Op zaterdag 19 september 2026 sprak minister Rianne Letschert (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) in de tuin van het Kröller Müller Museum ter gelegenheid van de opening van de tentoonstelling 'Van Gogh, al onze schilderijen'.

Beste vrienden van de kunst,

Toen ik vanmiddag door Nationaal Park de Hoge Veluwe naar dit museum reed, besefte ik dat ik de wereld van Helene Kröller Müller binnentrad.
Haar weidse landgoed, in het hart waarvan zij haar kunsttempel had gedroomd. Het zogenaamde ‘Groote Museum’.
Daar wilde ze haar unieke verzameling kunst delen.
Haar ambitie was niet bescheiden: ze wilde de gemeenschap verheffen.

Maar ik dacht ook: wat zou Vincent van Gogh hebben genoten van deze rit en van dit uitzicht.
Al ging de wagen voor hem vast veel te snel.
Vincent, die liever stilhield bij het alledaagse.
Die meer oog had voor wat hij recht voor zijn voeten aantrof. Kreupelhout, boomwortels, ondergroei.
Vincent zou hebben genoten van de paddenstoelen die beginnen op te schieten, van een verkwikkend regenbuitje en van de rijke najaarsparfums die je nu kunt opsnuiven.
Allemaal voorbodes van de herfst, het lievelingsseizoen van Van Gogh. Hij schreef aan een medekunstenaar: ‘Ik kan soms wel eens verlangen naar een land waar het altijd herfst zou wezen.’

Ik kan u vertellen dat ik de afgelopen week ook heb verlangd naar een stevige herfstwandeling. Minister zijn is een zittend bestaan. Helemaal in een week met de Troonrede en twee dagen algemene politieke beschouwingen.

Toch, lieve mensen, was ik vandaag ook een beetje voorzichtig om naar de Veluwe te komen.
Want een ministersbezoek aan de Hoge Veluwe kan nogal in de papieren lopen.
Minister Henri Marchant ervaart dat in 1935.
Helene Kröller Müller leidt hem op haar verzoek rond en vertelt over haar visioen van een Groot Museum voor haar kunstverzameling.
Niet in de Randstad, maar hier. Op een plek vol rust en ruimte, waar kunst kan opgaan in de natuur.
Er is alleen één probleempje.
Het familiebedrijf Müller & Co staat op de rand van de afgrond.
Helenes enorme kunstverzameling dreigt daardoor onder de veilinghamer te komen.
En voor haar landgoed zien opkopers een toekomst als racecircuit, met jachthuis Sint Hubertus als luxe hotel.

Zou ze minister Marchant diep in de ogen hebben gekeken toen ze hem het volgende voorstel deed?
Als de minister nu eens haar kunstcollectie zou aanvaarden, plus de bouwtekeningen voor het Groote Museum, zou de Staat dan het landgoed en het Jachtslot willen aankopen?
Hoe dan ook, minister Marchant keert terug naar Den Haag en peutert daar een hypothecaire lening los bij de ministerraad. Tegenstanders zijn er ook: zo’n uitgave is toch onverantwoord in een tijd van werkeloosheid en armoede?
Maar Marchant ziet dat de kunstverzameling van Helene zó uniek is dat die wel behouden moet blijven.
En dat zij onderdak moet krijgen in een waardig rijksmuseum, midden in de natuur van de Hoge Veluwe.
Om de bezwaren wat te verzachten, wordt het eerste, tijdelijke en ingetogen onderkomen voor de verzameling gebouwd vanuit de werkverschaffing.
Ook stelt Marchant een voorwaarde. Het moet een levend museum blijven, dat zichzelf constant vernieuwt door eigentijdse kunst aan te kopen.

En dat is Kröller Müller tot op de dag van vandaag.
Het blijft een museum dat zijn collectie voortdurend verjongt.
Met als kern de verzameling van Helene en daarbinnen, onaantastbaar, de Van Goghs.

Helene Kröller Müller maakt in 1938 de opening van het tijdelijke gebouw nog net mee. Zij en kunstenaars als Bart van der Leck en Charley Toorop horen Marchants opvolger, minister Slotemaker de Bruïne bij de opening zeggen: „Kunst en cultuur zullen hier in dit gebouw, dat een voorloopig gebouw is, een zetel vinden. Ik hoop, dat de geschiedenis zal logenstraffen, dat niets zoo lang duurt als het voorloopige.” 
Dat zegt mijn ambtsvoorganger heel mooi, maar ook wel een beetje ingewikkeld. Ik zou bijna zeggen: had dit even door AI gehaald!
Wat Slotemaker de Bruïne bedoelde: hij hoopte dat het tijdelijke gebouw vroeg of laat vervangen zou worden door iets blijvends. Helene bleef dit tijdelijke gebouw stug het ‘overgangsmuseum’ noemen, hopend dat haar kunsttempel, het Groote Museum, ooit nog gerealiseerd zou worden.

U weet hoe het is afgelopen. Van Helenes droom kun je in dit park nog wat fundamenten en muren aantreffen, deels alweer overwoekerd, overstoven en bemost.
Op de Hoge Veluwe gaat cultuur op in de natuur.
Het voorlopige gebouw bleef. En misschien is de benaming ‘overgangsmuseum’ zo gek nog niet voor het Kröller Müller. Want een museum is geen stolp over een kunstverzameling, maar is voortdurend in transitie en transformatie.
Door aanwinsten breidt de collectie uit.
En ondertussen vraagt de tijd om andere manieren van presenteren. Schilderijen hangen niet meer hutjemutje zoals in de beginjaren, maar krijgen meer de ruimte om tot hun recht te komen.
En zo bleef het een overgangsmuseum. Het was nooit af.
Rond de kern van de oudbouw - met zijn bescheiden proporties, intieme uitstraling en zachte lichtval van boven - is het Kröller Müller museum verder uitgebreid. 
Met de fameuze beeldentuin uit de jaren zestig en de transparante jarenzeventigvleugel van architect Wim Quist.
En die uitwaaierende beweging zet zich voort als de grootse toekomstplannen straks gestalte krijgen.

Maar voor het zover is, en daarvoor zijn we vandaag bij elkaar, keren we nog eens terug naar de kern: de Van Goghs uit de verzameling van Helene.
Ik verheug me erop om straks niet zo’n dertig tot veertig schilderijen te zien, zoals hier gewoonlijk in de Van Gogh galerij hangen, maar alle 88 schilderijen van Van Gogh bij elkaar.
Het is een unieke prestatie. Hier in Otterlo, in Nederland en in de wereld.
Geen doeken in depot, geen werken die uitgeleend zijn, geen doeken die op de tafels van restauratoren liggen voor een opknapbeurt.
De hele familie is weer thuis. Iedereen onder één dak en op z’n paasbest. En net als bij een mensenfamilie begint dan het grote vergelijken. Welke trekjes zie je terug bij welk lid van de familie? Een bepaalde oogopslag? Een schallende stem? Een formidabele neus?
Als je op zoek gaat naar gelijkenissen in Van Goghs werken, zie je ineens verbanden tussen een vroeg werk uit Nuenen en een laat werk uit Saint Remy. En daarom is het ook zo’n sterke keuze om de werken niet chronologisch te presenteren maar rond Van Goghs oerthema’s: geloof, hoop en liefde.

Want zijn gehele korte en intense leven schilderde Vincent met liefde en aandacht. Hij drong door tot het wezen van de objecten en personen die hij schilderde.
En daardoor ervaren we ook vandaag nog door zijn werk hoe we gebaat zijn bij warmte, tederheid, ernst, troost, vriendschap en genegenheid.
Misschien kon Vincent deze gevoelens wel zo hartstochtelijk uitbeelden omdat hij ze zelf vaak zo miste in zijn eigen leven. Zijn hoop om een levenspartner te vinden beschreef hij heel aandoenlijk aan zijn broer Theo: “Als ge ‘s morgens wakker wordt en ge zijt niet alleen en ge ziet daar in de schemering een medemenschje, dat maakt de wereld zooveel gezelliger”.
Vincent ploeterde door het leven. Worstelde van inzinking naar opleving. Maar hij bleef geloven in de helende kracht van schilderen.
Zoals in die heerlijke bijna abstracte kleuruitspattingen waarmee hij de bosbodems schilderde die ik zojuist al noemde.
Hij schreef: “Ik wilde (…) in die zwarte knorrige wortels met hun knoesten iets uitdrukken van den strijd des levens.”

Lieve mensen,
Alle 88 Van Goghs van Kröller Müller zijn weer bij elkaar. Daardoor leren we schilder Vincent beter kennen, maar ook verzamelaar Helene. Ik hoop straks opnieuw te zien hoe zij de kunst van het verzamelen meesterlijk beheerste.
Zelf heeft ze maar kort kunnen genieten van dit overgangsmuseum. Ze overlijdt ruim een jaar na opening. Een dag na haar overlijden vervoert een rouwwagen haar vanuit het jachthuis naar het museum. Daar ligt ze, opgebaard tussen haar geliefde Van Goghs, pal voor het Parijse doek ‘Vier uitgebloeide zonnebloemen’.
Deze herfst, bijna een eeuw later, kan iedereen deze uitgebloeide zonnebloemen zien.

Terwijl ik in Stiphout woon, op een paar kilometer van Nuenen, terwijl ik in Den Haag werk, een paar minuten lopen vanaf de plek waar Van Gogh in 1882 woonde en werkte, weet ik dat ik hier op de Veluwe pas écht dichtbij Vincent kom. Waar hij bij leven nooit was.
Helene herkende de zeggingskracht van Vincents werk al heel vroeg. Dat zijn werk nog steeds nieuwe harten kan veroveren is te danken aan alle mensen van dit museum. U houdt met bevlogenheid, visie en volharding het werk levend van Vincent van Gogh. De evangelist in olieverf van geloof, hoop en liefde.
Of, zoals Helene het verwoordde, en dat is ook mijn wens voor deze tentoonstelling van wereldformaat: 
“Van Gogh maakt ons leven rijker, ons dagelijksch leven & dat is zijn grootheid.”

Dank u wel.