Op maandag 31 augustus 2026 sprak minister Rianne Letschert bij de opening van het academisch jaar van de Rijksuniversiteit Groningen.
Deze toespraak hield ze via een livestreamverbinding tussen Nieuwspoort in Den Haag en de Martinikerk in Groningen.

Goedemiddag lieve mensen in Groningen!

Hartelijk dank dat ik via deze livestream toch bij u kan zijn.

Vandaag heb ik geleerd dat niet alleen studenten worstelen met deadlines. Ook in de politiek kunnen we er wat van.

Ik wil het vandaag hebben over talent. Talent dat steeds schaarser wordt.

Nederland wordt in rap tempo ouder en ouder. Er is zelfs sprake van een dubbele vergrijzing.
In de eerste plaats zijn er steeds meer ouderen - sinds afgelopen december zijn er in Nederland voor het eerst meer 65-plussers dan jongeren tot 20 jaar.
En in de tweede plaats leven ouderen steeds langer. Nu zijn er bijna 1 miljoen 80-plussers, in 2070 verwacht het CBS 2,1 miljoen 80-plussers.

De gevolgen van deze dubbele vergrijzing zijn nu al voelbaar.
Ook bij de RuG, waar het aantal inschrijvingen al vijf jaar op rij daalt. Bij u gaat dat zelfs iets harder dan in de rest van het land.

De gevolgen zullen overal steeds voelbaarder worden.
Doordat er steeds meer zorg nodig is.
Doordat er andere huizen nodig zijn.
Maar vooral doordat er steeds minder mensen zijn om al dat werk te doen. In 2000 stonden tegenover elke 65-plusser nog ruim vier mensen tussen de 20 en 64 jaar. Naar verwachting zijn dat er in 2050 nog maar iets meer dan twee.

Ik kan mij voorstellen dat je als student nu denkt: lekker dan! Waarom zou ik de rekening moeten betalen voor de vergrijzing? En wie al iets ouder is, vraagt zich misschien af: wie gaat er straks voor mij zorgen?

Deze vergrijzingsgolf komt bovendien aanrollen in onzekere tijden. De wereld is in heel korte tijd enorm veranderd. De wereld is onvoorspelbaarder geworden en oude bondgenootschappen zijn minder vanzelfsprekend.

Ook verliezen Nederland en Europa op steeds meer terreinen de aansluiting met de wereld. We behoren tot de gretigste AI-gebruikers van Europa, maar de snelle doorontwikkeling van AI en de investering in chips en kwantumcomputers gebeurt voornamelijk in de VS en China. En de zonnepanelen, de batterijen, de elektrische auto’s die we nodig hebben om duurzamer te leven? Ook daarvoor zijn we enorm afhankelijk geworden van met name Azië.

Strategisch autonoom op alle gebieden zullen we in ons kleine landje nooit worden. Dat moeten we ook helemaal niet nastreven. Al was het maar omdat we de kritieke grondstoffen missen die we nodig hebben voor bijvoorbeeld de groene transitie en de defensiesector. Waar we wel voor knokken - en voor moeten blijven knokken - is dat we strategisch relevant blijven. Samen met gelijkgestemde landen in en buiten Europa. Het onderscheid tussen strategische autonomie en strategische relevantie is ook heel duidelijk beschreven in het rapport van Peter Wennink.

Beste mensen,

Als we niets doen, komen we tot stilstand, sterker nog: dan hollen we achteruit. Dan verliezen we welvaart en hebben we niet genoeg geld voor publieke voorzieningen als uitkeringen, onderwijs en zorg. Laat staan om de overgang naar schone energievoorziening te maken.

We moeten dus op een heel andere manier naar onze plek in de snel veranderende wereld kijken. En ook naar de rol van onderwijs en wetenschap daarin. En de grootste uitdaging daarbij wordt om al het werk überhaupt gedaan te krijgen.

Daarvoor moeten we keuzes maken. Mensen opleiden voor de banen van de toekomst. Talent gericht ontwikkelen. Mensen helpen om op plekken te komen waar ze het beste tot hun recht komen. Studie- en kennismigratie weer gericht omarmen.

Dit is een topprioriteit van mij en mijn collega’s in dit kabinet. De afgelopen maanden hebben wij gewerkt aan een Talentstrategie. U zult er de komende tijd nog veel meer over horen en lezen. En iedereen, van studenten tot academici tot bestuurders, wij allemaal, zullen ermee aan de slag gaan.

In onze strategie hebben we gericht gekozen voor vier domeinen die Nederland de beste kansen geven om te groeien. Domeinen die om talent staan te springen. We volgen hierbij de adviezen van Mario Draghi en van Peter Wennink, die straks zelf op zijn bevlogen manier aan het woord komt.
Ik noem de vier domeinen op:

1. Digitalisering en AI
2. Veiligheid en weerbaarheid
3. Energie- en klimaattechnologie en
4. Life sciences en biotechnologie.

In deze domeinen investeren we extra geld, tijd en aandacht. Publiek én privaat. Ja, ook de private investeringen moeten echt omhoog.

We zetten alle zeilen bij, zodat deze domeinen kunnen uitblinken in onderzoek en innovatie. Talent gaan we gericht op deze domeinen ontwikkelen, opleiden en inzetten. En bij talent denken we natuurlijk aan studenten, maar ook aan werkenden en mensen die nu aan de kant staan.
Want elk talent telt. De overheid en het onderwijs mogen en moeten hierin een grotere en dienende rol innemen.

Deze focus versterkt onze positie in de wereld en onze welvaart.
Maar het levert ook de kennis op die we zo hard nodig hebben. Om onze industrie te vernieuwen. Om ons land en democratie weerbaarder te maken. Om een vuist te maken tegen de klimaatcrisis. En om gezonder oud te worden.

Naast deze vier domeinen willen we ook voldoende vakmensen blijven opleiden voor de publieke voorzieningen die onmisbaar zijn én blijven voor de samenleving en voor onze brede welvaart. Het gaat om het onderwijs, de kinderopvang, het sociale domein, de eerstelijns- en ouderenzorg en de woningbouw.

Ik ben vol vertrouwen dat we dit kunnen als Nederland. Kijk naar onze grootste successen – van de Deltawerken tot Brainport Eindhoven, en van onze goede onderwijsvoorzieningen tot onze handelsnetwerken.
De sleutel tot succes is altijd geweest: samen de krachten bundelen. Daar zijn we als klein land internationaal beroemd om geworden. En dat levert steeds nieuwe bronnen van innovatie en trots op. Ook in uw regio. Ik had het vandaag allemaal zo graag met eigen ogen gezien.
Zul je zien dat de wereld straks de mond vol heeft van de AI-fabriek in Groningen, van de Hydrogen Valley van Noord-Nederland, of van nieuw baanbrekend onderzoek aan het heelal met radiotelescopen door ASTRON in Drenthe.

Dus ook bij de Talentstrategie van het kabinet is het motto: we gaan het samen doen. We moeten het samen doen. Dat betekent onder andere het volgende:

- We willen allereerst tussen de onderwijssectoren veel meer samenwerking bereiken. Het mbo, het hbo en de universiteit vullen elkaar het beste aan, ieder vanuit hun eigen kracht. 
- Het is ook van groot belang dat universiteiten elkaar nog meer gaan opzoeken. Niet elkaar beconcurreren maar elkaar aanvullen. Dat kán ook als jouw universiteit een duidelijk eigen profiel heeft. De sectorplannen zijn een heel goed middel gebleken voor deze profilering en samenwerking. Maar niet ongelabeld. We maken keuzes. We willen dat ook de inhoud van de sectorplannen gericht is op de opgaven in de vier domeinen.
- Ten slotte is het belangrijk dat onderwijs en onderzoek nog meer gaan optrekken met het bedrijfsleven. Om samen in de praktijk nieuwe kennis en innovaties te ontwikkelen. Maar ook om jonge mensen veel vroeger in contact te brengen met al het prachtige werk in de kansrijke domeinen. Ik kom dadelijk nog terug op de rol van het bedrijfsleven.

Ik weet dat ik veel vraag, en dan kunt u niet eens terugpraten, wat u anders vast had gedaan, bij de borrel of het diner. Maar ik dúrf het ook van u te vragen, omdat ik weet dat het kan. Op veel plekken in Nederland is het allang aan de gang.
Zoals bij u in Groningen en in Leeuwarden, bij de Universiteit van het Noorden. Ik had het vandaag graag met eigen ogen gezien.
Ik zag de samenwerking eerder ook al in onder andere Twente en Limburg.
En binnenkort ga ik in Zeeland bekijken hoe dáár de samenwerking tussen mbo, hbo en universiteit eruitziet, bij hun zoektocht naar nieuwe oplossingen voor energie, voedsel en veiligheid.

Gelukkig hoeft het kabinet het dus niet allemaal uit te denken en uit te tekenen. Wij moeten keuzes maken en de mogelijkheden faciliteren, onder andere met forse investeringen. En obstakels, zeker als wij die zelf gecreëerd hebben, moeten we wegnemen.
Ik ben heel blij dat de onderwijskoepels al hebben uitgesproken  dat ze allemaal gaan voor een constructieve en sectoroverstijgende samenwerking. Ik begrijp dat ook de studentenorganisaties actief mee willen denken.

Uiteindelijk zijn het de onderwijs- en onderzoeksinstellingen van Nederland die hier werk van gaan maken. Op u doe ik daarom vandaag een expliciet beroep. Als u uw jaarplannen maakt, als u kijkt naar het portfolio van uw opleidingen, naar de inhoud van het curriculum, ga dan aan de slag met de volgende stap. Breng focus aan. Richt uw opleidingsaanbod nog meer op de vraag van de toekomst. Kijk met welke onderwijsinstellingen u nog meer kunt samenwerken. Ga nog meer op zoek naar samenwerking met het bedrijfsleven in uw omgeving.

Besef dat er aan dit verhaal ook een pijnlijke kant zit.
Als we het opleiden voor sommige domeinen en sectoren stimuleren, terwijl het totale aantal studenten daalt, moet het ook ergens minder. We zullen ook dingen moeten loslaten.
Veel werk is nu al aan het verdwijnen en heeft steeds minder toekomstperspectief. Het is zonde om daar ons kostbare talent in op te leiden.
Ik dring er bij het hele vervolgonderwijs op aan om scherpere keuzes te maken, en leerlingen en studenten daarin goed mee te nemen.
Om ereburger van Groningen, kersverse minister van Staat én voorzitter van de Raad van Toezicht van de RuG, Johan Remkes te citeren: “niet alles kan overal”.

Ik denk dat de student die deze week begint aan een studie het al gauw zal voelen: hé, ik word geprikkeld om mijn talent te ontwikkelen in een duidelijke richting.
Maar dat stimuleren begint al veel eerder. Al op de basisschool en in het middelbaar onderwijs.
De belangrijkste opdracht van het primair en secundair onderwijs is om leerlingen te helpen om hun talent te ontdekken en te ontwikkelen. Om hen over de drempels te helpen van eigen overtuigingen en opgelegde patronen, zoals ‘dat kan ik niet’ of ‘dat is alleen voor jongens’ of ‘dat is saai’.

Ik vind dat we onze jonge mensen tekortdoen als we niet laten zien wat zij met hun talent allemaal kunnen doen. Welke kansen er voor het oprapen liggen. Wat voor gaaf werk je kunt doen als je kiest voor ICT, veiligheid, zorg, energie- of biotechnologie. Daarom is ook mijn collega op Onderwijs, staatssecretaris Judith Tielen, nauw betrokken bij de uitvoering van de Talentstrategie.

Begrijp mij goed. De keuzevrijheid om te studeren wat je wilt is een groot goed. En die keuzevrijheid blijft. We zullen je nooit dwingen om iets te kiezen wat niet bij jou past. En we blijven zorgen voor een breed opleidingsaanbod in heel Nederland.
Maar voor leerlingen en studenten is de wereld van bedrijven en van sommige publieke voorzieningen als ziekenhuizen vaak terra incognita.
Daarom roep ik ook bedrijven én publieke instellingen op: gooi je deuren open. Stel stageplekken beschikbaar. Geef er een vergoeding voor. Wees alerter op discriminatie, dat we nog te vaak zien. Blijf niet vastzitten in ‘het kan niet’ of ‘we hebben geen tijd voor begeleiding’.

Ergens is het heel simpel. Bedrijven hebben talenten nodig en talenten hebben stageplekken nodig. Organiseer het. En ja, dat kan alleen als ook het onderwijs volledig meewerkt. Op een bepaalde manier zitten studenten straks zelfs in een luxepositie. Want om hén zal straks gevochten worden. Maar als bedrijf of instelling heb je het nakijken als je de aansluiting met het talent van de toekomst hebt gemist.

Beste mensen,

De stappen vooruit van onze samenleving worden elke dag gezet door mensen als u. U werkt op de plek waar nieuwe kennis wordt geboren. Waar mensen debatteren, concepten ontwikkelen, leren hoe je samen verder komt ondanks verschillende ideeën - of, beter, dankzij verschillende ideeën. Zonder die rijke voedingsbodem voor innovatie en zonder goed opgeleide mensen, is er helemaal geen economische, maatschappelijke of technologische ontwikkeling mogelijk. Dan is de vaart eruit en stokt alles.

Ik zou vanochtend  een soort parade lopen langs al het talent van het Noorden. In Leeuwarden en Groningen. Van mbo tot hbo en universiteit. De hele waaier in werking. Jammer genoeg kon die ontmoeting vandaag niet doorgaan.
Want ik weet, en ik zou het gevoeld hebben: als je je blootstelt aan zoveel talent, zoveel goede zin en zoveel frisse ideeën, voel je elk eventueel chagrijn als door een wondermiddel wegvloeien. Met deze mensen gaan we de toekomst tegemoet, maken we onszelf wendbaar en weerbaar. Wees zuinig op ze!

Ik wens u allemaal een geweldig nieuw studiejaar!

Dank u wel en heel graag tot snel in het prachtige Noorden!