Interview met Jan Willem Bruining en Carlo Kuiper van BAM en Hans de Kievit en Wop Schat van Rijkswaterstaat.

“De ervaringen uit het ene project goed overbrengen naar het andere project zorgt voor continuïteit en dat is de sleutel tot een succesvolle samenwerking.” Bouwbedrijf BAM en Rijkswaterstaat (RWS) vertellen wat de succesfactoren zijn bij hun samenwerking in infrastructurele DBFM-projecten.

Koninklijke BAM Groep ontwikkelt, bouwt en onderhoudt onder meer grote infrastructurele projecten. Samen met Rijkswaterstaat werkt BAM aan vier Design Build Finance en Maintain (DBFM)-projecten. Jan Willem Bruining, operationeel directeur BAM: “In totaal is BAM op dit moment betrokken bij 14 van deze PPS-projecten in België en Nederland. Het zijn stuk voor stuk toonaangevende en integrale projecten waar je als groot bouwbedrijf echt aan mee wilt werken.”

Fasen DBFM

“De mensen maken de samenwerking”, stelt Jan Willem Bruining. “Daarom werkt BAM daar zo vroeg mogelijk in het project naartoe”. “Maar tijdens de aanbestedingsfase is de relatie met de opdrachtgever vooral formeel en zakelijk. Als je het project wint en aan de slag gaat verandert de dynamiek en wordt het informeler”, zegt Carlo Kuiper, projectdirecteur van het DBFM-project Zeesluis IJmuiden. “Zodra er ruimte is voor de menselijke kant zoeken we die op.”

Level playing field

Hans de Kievit, financieel adviseur van Rijkswaterstaat en Wop Schat, contractmanager Rijkwaterstaat, beamen die formelere houding van hun kant. Wop Schat: “Bij de aanbesteding zijn meerdere consortia betrokken. Level playing field is in deze fase een vereiste. Daarna proberen wij ook zo snel mogelijk een goede relatie op te bouwen met de partij waarmee we verder gaan.”

Oog voor elkaars belangen

De complexiteit van de DBFM-projecten vraagt volgens Jan Willem Bruining en Carlo Kuiper om een relatie met oog voor elkaars belangen. Als voorbeeld noemen ze het DBFM-project A12. Een van de districten van Rijkwaterstaat vroeg hier om een deel van de weg eerder dan gepland open te stellen. “Dit was een aanvullende wens van onze klant”, reageert Wop Schat. “Het stond niet in het contract maar BAM stond er welwillend tegenover en heeft ons daarmee enorm geholpen om onze klant tevreden te kunnen stellen.”

Vertrouwen opbouwen

Kenmerkend voor de relatie tussen RWS en BAM is dat de lijnen kort zijn, er is veel contact met elkaar. Carlo Kuiper: “Tijdens het wekelijkse benen-op-tafel-overleg komt er van alles op tafel. We bespreken het verloop van de samenwerking, hoe we elkaar kunnen helpen maar bijvoorbeeld ook wat er geformaliseerd moet worden en nemen dat vervolgens mee naar het contractoverleg. Dat werkt prima.” Wop Schat: “We streven naar een open communicatiesfeer waarin we in een vroeg stadium op een informele manier signalen met elkaar kunnen delen. Dat helpt enorm bij het opbouwen van wederzijds vertrouwen.”

Nek uitsteken

Naast transparantie speelt elkaar helpen als het eropaan komt, ook een belangrijke rol. Wop Schat: “Obstakels zijn er altijd. Voorkomen kun je ze niet, het gaat erom wat je ermee doet. Hoe los je het samen op? En durf je als contractmanager intern je nek uit te steken om de opdrachtnemer - en in dit geval dus je partner - te helpen? Trek er gezamenlijk in op en kijk hoe je het met elkaar kunt aanpakken. Dan kan de samenwerking in DBFM-contracten heel succesvol zijn.”

Cultuuromslag

BAM ziet ervaring als de grootste succesfactor voor een geslaagd DBFM-project. Carlo Kuiper: “Als je gaat werken met geïntegreerde contracten vraagt dat om een cultuuromslag zowel bij opdrachtnemer als opdrachtgever. Je moet als opdrachtgever loslaten wat je altijd zelf hebt gedaan. En daarbij maar hopen dat de marktpartij het net zo goed en met net zo veel toewijding gaat doen als dat je eigen mensen het altijd hebben gedaan.” Jan Willem Bruining: “Rijkswaterstaat werkt al ruim 15 jaar met DBFM-projecten. Ze hebben in die jaren veel geïnvesteerd om het gedachtegoed en de kennis te verspreiden. Inmiddels heeft Rijkswaterstaat dus ruime ervaring en dat is te merken.”

Ervaringen overdragen

RWS hecht inderdaad veel waarde aan het borgen van kennis en ervaringen met DBFM. Hans de Kievit: “Zo is er een simulatie ontwikkeld waarbij alle fasen van een 25-jarig DBFM-contract in één dag doorlopen worden. Daar is bij minder ervaren overheidspartijen veel belangstelling voor.” BAM merkt ook op de projecten dat kennisoverdracht intern bij RWS leeft. Carlo Kuiper: “Gestimuleerd wordt dat mensen die bezig zijn met DBFM-contracten de ervaring van het ene project overbrengen naar het andere project. Dat is voor ons als marktpartijen prettig werken want het levert continuïteit op. We weten waar we aan toe zijn.”

Kansen DBFM

Carlo Kuiper wijst er als aandachtpunt op dat er nog weleens sprake is van spraakverwarring tussen opdrachtgever en -nemer. “Waar opdrachtgevers vaak bezig zijn met “verantwoorden van het verleden” zijn opdrachtnemers vooral gericht op het “oplossen van mogelijk toekomstige problemen”. Het helpt als je oog hebt voor elkaars perceptie.”
Maar hoe complex DBFM soms kan zijn, de mooie kanten van de geïntegreerde contractvorm voeren volgens Jan Willem Bruining de boventoon: “Als je het niet kent, lijkt DBFM moeilijk te bevatten. Maar als je je erin verdiept en ermee gaat werken, zie je welke kansen het biedt.”