Interview met Roy Stroeve, projectmanager Rijkswaterstaat en Jeroen in ’t Veld, projectdirecteur Sas van Vreeswijk.
Nederlands grootste binnenvaartsluis Prinses Beatrix in Nieuwegein krijgt een derde doorgang die je met recht een kolk XL mag noemen. In dit Design Build Finance Maintain (DBFM)-project evalueren opdrachtgever en opdrachtnemer elk half jaar hoe de samenwerking verloopt. “Dat helpt, maar het allerbelangrijkste is dat je allebei ook echt de intrinsieke motivatie hebt om de samenwerking te laten slagen.”
Als je langs het Lekkanaal bij Nieuwegein rijdt, zie je dat er flink wat werk wordt verzet om het sluizencomplex klaar te maken voor de toekomst. Dit kanaal verbindt de havens van Rotterdam en Amsterdam en er passeren hier jaarlijks 50.000 schepen. Dankzij de grotere en diepere nieuwe kolk kan dat vanaf eind 2018 met een stuk minder wachttijden dan op dit moment. De aanleg van de derde kolk van de Beatrixsluis en de uitbreiding van het Lekkanaal is een groot en complex project waar Rijkswaterstaat aan werkt met het consortium Sas van Vreeswijk. Dit consortium bestaat uit de bouw- en onderhoudspartijen TDP, BESIX Group, Rebel, Heijmans Nederland en Jan de Nul.

Roy Stroeve, projectmanager Rijkswaterstaat
Robuuste kolk
De projectfilm van Rijkswaterstaat laat duidelijk zien waar de aannemers op het bouwterrein aan werken. Roy Stroeve, projectmanager Rijkswaterstaat, wijst aan waar de derde kolk komt te liggen. “Er zitten allerlei slimmigheden in het ontwerp, bijvoorbeeld dubbele deuren aan beide kanten. Dat maakt deze kolk extra robuust. Door alleen de buitenste deuren te gebruiken, is de ruimte bovendien zo groot dat er zelfs twee binnenvaartschepen van 135 meter lang in passen.” Niet alleen het ontwerp van dit DBFM-project is volgens de projectmanager bijzonder. Roy Stroeve: “Dat geldt zeker ook voor de samenwerking met het consortium Sas van Vreeswijk én de continue aandacht die we daaraan besteden.”
Voorstel voor samenwerking
In de aanbestedingsfase heeft het consortium een voorstel voor de manier van samenwerken meegenomen in de bieding. Jeroen in ’t Veld, projectdirecteur Sas van Vreeswijk, legt uit waarom daar in dit project zoveel aandacht naar uitgaat. “Als je aan dit soort projecten werkt, ken je allemaal wel voorbeelden van wat er mis kan gaan op het gebied van samenwerking. Meteen in het begin hebben we dus gezegd: wij gaan hier met elkaar heel goed op letten. Dit is een langdurend contract want na de realisatie loopt het nog 27 jaar voor het onderhoud door. Net zoals bij vriendschappen of een huwelijk moet je wat voor elkaar over hebben als je het zo’n lange tijd goed wilt houden. Eerst hebben we met elkaar gekeken wat we onder een goede samenwerking verstaan, daaruit is het Pact van Vreeswijk geboren. Op basis van onze gezamenlijke opvatting hebben we gezocht naar manieren om de samenwerking ook gedurende het hele project goed te houden.”

Beeld: © Rebel / Rebel
Jeroen in ’t Veld, projectdirecteur Sas van Vreeswijk
Pact van Vreeswijk
Het Pact van Vreeswijk omvat onder meer tien samenwerkingsregels. Jeroen in ’t Veld: “Vaak zie je dat het aan toevalligheden wordt overgelaten hoe partijen zich in projecten opstellen. Ervaring leert dat het beter werkt om jezelf ertoe te dwingen dat je blijft investeren in de samenwerking. We hebben daarvoor een aantal instrumenten die ons hierbij helpen, zoals de samenwerkingsregels die we elk half jaar onder de loep houden. Roy bespreekt ze met tien collega’s van het consortium, ik met tien collega’s van Rijkswaterstaat. Zo meten we steeds hoe het ervoor staat. Maar het allerbelangrijkste is de intrinsieke motivatie, dus de motivatie die uit jezelf als persoon komt. In dit project leeft dat aan beide kanten. De opdrachtgever en de opdrachtnemer willen allebei dat de samenwerking goed is.”
Marktvisie in de praktijk
“Regels zijn mooi maar het gaat er inderdaad vooral om dat je er echt iets van wilt maken”, benadrukt Roy Stroeve. “Daarnaast helpt het om regelmatig te toetsen hoe het gaat. Elk half jaar interviews houden, kost behoorlijk wat tijd. Maar het levert ook veel op, want het gaat echt goed. Je ziet dat de cijfers die we aan onze samenwerking geven, elke keer stijgen. We zitten nu bijna op een acht. Toevallig liep dit project gelijk op met de ontwikkeling van de Marktvisie. De Beatrixsluis is een goed voorbeeld van wat daarin wordt aangegeven.” Jeroen in ’t Veld sluit zich daarbij aan: “Het is mooi dat het in ons project gelukt is om de ambities van de Marktvisie in praktische zin vorm te geven.”
Openstelling derde kolk
Het komende jaar staat in het teken van de openstelling van de derde kolk, volgens planning eind 2018. Roy Stroeve: “Daar kijken we zeker naar uit. We zijn er trots op wat we hier neerzetten. Een mooi staaltje van Nederlandse infrastructuur. In 2019 gaan we nog verder met de renovatie van de bestaande sluizen en daarna breekt de onderhoudsperiode van 27 jaar aan. Ook dan blijven we hard werken aan onze samenwerking.”