke diensttijd als onderdeel van inburgering. Ook bevat de brief de resultaten van de eerste Marktmonitor en het besluit van de minister over eventuele inburgering voor AOW-gerechtigden.

De eerste Marktmonitor over inburgering is gepubliceerd. Doel van dit instrument is het volgen van ontwikkelingen op de markt voor het inburgeringsaanbod, nagaan of vraag en aanbod op elkaar aansluiten en of er knelpunten zijn die opgepakt dienen te worden. Uit de eerste meting in de zomer van 2022 blijkt dat alle gemeenten een aanbod hebben gerealiseerd voor de B1- en Z-route. Voor de onderwijsroute is dit het geval bij 62 procent van de gemeenten. Verder blijkt dat 24 procent van de gemeenten voor de onderwijsroute in een afrondende fase zitten voor het realiseren van dit aanbod. Daarnaast geeft 44 procent van de taalaanbieders aan meer moeite te hebben met het vinden van voldoende gecertificeerde NT2-docenten.

De marktmonitor is een onderdeel van het Monitoring- en Evaluatieplan van de Wet inburgering 2021. Daarmee volgt het ministerie de doelmatigheid van het beleid. Ook komen in het kader van het lerend stelsel knelpunten aan het licht. De tweede rapportage verschijnt in de zomer van 2023.

Maatschappelijke diensttijd
In de brief komt ook de maatschappelijke diensttijd (MDT) en inburgeraars aan de orde. Er zijn 7 MDT-projecten die specifiek zijn gericht op nieuwkomers. SZW gaat nu samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) bekijken of inburgeraars met trajecten voor maatschappelijke diensttijd invulling kunnen geven aan onderdelen van de Wet inburgering 2021 (Wi2021). Ook is een optie dat jongeren in afwachting van instroom in de onderwijsroute MDT-trajecten krijgen aangeboden. In het tweede kwartaal van 2023 moet deze verkenning gereed zijn.

AOW
SZW heeft de mogelijkheden onderzocht voor inburgering voor personen die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Dit naar aanleiding van een vraag uit de Tweede Kamer. Een aantal AOW-gerechtigden heeft de wens om aan de inburgeringseis te voldoen, met het oog op naturalisatie. Het ministerie heeft verschillende opties onderzocht en kiest ervoor het beleid niet te veranderen, schrijft de minister. De beleidsprioriteit is statushouders snel aan het werk helpen.  Inzetten op een groep die niet meer zal participeren op de Nederlandse arbeidsmarkt past hier niet bij. 'Voor deze mensen bestaan ook diverse andere (laagdrempelige) manieren om de taal te leren zoals taalmaatjes, cursussen in buurthuizen of via het gebruik maken van middelen uit de Wet Educatie en Beroepsonderwijs’, schrijft de minister.  Wel zegt ze toe bij de evaluatie van de Wi2021 in 2025 dit vraagstuk opnieuw te bekijken.

Meer details over de verschillende onderwerpen zijn te vinden in de Verzamelbrief Inburgering. De brief komt ook aan bod in het debat van de minister met de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de Tweede Kamer op 13 april om 14.00 uur.

Maatregelen leerbaarheidstoets

Om de werking van de leerbaarheidstoets voor inburgeraars te verbeteren, zijn en worden verschillende maatregelen ingezet. Een daarvan is het veranderen van de gewenste score.

De leerbaarheidstoets is een belangrijk instrument om tijdens de brede intake de leerroute van de inburgeringsplcihtige te bepalen. De toets geeft als uitkomst of het volgen van de B1-route (inlusief afschalen naar taalniveau A2) haalbaar is.  In de praktijk bleken minder mensen deze uitkomst te halen dan verwacht. Daarom is een aantal verbeteracties doorgevoerd.

Een specifieke verbeteractie was het uitvoeren van een aanvullende digitale pre-test om uit te sluiten dat digitale vaardigheden ook een rol spelen. Uit die test is naar voren gekomen dat digitale vaardigheden wel degelijk een rol spelen. Om hiervoor te corrigeren, wordt de cesuur (de minimale score voor ‘haalbaar’) drie punten verlaagd, van 31 van de 40 vragen goed, naar 28 van de 40 vragen goed. Gemeenten kunnen vanaf 12 april 2023 de nieuwe cesuur hanteren.

Gevolgen voor inburgeraars
Voor inburgeringsplichtigen die al een leerbaarheidstoets hebben gedaan is dus een te hoge cesuur gehanteerd. Een eerste analyse leert dat ruim 1.300 inburgeraars hierdoor ten onrechte de uitslag ‘B1-route niet haalbaar’ hebben gekregen. De uitslag van de leerbaarheidstoets is echter één van de aspecten uit de brede intake die gemeenten meenemen in hun afweging om te bepalen in welke leerroute een inburgeringsplichtige geplaatst wordt. Zo’n uitslag betekent dan ook niet automatisch dat de betreffende inburgeraar in de Z-route terecht komt. De verwachting is dan ook dat er aanzienlijk minder inburgeraars hier nadeel van ondervonden hebben dan de genoemde 1.300.

SZW gaat samen met de VNG en DUO verder onderzoeken hoeveel inburgeraars er precies nadeel van ondervonden hebben en wat er moet gebeuren om dit recht te zetten. Meer informatie is te vinden in de Verzamelbrief Inburgering aan de Tweede Kamer.

Statushouders sneller aan het werk

Verschillende gemeenten gaan aan de slag met zogeheten startbanen voor statushouders. Daarnaast gaat het ministerie van SZW kijken naar uitbreiding van de meedoenbalies in asielzoekerscentra. Dit staat aangekondigd in het plan van aanpak Statushouders aan het werk dat minister Karien van Gennip van SZW aan de Tweede Kamer heeft gestuurd.

De minister beschouwt werk als een belangrijk middel voor nieuwkomers om te integreren in de maatschappij. Zij wil daarom dat statushouders sneller aan het werk gaan dan nu het geval is.
Zie voor meer informatie het nieuwsbericht op Rijksoverheid.nl, inclusief de Kamerbrief.

Platform perspectief inburgeraars voor het eerst bijeen

De eerste bijeenkomst van het Platform Perspectief Inburgeraars vond op 16 maart plaats in Rotterdam. Het platform bestaat uit verschillende netwerken van inburgeraars.

Deze vertegenwoordigers van inburgeraars geven gevraagd en ongevraagd feedback op het inburgeringsbeleid. Door het delen van praktijkervaring helpen ze beleidsmakers om de ervaringen van inburgeraars naar passend beleid en oplossingen te vertalen. De leden van het platform komen periodiek bijeen om samen met collega’s van SZW kansen, knelpunten en ontwikkelingen in de inburgeringsketen te bespreken.

De bijeenkomst in Rotterdam was het startpunt voor het gezamenlijk aanpakken van vraagstukken en knelpunten in de inburgeringsketen, vanuit het perspectief van de eindgebruiker. Amer Alomari, deelnemer aan het platform, vertelt: “Dit is een waardevolle stap van het ministerie om de juiste stem, inzichten en tips van de doelgroep te horen. Deze stappen zijn van cruciaal belang om de kloof tussen het beleid en de doelgroep (nieuwkomers) te verkleinen. Wat de doelgroep verwacht, is meer betrokkenheid en duidelijkheid, zodat er meer vertrouwen kan worden opgebouwd. Ik ben blij dat ik mijn kennis en betrokkenheid bij de doelgroep kan gebruiken en ik hoop dat hun input ook in de uitvoering kan worden opgenomen en zichtbaar kan zijn.”

Taalles Oekraïense ontheemden

Gemeenten krijgen 15 miljoen euro om Oekraïense ontheemden lessen Nederlands te bieden. Dat moet de Oekraïners helpen om passend werk te vinden en hun kinderen naar Nederlands onderwijs te sturen.

Veel Oekraïense ontheemden hebben werk gevonden, maar vaak is het tijdelijk werk en onder het niveau van de werknemers. Taalonderwijs moet de kansen vergroten op een duurzame baan die beter bij hun kwalificaties passen, schrijft minister Karien van Gennip van SZW in een brief aan de Tweede Kamer. Het budget is bedoeld voor een laagdrempelig taalaanbod dat op vrijwillige basis beschikbaar is voor (volwassen) ontheemden in de gemeente waar zij worden opgevangen.

Minder examenpogingen nodig voor AGI-ontheffing

Voor inburgeraars onder de Wet inburgering 2013 zijn de voorwaarden veranderd voor de ontheffing van examens, op grond van Aantoonbaar Geleverde Inspanningen (AGI). De wijziging is 1 april 2023 ingegeaan.

Voor sommige inburgeraars is het inburgeringsexamen te hoog gegrepen. Ze kunnen ontheffing krijgen op grond van Aantoonbaar Geleverde Inspanningen. Tot voor kort moesten inburgeraars onder de Wi2013 4 keer een examenpoging hebben gedaan voor niet-behaalde examenonderdelen. Sinds 1 april is dit 3 keer. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat een 4e poging weinig meerwaarde heeft en de slagingskans nauwelijks stijgt.

4e examen afzeggen
Is er al een 4e examen ingepland? Dan kan de inburgeraar dat afzeggen. De kosten worden vergoed.
De overige voorwaarden blijven ongewijzigd. Zo moet de inburgeraar nog steeds zelf de ontheffing aanvragen. Meer informatie op Inburgeren.nl. Het besluit is 30 maart in de Staatscourant gepubliceerd.

Congres VNG Van opvang t/m integratie

Van opvang tot en met integratie is de titel van het congres van de VNG op 8 mei in Utrecht. De bijeenkomst is bedoeld voor medewerkers en bestuurders van gemeenten.

Gemeenten spelen nu en de komende jaren een grote rol bij de opvang van asielzoekers en Oekraïense ontheemden en de huisvesting van statushouders en asielmigranten. Dit betekent dat gemeenten aan de slag moeten met opvanglocaties, huisvesting, participatie, integratie/inburgering, onderwijs en zorg. Tegelijkertijd moet rekening worden gehouden met leefbaarheid in buurten/wijken/dorpen/steden en acceptatie in de samenleving.

Deze gezamenlijke opgaven staan centraal tijdens het congres, dat de VNG samen met enkele ministeries, waaronder SZW, organiseert. Meer informatie en aanmelding via de congreswebsite.

Oproep deelname aan KIS-monitor

Hoe gaan gemeenten om met de arbeidstoeleiding en inburgering van statushouders en gezinsmigranten? Welke vraagstukken zijn er? Deze zaken komen aan bod in de Monitor Arbeidstoeleiding en Inburgering van het Kennisplatform Inclusieve Samenleving (KIS). Gemeenten worden van harte uitgenodigd de vragenlijst voor dit onderzoek in te vullen.

Het is de 8ste keer dat KIS in samenwerking met Divosa het onderzoek uitvoert. Het brengt in kaart wat gemeenten doen rond de toeleiding naar werk en inburgering van statushouders en gezinsmigranten onder de Wet inburgering 2021 (Wi2021) en de Wi2013. De rapportage wordt in het najaar gepubliceerd.


De KIS-monitor is voor het ministerie van SZW van groot belang om de ervaringen van gemeenten met de uitvoering van de inburgeringswet te kunnen volgen. Dit is belangrijke input voor het lerend en adaptieve stelsel. Daarom wordt het zeer op prijs gesteld als gemeenten de moeite nemen om de vragenlijst in te vullen.

Het verzoek is om per gemeente 1 persoon de vragenlijst te laten invullen. Dit kost ongeveer 45 minuten. De antwoorden worden anoniem geanalyseerd. Deelname is mogelijk tot vrijdag 21 april. Voor vragen kunt u contact opnemen met Youp Dusault van het Kennisplatform Inclusief Samenleven, via ydusault@verwey-jonker.nl of 06-48578962.

Jaarcongres
Overigens hield KIS eind januari het jaarlijkse congres onder de titel ‘Als het stormt in de wereld, waait het ook in Nederland’. Een terugblik vindt u op de website van het Platform.

AMIF-subsidies toegekend aan integratieprojecten

15 Nederlandse projecten voor integratie van inburgeringsplichtigen krijgen subsidie via het Europees Asiel, Migratie en Integratiefonds (AMIF). Het gaat in totaal om een bedrag van 16,7 miljoen euro.

De AMIF-integratieprojecten zijn gericht op inburgeringsplichtigen en zijn aanvullend op wat de Wet inburgering al biedt. In september 2022 konden gemeenten en organisaties aanvragen indienen voor projecten over onder meer de onderwerpen Duale trajecten en Specifieke ondersteuning richting participatie en activatie.

Voor het thema Duale trajecten is subsidie toegekend aan initiatieven van de gemeenten Emmen, Den Bosch, Leeuwarden, Amsterdam, Utrecht, Bodegraven-Reeuwijk en Zwolle. Voor het thema Specifieke ondersteuning richting participatie en activatie is subsidie toegekend aan de gemeenten Arnhem, Utrecht en Rotterdam, en daarnaast aan Werksaam Westfriesland, Vluchtelingenwerk Nederland, Stichting Buzinezzclub Foundation, Stichting Multicultureel Vrouwencentrum Jasmijn en Buddy to Buddy.

Programma t/m 2027
Deze aanvullende Europese middelen zijn een aanzienlijke versterking voor de uitvoering van de Wet inburgering. De resterende programmaperiode van AMIF-integratie loopt tot en met 2027. Er is nog ruim 22 miljoen euro beschikbaar voor nieuwe subsidieaanvragen. Daarvoor worden in de komende jaren nog één of meer aanvraagtijdvakken geopend.

Meer informatie over de AMIF-regeling vindt u op de site van SZW.  Zie ook de Verzamelbrief Inburgering aan de Tweede Kamer.

Statushouders aan de slag bij verkiezingen

Op verschillende plekken in het land hielpen statushouders als vrijwilliger bij de verkiezingen voor Provinciale Staten en de waterschappen op 15 maart. In Rotterdam gingen 6 statushouders en voormalige inburgeraars aan de slag als stembureaulid, nadat ze daarvoor de vereiste training in een vereenvoudigde versie hadden gevolgd.

Het idee voor een simpeler opzet van de training kwam van Annette Diender, als vrijwilliger werkzaam bij de Stichting Mano. Zij had bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2020 meegedaan als stembureaulid en vond de training die vrijwilligers vooraf moeten volgen erg uitgebreid en ingewikkeld. Te ingewikkeld voor mensen die de Nederlandse taal niet goed machtig zijn.

Verschillende statushouders en oud-inburgeraars, die Annette kende via Mano, wilden graag meedoen met de verkiezingen. Annette koppelde ze aan mensen die al ervaring hadden als stembureaulid. Ze maakten gezamenlijk de training die in samenspraak met de gemeente eenvoudiger was gemaakt. Ook reserveerde de gemeente voor de statushouders plekken op de stembureaus samen met de meer ervaren krachten.

Vrije verkiezingen
Estabragh Ghadimi (rechts op de foto), afkomstig uit Iran, vond het mooi om te doen. Ze woont sinds 2006 in Nederland en stemt zelf ook altijd. “Verkiezingen zijn belangrijk en ik vind het mooi om te helpen. Ik wist niet dat iedereen dat mocht doen. Mijn buurvrouw en vriendinnen kwamen ook op het stembureau omdat ze wisten dat ik daar werkte.”

Mohammad, afkomstig uit Syrië en sinds 8 jaar in Nederland, was blij om te kunnen bijdragen aan de vrije verkiezingen in Nederland. “In Syrië is dat anders en is er geen vrijheid om te kiezen. Het is mooi om in het stembureau te zien dat veel mensen komen stemmen. Moeilijk is het werk als stembureaulid niet. Bij de volgende verkiezingen ga ik zeker weer helpen.”

Annette hoopt dat de aanwezigheid van statushouders in stembureaus ook andere migranten stimuleert te gaan stemmen. Bij de volgende verkiezingen gaan ervaringsdeskundigen, verbonden aan de Stichting, vooraf in gesprek met statushouders en oud-inburgeraars. Ze proberen hen te motiveren om te gaan stemmen en eventueel stembureaulid te worden.

Beeld: ©SZW

Colofon

Dit is een uitgave van het Team Inburgering, onderdeel van de directie Samenleving en Integratie, van het ministerie van SZW.

Vragen, opmerkingen of ideeën over deze nieuwsbrief?
Mail naar postbusinburgering@minszw.nl.

Meer informatie over inburgering
Rijksoverheid.nl.
Vraagbaak met overzicht van organisaties.