Minister-president Rob Jetten hield op 21 juni 2026 een toespraak bij de inhuldiging van het Nationaal Moluks Monument Ulu Kora in Rotterdam.

Dames en heren, in het bijzonder opa's en oma's,

Iemand vertelde me laatst over een gesprek met een hoogbejaarde Molukse mevrouw, die in 1951 als jong meisje in het koude Nederland van de boot stapte.

Zij is een van de laatste stemmen van de eerste generatie.

Toen haar pas geleden de vraag werd gesteld wat zij nog hoopte mee te maken, was dit haar antwoord.

‘Het zou fijn zijn als ze ons echt gaan zien.’

Dus geen grote wensen, maar simpelweg: gezien worden.

Erkenning.

‘Het zou fijn zijn als ze ons echt gaan zien.’

Dat zijn woorden die door je ziel snijden.

En die mij, als vertegenwoordiger van de Nederlandse regering, ook met schaamte vervullen.

U wordt gezien.

Daarom wil ik vandaag vooral één boodschap laten klinken.
U wordt gezien.
En laat dat ook de blijvende betekenis zijn van het Nationaal Monument Ulu Kora.
Dat monument staat er in de eerste plaats als eerbetoon aan de duizenden Molukse KNIL-militairen en hun families, die dachten tijdelijk naar Nederland te komen en hoopten op een snelle terugkeer.
Een hoop die vervloog naarmate de tijd verstreek.
Terwijl de kisten en koffers bij de voordeur langzaam maar zeker verstoften, of werden opgeborgen, bleven mensen ontheemd achter.
Ontworteld.

De dichter Djodjie Rinsampessy, zelf geboren in kamp Schattenberg, heeft dat gevoel indringend beschreven in het prachtige gedicht ‘Ouderlijk huis’.
Het gaat als volgt:

Op Ambon staat een huis
ons ouderlijk huis
in Nederland staat een huis
mijn vaders huis

hij zegt: 
dit is mijn huis

op Ambon staat een huis
het is bekend wiens huis

in Nederland staat een huis
op korte termijn
nu reeds langere termijn
het tijdelijk verblijf is
een permanent verblijf

de eigenaar zegt:
het is mijn huis
maar niemand,
niemand, is meer thuis

Dames en heren, dat gevoel van ‘niet thuis zijn’, en alle emoties, wanhoop en frustraties die daarmee gepaard gingen, heeft diepe sporen getrokken.
Om te beginnen achter veel Molukse voordeuren.
Daar zochten de spanningen als eerste een uitweg.
Maar ook in de Nederlandse samenleving als geheel.
Het beeld van de stilstaande treinen in het Drentse landschap is onuitwisbaar.
Maar laat Nederland niet de fout blijven maken om de geschiedenis van de Molukse gemeenschap te versmallen tot de treinkapingen.
Zoals dat nog veel te vaak gebeurt.
Want dat miskent de grote en belangrijke bijdrage die Molukse Nederlanders, vanuit een sterk gevoelde eigen identiteit, leveren aan de kracht en veelkleurigheid van onze samenleving.

Ook daarom moest dit monument er komen.
Omdat het de geschiedenis verbindt met nu en later.
En dat maakt het verhaal erachter ook zo sterk, de directe lijn ‘Van aankomst naar toekomst’.

En natuurlijk, het is de laatste decennia zeker niet compleet stil geweest rond de Molukse gemeenschap in Nederland. 
Historische publicaties, tentoonstellingen, Molukse organisaties, documentaires,  compensatieregelingen – ze zijn er.
Goede bedoelingen en begripvolle woorden van vorige kabinetten – ze zijn er.
Maar nog altijd is het historisch onrecht dat de eerste generatie Molukkers is aangedaan, niet duidelijk genoeg erkend en verwoord.
Dat grote en noodzakelijke begin van eerherstel is nooit gemaakt.
En zo konden het verleden, en de doorwerking van dat verleden, blijven knagen.
En ook de tweede, derde en inmiddels vierde generatie Molukkers dragen de pijn van de geschiedenis met zich mee.
Het verhaal van hun ouders, grootouders en overgrootouders is ook hun eigen verhaal.
Of beter: het is uw verhaal.
En het is, na 75 jaar, ook ons gezamenlijke, Nederlandse verhaal.

Nu de laatste vertegenwoordigers van de eerste generatie nog onder ons zijn, is het tijd voor de volgende stap.

Voor het harteloze en eerloze ontslag als militair.
Voor de gebrekkige opvang en huisvesting.
Voor niet gezien en in de steek gelaten worden.
Voor het onvervulde verlangen naar thuis.
Voor het verdriet en de pijn in zoveel Molukse gezinnen.
Daarvoor bied ik vandaag namens de Nederlandse regering excuses aan.

Excuses aan de Molukse gemenschap. Het is niet alleen hoog tijd.
Het is ook nodig, willen we verder komen met elkaar.
Want excuses krijgen pas betekenis door de daden die er op volgen.

Excuses krijgen pas betekenis door de daden die er op volgen.

Beeld: © ANP / Robin Utrecht

Minister-president Rob Jetten schudt de hand van aanwezigen, voorafgaand aan de inhuldiging van het Nationaal Moluks Monument Ulu Kora.

Hoe dat ‘verder komen’ er precies uit moet zien, is niet in beton gegoten.

U, als Molukse gemeenschap in Nederland, hebt daar een grote en belangrijke stem in.

Ook de mensen die hier vandaag niet zijn.

Maar één ding is zeker: erkenning van het verleden begint met historische kennis.

Het begint met weten wat we nog niet weten uit eerder onderzoek.

Dat is de eerste stap.

Wat ging er vooraf aan de aankomst?

Wat gebeurde er precies in 1951 en de jaren daarna?

En hoe hebben de gebeurtenissen van toen 75 jaar lang doorgewerkt in de levens van zoveel mensen?

Als we dat weten, kunnen we met elkaar bepalen welk vervolg nodig en wenselijk is om recht te doen aan de Molukse gemeenschap in Nederland.

In goed overleg.

En ik beloof u bij voorbaat dat u kunt rekenen op de volledige en positieve inzet van het voltallige kabinet en van mij persoonlijk.

Zodat nooit meer iemand hoeft te zeggen: zie ons!

Dames en heren, vandaag denken we met diep respect en gepaste eerbied aan de mensen van de eerste generatie die in 1951 in Nederland arriveerden.

En ik besef heel goed: met excuses is het onrecht dat hen is aangedaan niet ineens weg te nemen.

We kunnen de loop van de geschiedenis en de realiteit van vandaag niet met een paar zinnen veranderen.

Maar ik hoop wel dat de woorden die ik net sprak worden ervaren als een vorm van erkenning en een daad van historische rechtvaardigheid.

En ik hoop vooral ook dat ze helpen in het vervolg, als een hefboom ten goede.

Het verhaal van de Molukse gemeenschap in Nederland gaat verder. Laat het een verhaal zijn van gezien worden.

Want het verhaal van de Molukse gemeenschap in Nederland gaat verder.

Laat dat een gezamenlijk verhaal zijn.

Laat het een verhaal zijn van gezien worden.

Dank u wel.